Volle kraamhokken door gestructureerde werkwijze

Foto: Ruud Ploeg
Goed kraamstalmanagement verlaagt de kosten van de biggenopfok. Vertrekpunt is de biggen zoveel mogelijk bij hun moeder houden.Zeugenhouder Jan Holsappel (53) heeft een varkensbedrijf in Lemelerveld (Ov.) met 1.050 zeugen en een bedrijf in Drenthe. - Foto's Ruud PloegOp zeugenbedrijf Dennenbrink van Jan Holsappel wordt gedisciplineerd gewerkt. Dat blijkt uit diverse zaken: de stallen zijn opgeruimd en brandschoon. Op de zeugenkaart wordt de voortgang van het geboorteproces bijgehouden. De biestopname van de biggen wordt gestuurd. En de nodige aandacht gaat uit naar het zo economisch mogelijk grootbrengen van alle biggen. Het toommanagement. Volgens eigen cijfers speent het bedrijf jaarlijks 148 biggen per kraamhok. Per beschikbare speen brengt het bedrijf 1,04 biggen groot. Lees verder onder de foto‘s. Zodra de biggen tien dagen oud zijn krijgen ze naast melkvervanger ook prestarter. Doel is minimaal 350 gram droge stof in de biggen te krijgen voor spenen. Bedrijfsgegevens Zeugenbedrijf Dennenbrink in Lemelerveld (Ov.)1.050 Danic-zeugen
2 personeelsleden
16,1 levend geboren biggen/worp
34,5 gespeende big/zeug/jaar
1.350 gram geboortegewicht biggen
6,6 kilogram bij spenen op 24 dagen
350 gram drogestofopname voor spenen
2 jaar geen koppelbehandelingenBiestvoorzieningMedewerker Herwin Dorgelo doet de kraamstal en is verantwoordelijk voor bovenstaande cijfers. Dat vergt een goede organisatie. De Danic-zeugen hebben 16,2 levend geboren biggen per worp. De insteek is om deze zoveel mogelijk bij hun eigen moeder groot te brengen. Kraamhokken leeg houden voor pleegzeugen is taboe op het bedrijf. Dat kost geld. Ze hanteren daarom de volgende strategie. Op de zeugenkaart staat hoeveel spenen de zeug heeft. Iedere zeug zoogt een big meer dan ze spenen heeft, tot een maximum van zestien en alleen als de toom uniform is. De overtallige biggen legt Dorgelo over op hun tweede levensdag. De dag van geboorte staat in het teken van de biestvoorziening. Zodra de eerste biggen hun buik rond hebben gedronken van de biest krijgen deze een plek achter een schotje. Dan kunnen de andere biggen biest drinken.Als op dag twee, na het overleggen, nog biggen over zijn, krijgen de kleinste een plek bij een pleegmoeder van dezelfde weekgroep. De biggen van deze pleegmoeder gaan naar een zeug een worpweek daarvoor. Deze pleegzeug wordt gemaakt door drie tomen biggen bij twee moeders te leggen. De 2/40-aanpak. Twee zeugen fokken veertig biggen op, met onbeperkt melkvervanger. Swipe voor meer foto‘s.
