Vooral in Brabant varkensstallen aanpassen

Varkensstal. - Foto: Ruud Ploeg
Varkenshouders hebben te maken met strenge emissie-eisen maar niet alle stallen hoeven te worden aangepast. Vooral in Noord-Brabant ligt de lat hoog en moeten ondernemers nog aan de bak.Het plaatsen van een emissiearm systeem is in de varkenshouderij al jaren een verplichting. Dat is met name geregeld in het besluit emissiearme huisvesting. Daarin staan maximale emissienormen per diersoort. Vleesvarkens mogen bijvoorbeeld 1,6 kilo ammoniak per plaats uitstoten. Op de RAV-lijst staan vervolgens erkende stalsystemen die varkenshouders kunnen kiezen. Een luchtwasser heeft een uitstoot van meestal 0,15 tot 0,45 kilo ammoniak per plaats en is dus prima bruikbaar.In de praktijk voldoen nog niet alle stallen hieraan. Dat komt omdat intern salderen altijd mogelijk was. Een varkenshouder reduceert dan extra in één stal, waardoor in de andere stal minder of niets nodig was. In het voorbeeld van de vleesvarkens levert een luchtwasser nogal wat extra ammoniakruimte op die elders bruikbaar is.Intern salderen mogelijkVoor heel Nederland geldt het besluit emissiearme huisvesting. Bedrijven moeten sinds 2020 aan de normen voldoen; voor IPPC-bedrijven gelden strengere eisen. Interne saldering is mogelijk. Voor traditionele stallen, die vanwege interne saldering niet zijn aangepast, geldt geen einddatum. De twee emissiefactoren bij gespeende biggen en vleesvarkens op basis van oppervlakte per dier hebben plaatsgemaakt voor één getal, waardoor aanpassingen nodig zijn.In de provincie Noord-Brabant geldt tevens de Omgevingsverordening met de eisen van 85% reductie en de einddatum van 2024 voor verouderde stallen. Interne saldering is (weer) mogelijk, er geldt dus geen einddatum voor traditionele stallen.Provincie Limburg hanteert een eis van 85% reductie bij nieuwbouw. De provincie spreekt de intentie uit dat alle stallen in 2030 voldoen maar intern salderen blijft toegestaan.Landelijk kader emissiearme stal ontbreektIn 2015 is het besluit emissiearme huisvesting aangepast en moeten stallen in 2020 aan de eisen voldoen. Belangrijk is dat intern salderen bleef toegestaan en geen datum is opgenomen dat stalsystemen verboden zijn. In de praktijk wordt soms het geluid gehoord dat alle stallen in 2028 emissiearm moeten zijn, daar is echter geen landelijk kader voor.Volgens een aantal bouwadviesbureaus geeft de aanpassing van het besluit geen grote problemen. Ook bij de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) zijn geen alarmbellen afgegaan, ondanks dat uit een inventarisatie van de provincie Noord-Brabant vorig jaar bleek dat honderden bedrijven niet voldoen. Volgens Eric Stiphout, lid dagelijks bestuur van de POV, is de betreffende informatie niet accuraat. “Het Bestand Veehouderij Bedrijven (BVB) is niet actueel en vergunningen van stoppers zijn nog niet ingetrokken.” Tekst gaat verder onder de foto‘s
In bestaande stallen zijn met wat creatieve oplossingen vaak best wat mogelijkheden om een luchtwasser te plaatsen. - Foto: Ruud PloegEen aangepaste varkensstal die met een extra luchtkanaal en luchtwasser weer voldoet aan het besluit emissiearme huisvesting. Voor Brabantse stallen gelden zwaardere eisen, maar met intern salderen hoeft niet elke stal meer aan de hoogste normen te voldoen. - Foto: Ruud PloegDoor veranderde oppervlaktenormen moet een deel van de bedrijven met biggen of vleesvarkens alsnog aanpassingen doen. Dat had al gerealiseerd moeten zijn. - Foto: Van AssendelftGeen verschil in oppervlakteOp één aspect geeft het aangepaste besluit emissiearme huisvesting soms wel problemen. Namelijk dat de ammoniakuitstoot in relatie tot de oppervlakte per dier bij gespeende biggen en vleesvarkens is opgeheven. Elk huisvestingssysteem heeft sindsdien nog één norm en dat pakt niet altijd gunstig uit, ziet ook Gieljan van Iersel, adviseur bij Exlan. “In combinatie met de aanpassingen op de RAV-lijst zijn enkele systemen sinds 2020 niet meer toegestaan.”Het gaat bij vleesvarkens om koeldek 170% met metalen driekantrooster (D 3.2.3), koeldek 200% zonder metalen rooster en 0,6 tot 0,8 vierkante meter emitterend oppervlakte (D 3.2.6.2), een hok met gescheiden mestkanaal (D 3.2.11) en spoelgoten met roosters (D 3.2.14). Bij biggen vallen spoelgoten met dunne mest en gedeeltelijk roostervloer (D 1.1.2), mestopvang in aangezuurde vloeistof met gedeeltelijk rooster (D 1.1.17) en systemen met gescheiden afvoer met hellende mestband (D 1.1.8) nu buiten de boot. De categorie ‘overige systemen’ is opgehoogd van 2,5 naar 3,0 kilo bij minder dan 0,8 vierkante meter per varken; bij meer dan 0,8 vierkante meter gaat het van 3,5 naar 3,0 kilo. Van Iersel heeft de indruk dat deze systemen niet veel zijn gebruikt, maar in specifieke situaties wel tot problemen