‘Vanaf een jaar of 14 reed ik met opa rond om schapen te kopen’
Het handelen in vee zit de familie Strijbos in het bloed. Opa Piet vertelt hoe dat vroeger ging. Zijn kleinzoon Geert ging al jong mee en doet niets liever dan in de voetsporen van zijn opa en vader treden.

Opa Piet en kleinzoon Geert. Geert ging al jong mee en doet niets liever dan in de voetsporen van zijn opa en vader treden. Foto's: Jan Willem Schouten
Geert Strijbos (32, opleiding Veehouderij in Horst) runt in Castenray (L.) samen met zijn vader Peter een bedrijf in met name vleesvee voor de handel. Ze houden tussen de 200 en 320 vleeskoeien van verschillende rassen, zoals Blonde d’Aquitaine en Limousin. Ook hebben ze zo'n 700 schapen, in het voorjaar ongeveer 50. Opa Piet (90) zat ook al in de veehandel en komt nog regelmatig poolshoogte nemen en de kalveren verzorgen.
Opa Piet
"Eigenlijk wilde ik timmerman worden. Maar ik was de oudste van tien kinderen en mijn vader wilde dat ik net als hij boer werd. Ik mocht naar de landbouwschool, maar niet naar de ambachtsschool. Dat zag ik niet zitten. Een oom van mij handelde in varkens en kalveren. Hij had geen kinderen en ik hielp hem steeds vaker met laden en handelen. Zodoende ben ik daarin gerold. Met twintig jaar ben ik voor m’n eigen begonnen. Elke week naar de Bossche veemarkt, met een wagentje kalveren. En naar de boerenmarkten in Venray en Horst, want daar kwamen heel veel boeren.

Ik handelde in allerlei soorten dieren, ook melkvee, maar net wat er verkocht werd. Als er een kalf kwam, dan molk ik; de melk bracht ook weer een beetje op. Het was handel en het bleef handel. In mijn tijd waren er meer boeren van onder de twintig koeien dan erboven. Ik had heel veel collega’s en heb er ook veel zien verdwijnen.
Mijn oudste zoon Peter, de vader van Geert, ging al jong met mij mee. Als dat niet kon omdat hij naar school moest, dan had hij kwaaie zin. Zo was het ook met Geert, die ging als jochie mee naar de Bossche markt, als hij niet naar school hoefde. ’s Nachts om 2.00 uur richting Den Bosch. Daar stonden we twee uur in de rij, voordat om 4.00 uur de poort open ging.
Handel zit erin of niet. Geert en Peter hebben het allebei
Het zit erin of het zit er niet in, de handel. Peter en Geert hebben het allebei. En het gaat nog verder terug, want mijn vader kocht elk jaar koeien en paarden, en de vader van mijn moeder handelde ook.

Ik ben met 66 gestopt: toen kwamen er allerlei regels en daar moest ik niet veel van hebben. Maar daarna heb ik nog wel lang kalveren opgehaald. En nu help ik nog mee met de kalveren, niet elke dag, wel steevast maandag en dinsdag. Ik woon 2 kilometer verderop, kort bij de kerk. Liefst ga ik met de fiets naar de boerderij, dan kost het niks, en anders met de auto. Mooi werk vind ik zorgen dat de kalveren er goed opstaan: een zakje suiker in de zak, ze laten sabbelen en dan kun je ze mooi laten kijken. Achteraf heb ik er geen spijt van dat ik geen timmerman ben geworden.
Ik heb het geluk gehad dat er opvolgers waren die er zin in hadden en ben trots op Peter en Geert, maar ook op mijn andere kinderen en kleinkinderen, die andere beroepen kozen en het goed doen."
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses








