Verplichte rijenbemesting mais op zand en löss

Foto: Michel Velderman

Foto: Michel Velderman


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Rijenbemesting bij mais wordt in 2021 verplicht op zand en löss. Dat is een van de vele concrete maatregelen die minister Carola Schouten van LNV voorstelt in het Zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn, dat vrijdag naar de Tweede Kamer is gestuurd.Vooral voor zand en löss zitten er aanscherpingen in het beleid uit het Zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn. Maar er zijn ook versoepelingen, zo komt er meer ruimte voor fosfaatbemesting op arme gronden en komt er meer ruimte voor bodemverbetering in bouwland.Verwerkte mest blijft meetellenUit het plan blijkt ook dat verwerkte dierlijke mest die buiten de Nederlandse landbouw wordt afgezet gewoon blijft meetellen voor het fosfaatproductieplafond van de veehouderij in Nederland. De Europese Commissie ziet een eventueel niet meetellen van deze mest als een verruiming van de sectorplafonds. “Vanwege overschrijdingen van de fosfaatproductieplafonds in het verleden, de risico’s voor de naleving van de gebruiksnormen en gebruiksvoorschriften en de actualiteit op het gebied van mestfraude kan de Europese Commissie hier niet mee instemmen”, schrijft Schouten.De sectorale fosfaatplafonds worden al geruime tijd toegepast, maar worden nu voor het eerst ook opgenomen in de wet. Hiervoor geldt voor varkens: 39,7 miljoen kilo fosfaat en 99,1 miljoen kg stikstof, voor pluimvee 27,4 miljoen kilogram fosfaat en 60,3 miljoen kg stikstof en voor melkvee 84,9 miljoen kilogram fosfaat en 281,8 miljoen kg stikstof.De Europese Commissie zal bij de berekening van de mestproductie van de melkveehouderij in het kader van de naleving van het mestproductieplafond rekening houden met natuurlijke variaties in het fosfaat- en stikstofgehalte van ruwvoer voor de melkveehouderij. Ook mag Nederland de pilot met mineralenconcentraat uit dierlijke mest voortzetten. De Europese Commissie start zelf in 2018 ook een onderzoekstraject met als doel criteria te formuleren voor het gebruik van verwerkte mest die niet langer meetelt voor de stikstofgebruiksnorm.Maatwerk, veel concrete regelsDoor het generieke beleid van afgelopen jaren is de waterkwaliteit aanzienlijk verbeterd, maar op regionaal en lokaal niveau zijn nog steeds waterkwaliteitsproblemen door mestgebruik. Veel van deze problemen zijn specifiek voor bepaalde regio’s, grondsoorten, percelen en toegepaste landbouwpraktijken, waardoor maatwerk nodig is. Zo wordt er in het actieprogramma ingezet op een gebiedsspecifieke inzet voor veertig grondwaterbeschermingsgebieden. Met het Interprovinciaal Overleg, de drinkwaterbedrijven Vewin en LTO Nederland is een bestuursovereenkomst gesloten waarin een aanvullende aanpak voor de nitraatuitspoeling uit agrarische bedrijfsvoering in die gebieden centraal staat.Het Zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn, een 163 pagina's dik document, richt zich vooral op maatwerk voor specifieke gebieden, grondsoorten, teelten en landbouwpraktijken.Uitrijdperiodes veranderenOp grasland op klei- en veengrond wijzigt de uitrijdperiode van vaste dierlijke mest per 2019 van 1 februari tot en met 15 september naar 1 december tot en met 15 september.
Het uitrijden van drijfmest op bouwland verschuift per 1 januari 2019 twee weken naar achter: van 1 februari tot en met 31 augustus naar 15 februari tot en met 15 september. Grasland scheurenDe regels voor het scheuren van grasland worden verruimd. Dit wordt toegestaan van 10 mei tot uiterlijk 1 september, mits er aansluitend herinzaai met gras plaatsvindt.Rijenbemesting mais verplicht op zand en lössDe regels in zand- en lössgebieden worden aangescherpt. Per 1 januari 2021 wordt rijenbemesting verplicht in mais op alle zand- en lössgronden. Voor het telen van een vanggewas na de snijmaïs worden de regels aangescherpt om de kans op uitspoeling te beperken.Per 1 januari 2021 wordt rijenbemesting verplicht in mais op alle zand- en lössgronden. - Foto: Michel VeldermanAkkerbouwers op in het zuidelijk zand- en lössgebied moeten uiterlijk 31 oktober een vanggewas inzaaien na de teelt van consumptie- en fabrieksaardappelen als er op uiterlijk 16 september geen groenbemester is ingezaaid. Wintergraan of een eventueel ander vorstbestendig gewas