Swinkels: agrarische sector heeft krachtenbundeling nodig

Foto: Ton Kastermans
De agrarische sector heeft een nieuwe krachtenbundeling nodig. Vooral horizontaal, tussen de diverse productieketens. Het huidige gebrek daaraan maakt de sector onnodig zwak, vindt Henny Swinkels.Wie Henny Swinkels (1950) zegt, zegt kalfsvlees en netwerken. Hij wil overal bij zijn, ook op plaatsen waar hij schijnbaar niets te zoeken heeft. Al die inzet heeft zijn werkgever, de familie Van Drie, geen windeieren gelegd. Swinkels heeft als ‘director corporate affairs’ de weg bereid voor de producten van de VanDrie Group, steeds nieuwe kansen gezocht en ook gepakt, en de achterhoede gedekt. Het was eigenlijk te veel om in een persoon te verenigen.Lees ook: AgriTop 50: Swinkels blijft aan de top publiekspeilingNu hij het op zijn 68e iets rustiger aan begint te doen, worden zijn taken in pakketjes geknipt en geleidelijk overgedragen. Dat wil niet zeggen dat hij het bijltje er al bij neergooit. Swinkels broedt – zelf en in gesprekken met anderen – op een plan waar de hele agrarische sector baat bij kan hebben: een organisatorische krachtenbundeling, waarmee het nog altijd gevoelde verlies van de product- en bedrijfschappen kan worden goedgemaakt.Henny Swinkels - Foto: Ton KastermansWaarom zou een nieuwe krachtenbundeling nodig zijn?“Er is nu geen orgaan met de nodige doorzettingsmacht om te komen tot verdere kwaliteitsverbetering. Dit terwijl we heel hard een nieuw kwaliteitsmodel nodig hebben. Het zal de redding zijn voor de Nederlandse agrosector.”Hoezo?“De ontwikkelingen op kwaliteitsgebied, zowel in de vleeskalversector als elders, gaan zo hard dat diverse partijen dat niet meer kunnen volgen. Zeker niet individueel.”De tijd dat primaire producenten zelfstandig produceren voor een wereldmarkt is echt voorbij“Ondertussen lijden we aan versnippering, gebrek aan richting en moeten we acteren om onze relatief hoge kostprijs goed te maken. De tijd dat primaire producenten zelfstandig produceren voor een wereldmarkt is echt voorbij.” Swinkels pauzeert even en herhaalt: “Echt voorbij.”Wellicht vooral in de kalverketen, waar bedrijven toch al voor de integraties werken…“Ook in andere sectoren. Misschien dat sommige bedrijven een broodwinning houden in de regio, met producten voor die markt. Dat gaat perfect, maar hoe kan een individueel boertje – en ik zeg dat met alle respect – zich nu staande houden op markten ver weg? Zelfs in Duitsland of België zijn de markt en consumentenvoorkeuren al heel anders, om maar te zwijgen van markten als Japan en China. Als grote exporteur moeten wij op die markten wel de behoefte kennen om goed te kunnen verkopen.”Met de productschappen ging het uiteindelijk fout door een mismatch in ontwikkeling tussen de primaire sector en het bedrijfsleven“Wij moeten goed georganiseerd zijn. Niet alleen in productieketens, maar ook tussen de diverse ketens en sectoren onderling. Met de productschappen ging het uiteindelijk fout door een mismatch in ontwikkeling tussen de primaire sector en het bedrijfsleven. Ook was er te weinig horizontale afstemming, zoals vroeger in het Landbouwschap.”Is dit niet een beetje nostalgie naar vroeger, de tijd van het corporatisme en zo?“Nee, het moet op andere basis. Maar er gaat in Nederland weer een instelling komen die horizontale zaken regelt, met daaronder diverse verticale structuren. In zo’n instelling moeten overheid, bedrijfsleven en brede agro-kennisinstellingen vertegenwoordigd zijn. Aansluiting is vrijwillig. Ondernemingen zullen zich echter maar wat graag willen aansluiten vanwege de voordelen.”Het betekent niet dat boeren opgesloten zitten in bepaalde ketens. Wisselen blijft mogelijk“Boeren zijn soms nog heel druk met hun in- en verkopen – wat ze wel en niet kopen en aan wie ze het beste kunnen verkopen. In de toekomst zal het niet meer allereerst dáárom gaan, maar om de vraag hoe een ondernemer de productieketen kan beïnvloeden, kwaliteit toevoegen en optimaal kan afleveren, inclusief alle relevante data. Van belang is wel dat die data onafhankelijk beheerd worden. Dát is optimalisatie. Het betekent niet dat boeren opgesloten zitten in bepaalde ketens. Wisselen blijft mogelijk.”Het lijkt me een visie waarbij uw ervaring vanuit de vleeskalversector meespreekt.“Als het gaat om productkwaliteit zeker. Beheersing van het eindproduct voor de eindgebruiker staat bij ons bovenaan. Bij VanDrie gaat het er om 365 dagen per jaar dezelfde kwaliteit te kunnen leveren, met behoud van smaak, kleur en alles wat er toe doet. Kalfsvlees produceren is hightech geworden. Ik denk dat nergens in Nederland vlees geproduceerd wordt met meer kennis en kunde, alle fronten beantwoordend aan maatschappelijke eisen.”Dat is jullie ook niet ineens op het netvlies gesprongen.“In de loop der jaren is dat steeds belangrijker geworden. De vleeskalversector heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt: in de houderij, met de voeding, alles. Bij de voeding zijn we gegaan van alleen de lebmaag naar benutting van alle magen. Ook de markt is sterk veranderd. In Europa is die in consolidatie en deels licht teruglopend. Kalfsvlees gaat daarbij meer terug naar de oorsprong, een product voor de specialiteitenmarkt – voor restaurants en ook meer voor thuisgebruik. Daarnaast komen er meer hybride producten op de markt, met groente en dergelijke.”Hoe ontwikkelt de markt zich verder?“De komende jaar of 10 gaat het vooral om optimalisering.”De kalversector is grotendeels in handen van enkele sterke integraties, Van Drie vooraan. Toch zie je af en toe nieuwe spelers, soms ook denken zij het anders en goedkoper te kunnen. Wat moeten we daarvan denken?“Er zijn regelmatig partijen die denken dat ze het op hun manier kunnen. Die moeten wat mij betreft vooral de ruimte krijgen. Maar ik zeg: het is niet zo gemakkelijk om echt goed kalfsvlees te produceren.”Hoe bent u bij VanDrie terecht gekomen en in deze functie?“Als oudste van een gezin van 10 in Oost-Brabant ben ik via de Middelbare Landbouwschool op het lab van de Friesche Vlag terecht gekomen. Dat ging destijds via tussenkomst van de NCB. Omdat ik hele goede cijfers had, kon ik kiezen uit 3 plaatsen. Ik koos voor Leeuwarden. Daarna heb ik voor Sloten gewerkt in diverse Europese landen en daar de praktijk en de markt leren kennen. Toen Sloten werd overgenomen door Van Drie bestond mijn functie nog helemaal niet. De inhoud ervan hebben we zelf bedacht. De VanDrie Group is geleidelijk verder uitgegroeid, onder meer door bedrijven op te kopen. De kracht van de familie Van Drie is dat ze zaken hebben toevertrouwd aan hun mensen. Mijn functie is nooit iets geweest van afwachten en kijken. Het was altijd proactief bezig zijn, nieuwe ontwikkelingen vóór zijn. Dat is de allergrootste kunst.”Bekijk de AgriTop 50 van 2018!
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









