Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)
250+ resultaten
Weergave:

Agrarische natuurverenigingen krijgen een plek in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Zoals de voorstellen er nu uitzien gaan de Europese landbouwministers mee met het Nederlandse voorstel om agrarische natuurcollectieven te kunnen inzetten bij het natuur- en landschapsbeheer.


Bijna de helft (43%) van alle boeren gaat geen Europese landbouwsubsidie aanvragen als de voorwaarden te veel worden aangescherpt. 47% van alle boeren noemt het aanscherpen een slechte zaak.


Wat schiet de boer op met subsidie voor kringlooplandbouw?


In het land van Dracula trekken grote bedrijven en multimiljonairs geen bloed, maar miljoenen euro’s uit het GLB. Het contrast met de gemiddelde Roemeense boer die nog geen 5 hectare bezit is enorm.


De Europese landbouwministers nemen nog geen standpunten in over het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).


Grote bedrijven krijgen per bedrijf een behoorlijk hogere toeslag van de EU dan kleine. Vaak hebben ze ook nog een lagere kostprijs. Bij gelijke opbrengstprijzen is dan het inkomen plus toeslagen van de grotere bedrijven fiks hoger. Dat is in de praktijk meestal het geval.


Het EU-landbouwbeleid is weer in discussie. Dat is niets nieuws. Feitelijk verkeert dit beleid al vanaf de start voortdurend in staat van verbouwing. Dat begon al met het Plan-Mansholt uit 1968. Daarna zijn er nog vele herzieningen geweest. Gezien de roep om een nieuwe hervorming hebben die blijkbaar niet het gewenste resultaat opgeleverd.


Er moeten meer bomen komen, vindt René van Druenen. Daar zijn verschillende redenen voor. Hij pleit voor stimulering van aanplant op landbouwgrond.


De Tweede Kamer vindt het soms maar moeilijk dat provincies als eigenstandig overheidsorgaan invulling geven aan het Europees beleid. Provincies zien de bemoeienis van de Tweede Kamer niet altijd zitten. De minister moet zich daartussen een houding geven.


De directe inkomenssteun in het huidige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid draagt nauwelijks bij aan het voorkomen van de uitstoot van broeikasgassen.