kan in het kader van het teeltplan ook als hoofdgewas voor het volgende groeiseizoen worden ingezaaid. Deze regel gaat in 2021 in. Bij ruggenteelt op klei en löss moeten akkerbouwers vanaf 2021 maatregelen nemen om oppervlakkige afspoeling naar oppervlaktewater te voorkomen, door drempeltjes te leggen.Lagere stikstofnorm voor mais na gras op zand en lössDe stikstofgebruiksnorm voor mais na het scheuren van grasland op zand en löss gaat omlaag met 65 kilo. Dit gaat per 1 januari 2021. Het verplichte grondmonster is dan niet meer nodig.Geen algehele verscherping stikstofnormenEr komt geen algehele aanscherping van de stikstofgebruiksnormen. De minister deelt de visie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat hier landbouwkundig geen ruimte voor is. Wel wil ze de gebruiksnormen en de werkingscoëfficiënten evalueren en mogelijk herzien. De huidige normen zijn gebaseerd op kennis van meer dan 10 jaar oud en zijn mogelijk verouderd. De Commissie Deskundigen Meststoffenbeleid (CDM) denkt dat de werkingscoëfficiënt van runderdrijfmest omhoog kan. Mocht dat nodig zijn, dan wil Schouten dat alleen in samenhang doen met een aanpassing van de gebruiksnormen. Meer fosfaat op arme grondDe klassen voor de fosfaattoestand van de bodem worden verfijnd. De fosfaatgebruiksnormen die daarbij horen, worden herzien. De klasse ‘neutraal’ wordt in tweeën gesplitst. In 2020 gaan de gebruiksnormen op fosfaatarme gronden omhoog, en op sommige fosfaatrijke gronden juist omlaag. Bedoeling is dat dit telers aanspoort om hun grond te bemonsteren, want is de fosfaattoestand onbekend, dan valt de grond automatisch in klasse ‘hoog’. Voor veehouders met fosfaatrijke gronden kan het tot gevolg hebben dat ze niet meer voldoen aan de eisen voor grondgebondenheid en dus grond moeten bijkopen of vee afstoten.Meer fosfaat voor organische stof op bouwlandVoor bouwland in fosfaatklasse ‘hoog’ komt er in 2020 extra fosfaatruimte voor bodemverbetering via organische stof. Deze fosfaat mag meekomen met onder andere vaste mest, compost of mogelijk dikke fractie van rundermest. Het gaat om 5 kilo per hectare.Als de fosfaatklassen en bijbehorende normen zijn aangepast, ziet de minister geen reden meer om de equivalente maatregel ‘opbrengstafhankelijke fosfaatnorm’ nog aan te houden. Die vervalt dan.Minder stikstof op groenbemestersDe stikstofgebruiksnormen voor groenbemesters worden verlaagd, als ze geteeld worden na uitspoelingsgevoelige gewassen op zand- en lössgrond. Groenbemesters moeten uiterlijk 16 september worden gezaaid. Dit zou in 2019 moeten ingaan.Graszaadstoppel erkend als groenbemesterGraszaadstoppel gaat gelden als groenbemester. Dit is een nuttige bron van organische stof. Dat betekent dat de stikstofgebruiksnorm die voor een groenbemester in de periode van 1 augustus tot en met 15 september mag worden toegepast, ook voor deze graszaadstoppel geldt, staat in het actieplan. Door deze maatregel mag er stikstof op de graszaadstoppel als groenbemester. Opbrengstafhankelijke stikstofnorm blijftDe tijdelijke equivalente maatregel opbrengstafhankelijke stikstofgebruiksnorm bij bovengemiddelde gewasonttrekking blijft voorlopig. Wel komt er in 2019 een korting op. Ook de zogenoemde frites– en bietregeling blijft bestaan.Pilot Achterhoek gaat doorDe pilot Kunstmestvrije Achterhoek gaat door, evenals de pilot voor mineralenconcentraat. De minister ziet hierin mogelijkheden om de druk op de mestmarkt weg te nemen. Dat was een zorg van het PBL, dat ook zinspeelde op krimp van de veestapel om die druk weg te halen. Schouten stelt dat de genoemde pilots in combinatie met de rechtenstelsels en het voerspoor de druk voldoende weg kunnen halen. Compleet nieuw mestbeleidMinister Schouten wil tegelijk met de uitvoering van het zesde actieprogramma een fundamentele herbezinning van het mestbeleid doen. De huidige regelgeving is te complex geworden, waardoor uitvoering en controle erg lastig is. “In een interactief proces wil ik samen met landbouworganisaties, de watersector, milieubeweging, wetenschap en anderen onderzoeken of en hoe het mogelijk is om te komen tot een wezenlijk eenvoudiger systeem van sturing op mestproductie en mestgebruik. Dit met minder regeldruk en lasten voor zowel de boer als de overheid”, aldus Schouten.Lees de Kamerbrief Zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.