Het verloop van het geboorteproces wordt vastgelegd. Dat is ook handig voor een collega die het werk onverwacht moet overnemen. De pas gespeende biggen. De lichtere dieren zitten in een apart hok en krijgen naast speenvoer ook prestarter aangeboden. Doel is darmen gezond te houden.Zoveel mogelijk melk onder de zeug is van enorm belang om overleggen tot een minimum te beperken. Melkgift op 1De veertig biggen komen bij twee zeugen met veel melk er onder. De opname van moedermelk staat op plaats 1 op het bedrijf. Dorgelo: “De zeugen moeten in goede conditie zijn en veel melk hebben. De melkvervanger is een hulpmiddel.” Zo is eigenlijk sprake van een drietrapsraket. In eerste instantie wordt vanaf dag drie melkvervanger bijgevoerd en blijft het maximaal aantal biggen bij hun moeders liggen. Indien het maximum wordt overschreden, wordt gekozen voor biggen overleggen. Als dat nog onvoldoende soelaas biedt, wordt een pleegzeug gemaakt, in combinatie met de 2/40-aanpak. Dit kost geen dure plekken in de kraamstal. En van moederloze opfok is net zo min sprake. Twee zeugen voeden samen veertig biggen. In het midden staat de Pigger-feeder waar de biggen onbeperkt melkvervanger uit kunnen drinken. - Foto: Ronald HissinkMelkvervanger en prestarterVoor de ervaren kraamstalmedewerker Dorgelo is deze vorm van toommanagement routine. Hij ziet in een oogopslag welke biggen in aanmerking komen om over te leggen en welke zeugen geschikt zijn om met zijn tweetjes veertig biggen te zogen.De biggen krijgen aanvullend melkvervanger en prestarter uit de Pigger-automaten van diervoederbedrijf Liprovit. Op dag 1 krijgen de biggen Pigger prime plus, een soort elektrolytenmix voor een extra boost. Vanaf dag drie krijgen de biggen kant-en-klare, houdbare melkvervanger, Pigger milk. Na tien dagen staat er tevens prestarter op het biggenmenu. Swipe voor meer foto‘s.
Zodra de eerste biggen zich tegoed hebben gedaan aan de biest, krijgen deze een plek achter een schotje. Dan ontstaat ruimte voor de andere dieren om te drinken. Vanaf hun derde levensdag krijgen de biggen onbeperkt melkvervanger. Dit is gereed product. Dop eraf en drinken maar. De pas gespeende biggen maken een vitale en actieve indruk. De problemen met coli beperken zich tot enkele dieren op dit bedrijf. Nevelkoeling bij de luchtinlaatZonder tegenvallers ligt het productieniveau van de zeugen hoog en mag aan hun verzorging niets schorten. Sinds afgelopen zomer beschikt de stal over nevelkoeling bij de luchtinlaat. Het risico op hittestress bij zeugen is zodoende afgenomen. Ook wordt na dag tien overgeschakeld op een tweede lactovoer, met meer energie en minder ruwe celstof. De melkgift moet zo hoog mogelijk. Na 24 dagen wordt gespeend. De biggen wegen dan 6,5 à 6,7 kilo. Voor spenen hebben de dieren naast moedermelk gemiddeld 350 gram droge stof uit melkvervanger en prestarter op.De prestarter is zo zoet als koek. Een lokkertje voor de biggen, ook na spenen om ze snel aan de voerbak te krijgen. Weinig coliproblemenNa spenen is Jan Holsappel verantwoordelijk voor de biggen. De biggenstal is zijn domein. De dieren komen de speenperiode goed door. Ze maken een actieve indruk. In de bak met speenvoer ligt een handje prestarter om de biggen te lokken. Dit heerlijk, zoete brokje heeft flinke aantrekkingskracht op de biggen. In het hok met de kleinste biggen kunnen de dieren kiezen uit prestarter en speenvoer. Al met al eten de biggen tamelijk onverstoord door na spenen. De basis daarvoor is gelegd in de kraamstal.Af en toe krijgt een lichte big een colistine-injectie. Holsappel: “Ik behandel alleen individuele dieren tegen coli. Koppelbehandelingen heb ik al twee jaar niet gedaan bij de biggen. Dat wil ik ook niet. De waterleidingen zijn schoon. Ik heb liever niet dat daar medicijnen doorgaan.” Naast het voer is op het bedrijf ook de nodige aandacht voor de waterkwaliteit. Alles staat in het teken van gezonde biggen produceren. Doelstelling voor 2020 is 36.000 biggen spenen van 1.050 zeugen. Ondanks de ambitieuze doelstellingen en geordende werkwijze is de sfeer op het bedrijf gemoedelijk en wordt er ook veel gelachen. Swipe voor meer foto‘s.
Voor een constante, hoge melkgift is een stabiel stalklimaat een belangrijk element. Om de kans op warmtestress te verkleinen, is afgelopen voorjaar nevelkoeling aangelegd. Het bedrijf van boven.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