zullen leiden.Aanpassingen hadden al doorgevoerd moeten zijn. Adviseurs schatten dat ‘hooguit een paar procent’ nog wat moet doen. Daarbij zitten ook bedrijven die wilden stoppen en toch doorgaan. Huub Bruggink, adviseur bij VanWestreenen, heeft met name zicht op de situatie in het oosten en noorden van Nederland. Hij ziet dat intern salderen vaak mogelijk is, maar niet altijd. “Ook zijn pragmatische oplossingen te vinden, zoals een beperkte aanpassing van het stalsysteem.” Hij benadrukt dat ondernemers zelf niets te verwijten valt. “Deze bedrijven voldeden aan de wetgeving maar gaandeweg zijn de normen veranderd.”Eisen Interim OmgevingsverordeningVarkenshouders in Noord-Brabant hebben een grotere zorg; de uitwerking van de Interim Omgevingsverordening. Deze eist in een notendop dat alle bedrijven 85% emissie reduceren (tegenover 70% landelijk). Varkensstallen ouder dan 15 jaar moeten in 2024 aan de eisen voldoen. Voor rundvee is dat 20 jaar.In de oorspronkelijke verordening zouden de aanpassingen al in 2020 of 2022 gelden, en ook nog eens op stalniveau. Dankzij een aanpassing eind vorig jaar geldt de verplichting nu op locatieniveau. Dat maakt dus intern salderen mogelijk. Ook zijn in een aantal moties voer- en managementmaatregelen gevraagd. Toch zal het volgens experts in veel gevallen niet meevallen om het bedrijf onder de maximale waarde te krijgen als er stallen bij zijn met een te hoge of zelfs traditionele emissie.Door de recent gewijzigde Interim Omgevingsverordening en uitwerking van de saneringsregeling zijn aantallen moeilijk aan te geven. Mede om die reden kan ook de provincie op basis van het BVB, waar de milieusituatie van alle bedrijven staat geregistreerd, geen aantallen noemen. Adviseurs schatten dat de helft tot driekwart van de bedrijven ‘iets moet doen’.Johan de Vos, directeur van Geling advies, ziet ondernemers hierover wel nadenken maar dat motivatie of geld ontbreekt. “Veel ondernemers waren het beu met alle ontwikkelingen en ook met de publieke opinie. Ook de tegenwerkende houding vanuit de overheid werkt niet motiverend.” Door de aanpassingen van de Omgevingsverordening merkt hij een wat andere stemming waarbij vooral jongere ondernemers weer kansen zien.Bewezen techniekenDe provincie Noord-Brabant wil dat er snel nieuwe stalsystemen beschikbaar komen die varkenshouders kunnen gebruiken. Die moeten zijn gericht op bronaanpak in plaats van end-of-pipe zoals de luchtwasser doet. Daar loopt ook een aantal stimulerings- en ontwikkeltrajecten voor. De provincie verwacht dat voor 1 januari 2024 bronsystemen beschikbaar zijn; experts uit de sector zetten daar vraagtekens bij.Het probleem is de eigen hoge lat van 85% emissiereductie, wat alleen op basis van techniek vooralsnog nauwelijks haalbaar blijkt. De Vos merkt dat de meeste ondernemers investeren in bewezen technieken zoals luchtwassers; een enkeling kiest een innovatief systeem. Een voordeel is dat dankzij de saneringsregeling er ook betaalbare tweedehandswassers op de markt komen. De Vos raadt ondernemers aan producties niet onder het plafond te brengen, aangezien het risico altijd bestaat dat gecreëerde latente ruimte definitief vervalt.Voorbeeld: zo € 100.000 extra investerenBesluit emissiearme huisvesting
Een bedrijf met 3.000 vleesvarkens heeft twee stallen waarvan één aangesloten op een combi-luchtwasser 85%, de andere traditioneel. De oppervlakte is minder dan 0,8 vierkante meter per dier. Volgens het oude besluit huisvesting is de uitstoot van de nieuwe stal 1.600 x 0,38 kilo = 608 kilo. Voor de oude stal is dat 1.400 x 2,5 kilo = 3.500 kilo, samen 4.108 kilo ammoniak of 1,4 kilo per plaats.
In het nieuwe besluit wordt voor de stal met luchtwasser 0,45 kilo gehanteerd; dat is 720 kilo voor de hele stal. Voor de oude stal geldt een factor van 3,0, ofwel 4.200 kilo voor de stal. In totaal is de uitstoot 4.920 kilo. Met 1,64 kilo ammoniak per plaats voldoet het bedrijf niet aan de nieuwe norm van 1,6 kilo ammoniak per plaats. Afhankelijk van de situatie is mogelijk één afdeling op de luchtwasser aan te sluiten of te voorzien van een emissiearm systeem. Een vuistregel is € 75 per plaats aan emissiearme investering, maar is 100% maatwerk. Een alternatief is minder varkens houden.
Omgevingsverordening Brabant
Een bedrijf met 600 zeugen heeft een deel van de stallen traditioneel en deel met een mestscheidingssysteem met mest- en waterkanaal. De ammoniakproductie is 2.250 kilo per jaar. Op basis van 85% van de traditionele productie mag het bedrijf vanaf 2024 nog maar 1.050 kilo ammoniak produceren. Om voldoende te reduceren plaatst het bedrijf twee combi-luchtwassers en vermindert het aantal varkens in een traditionele opfokstal. De totale investering is circa € 100.000.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









