‘Tijd voor beheersplan ooievaars’

Foto: Jan Willem Schouten
Grote vogels zoals zwanen, ganzen en ooievaars verdrijven de kleine weidevogels.Het gras op het land naast mijn huis is gemaaid. Ik was niet thuis, dus ik kan u niet inlichten of het hooi of kuil geworden is. De weersomstandigheden waren geweldig, dus beide kan. Inmiddels is het gemaaide land in bezit genomen door … ooievaars. Ze lopen statig rond, op zoek maar regenwormen. Ze lusten ook graag mollen en muizen, maar aan hun loopsnelheid te zien zijn ze daar niet naar op jacht. Het zijn grote beesten, ze kunnen dus heel wat wormen op. Nu veel ooievaarsIk kan mij nog herinneren dat we in de jaren zeventig in Hongarije een hele zwerm van die beesten boven een meertje zagen rondcirkelen. Het duurde even voor we ze herkenden, ik had in Nederland in de jaren ervoor nooit een ooievaar gezien. Dat kon ook kloppen, want ik las ergens dat er in 1972 nog maar 16 broedparen in Nederland waren. Inmiddels zijn er rond de 1.000 paren, in totaal zo’n 3.000 vogels. Die groei is veroorzaakt door het terugdringen van schadelijk landbouwgif en door allerlei broed- en opvangstations. Er zit zo’n ooievaarstation bij Meppel, en wie daar over de A28 rijdt, ziet het gevolg: heel veel ooievaars in het land.Het wordt zo wel tamelijk druk op het weiland. Naast de ooievaars zijn er ook heel veel ganzen, van grauw tot nijl. Inmiddels zijn er ’s winters meer dan 2 miljoen, 10 keer zo veel als in 1975. En ook de zwanen rukken op. Hun aantal is gedurig toegenomen, van bijna zeldzaam in de jaren zestig tot zo’n 50.000 exemplaren, en misschien wel meer, nu. Al deze grote vogels verdrijven de kleintjes. De kleine weidevogels staan zeer onder druk, waarbij iedereen een ander de schuld geeft. De één wijt het aan rationalisatie van de landbouw, de ander aan roofdieren. Hoe het ook zij, de sterke toename van het aantal grote vogels helpt de kleintjes bepaald niet. Foto: Jan Willem SchoutenBeheersplan voor ooievaarsEen gewaardeerde collega uit Antwerpen heeft me ooit geleerd dat de grootte van de vogels toeneemt met het stijgen van de productiviteit van het land. Dat gaat zeker op voor ganzen en zwanen, want dat zijn planteneters. De Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland heeft dat ook begrepen; zij pleiten er dan ook voor om grasland weer om te zetten in laagproductieve kruidenrijke weiden. Dan is er minder te eten voor de grote vliegende grazers en komen er vanzelf minder. Op zichzelf hebben ze gelijk, maar het zou tegelijkertijd het einde van de landbouw in Zuid-Holland zijn, en ik vermoed dat daar nog geen meerderheid voor te vinden is.Ooievaars eten geen gras, dus daar is deze redenering niet zonder meer op van toepassing, maar ook zij verdrijven de kleintjes. Toen ik met het schrijven van dit stukje begon, liepen er twee ooievaars in het land hiernaast, maar nu zijn het er al vijf. Het wordt tijd voor een beheersplan voor ooievaars, net zoals dat voor ganzen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









