Voor een dubbeltje op de eerste rang

De afgelopen drie zomers waren in Oost-Noorwegen behoorlijk nat. Dus hoog tijd voor een lesje afwateren en draineren.Iets leren over afwateren en draineren is niet verkeerd in het natte Noorwegen. Een aantal belangenorganisaties en gemeentelijke landbouwvoorlichters pakken de handschoen op. Ze organiseren een Grovforseminar, een gratis cursusdag voor boeren en geïnteresseerden om meer te leren over goed grondbeheer. En met succes, want er komen 200 belangstellenden op af.Ambitieuze plannen
De burgemeester van de organiserende plaats, Tynset, opent de dag. Hij bedrukt dat de agrarische sector onmisbaar is, boeren zijn een belangrijke beroepsgroep. De burgemeester is net terug van een tweedaags bezoek aan Nederland. We hebben een beurs bezocht in Almere, waar we Nederlanders met emigratieplannen hebben geïnformeerd over de voordelen van onze Noorse bergregio. De burgemeester was nog steeds onder de indruk van de volledige benutting van elke vierkante centimeter in het Nederlandse landschap. Als je dat vergelijkt met het berglandschap van de Fjellregionen - waar we te kampen hebben met veldjes ter grootte van een postzegel, steile hellingen en als grootste bedreiging het dichtgroeien van (voorheen) open arealen als gevolg van te weinig begrazing en te grote afstanden - dan lijkt er op het eerste gezicht veel te winnen.
Niet gehinderd door enig pessimisme roept de burgemeester dan ook dat de agrarische sector de ambitieuze plannen van het Noorse ministerie van landbouw, een groei van 20 procent in nationaal geproduceerd voedsel in 2030, makkelijk gaat halen. Sterker nog, we gaan er overheen! Fjellregionen haalt wel 30 procent! Aangezien de economie van deze plattelandsregio bijna direct is gekoppeld aan de landbouw, betekent een groei van de landbouw, een groei van de hele economie. Hoera!
Er wordt wat ongemakkelijk geschuifeld, maar kritische opmerkingen plaatsen, doen Noren niet in een grote groep. Na een braaf applausje is het woord aan de landbouwdirecteur van de provincie. Hij benadrukt in zijn presentatie nogmaals de ambitieuze doelen. Het is een bijdrage die niet veel te maken heeft met het doel van de cursusdag, namelijk iets leren over de verbetering van ruwvoer en de hoeveelheid daarvan. In Noorwegen, en helemaal op het platteland, is de mens echter afhankelijk van subsidies om dit soort grote investeringen te rechtvaardigen. En dat op een gemiddelde bezetting van 18 tot 20 koeien.Omhoog met die resultaten!
Voedselveiligheid staat op nummer 1 voor de Noorse overheid. Daarmee worden Noorse grondstoffen en producten bedoeld. Daarnaast bezigt de overheid de termen ‘landbouw In het hele land’, een ‘verhoogde meerwaarde in de economie rondom de boerderij’ en het schitterende Bærekraftig landbruk, oftewel: landbouw met draagkracht. Alle beschikbare grond moet effectief worden gebruikt. En het maakt niet uit waar de boerderij staat, zelfs in deze bergregio moet productie mogelijk zijn. Dat geldt niet alleen voor landbouw, grasland en akkerbouw, maar ook voor bosbouw. Omhoog met die resultaten, is het credo.
En die resultaten moet niet alleen omhoog in de primaire landbouw, maar ook in de omringende sector, de bygdenæring. Een nieuwe term die ‘dorpsbedrijvigheid’ betekent. Want groei in de landbouw is economische groei. Inderdaad, er kan nog een boel gesleuteld worden aan de efficiëntie van de Noorse landbouw. Al plaats ik zo mijn vraagtekens bij een enorme verhoging van de bosbouwresultaten binnen 15 tot 20 jaar. Mijn twijfels worden groter als tussen neus en lippen door wordt verteld dat financiële tegemoetkomingen voor het ontginnen van grond of afwateren er helaas niet in zitten. Voor een dubbeltje op de eerste rang dus. Thuis hebben we een term voor dit soort loze beloften: een Deja Poo, vrij vertaald: ‘Did I hear this crap before?’Nieuwe landbouwgrond
Met de huidige melkvee-, rundvee- en schapenproductie is er al een flink tekort aan ruwvoer van eigen dyrket mark (landbouwgrond). Jaarlijks moeten veehouders veel ruwvoer aankopen uit andere provincies. Dat is een grote kostenpost. Voor een stabiele ruwvoerproductie is goede landbouwgrond nodig. Het meeste bos in de dalen is al omgezet in landbouwgrond. De blik moet zich dus omhoog richten naar hoger gelegen bossen, tegen de bergwand aan, soms wel op 5 tot 6 kilometer verwijderd van de openbare weg. Is dat realistisch? Is het niet beter om effectiever de bestaande grond te bewerken? Of wat te denken van ruilverkaveling? Boeren komen elkaar nu om de haverklap tegen op de weg als ze naar hun verder weg gelegen land rijden. Daarnaast is grond ontginnen ook niet bepaald gratis.
Wordt vervolgd.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses








