Sturm: Precisietechniek moet vooral praktisch zijn

Foto: Jan Willem Schouten

Foto: Jan Willem Schouten


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De gebroeders Sturm weten steeds beter welke precisietoepassingen voordelen bieden op het bedrijf. Belangrijk is dat ze praktisch en zelf uitvoerbaar zijn.Met het verstrijken van de jaren die de familie Sturm met precisielandbouw bezig is, tekent zich steeds beter wat het voor hun bedrijf betekent. De broers Max en Gijs Sturm en vader Koos behoren tot de eerste groep enthousiaste deelnemers aan de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL) en hebben al een reeks aan technieken toegepast. De thema’s zijn variabele toepassingen van aardappelen poten, doseren van bodemherbicide, loofdoden en bemesten. Vorig jaar zijn ze zelf aan de slag gegaan met vochtbepaling in de bodem. Recent zijn daar de eerste ervaringen met strokenteelt bijgekomen.Max (23) heeft met broer Gijs een akkerbouwbedrijf in een maatschap met hun ouders Koos en Jozefien. De broers behoren tot de groep eerste NPPL-deelnemers in 2018. - foto: Jan Willem SchoutenAkkerbouwbedrijf Sturm in Ens (Fl.)Bedrijfsgegevens
162 hectare akkerbouw
45 hectare aardappelen
55 hectare granen
15 hectare suikerbieten
15 hectare zaaiuien
18 hectare winterpeen
8 hectare witlofpennen
6 hectare tulpenVariabel potenHet NPPL-seizoen begon met variabel poten. “Dit jaar stonden de aardappels op een kavel van tien hectare met een licht en een zwaar stuk”, vertelt Max. “Door variabel te poten hebben we een egale partij geoogst, waar anders absoluut meer variatie in zou hebben gezeten.” Op de lichte delen is de afstand 40 centimeter; op de zwaardere grond 36 centimeter. Het is een toepassing die ze ook voor 2021 willen doen.Taakkaart op basis trekkerdataBijzonder is dat de taakkaart is gemaakt op basis van de verzamelde trekkerdata. Het zwaarder de grond, hoe hoger het dieselverbruik. Dat levert eigengemaakte perceelskaarten op. De broers gebruiken sinds vorig jaar twee LogMaster-systemen van Vantage-Agrometius om de trekkerdata gestructureerd op te slaan. Het vraagt minder handelingen en de kans op fouten is kleiner.Opbouwen databestandVorig jaar zijn twee CropSpec-sensoren van Topcon op de trekker geplaatst. Deze gewassensing-sensoren brengen de hoeveelheid bladgroen en biomassa in beeld. Deze data is bruikbaar bij concrete toepassingen als kunstmest strooien, maar helpt ook bij het opbouwen van een databestand van de percelen. “De bedoeling is om alle data over elkaar heen te leggen om over de jaren heen de ontwikkelingen in beeld te brengen”, aldus Max. “Afwijkende plekken in beeld brengen, of bepaalde toepassingen wat eerder of later doen.” Dat is tenminste de bedoeling; dit jaar werkten de sensoren niet goed en de reden is niet precies duidelijk. “Mogelijk is het op te lossen door een betere afstelling en het systeem goed samen te laten werken met de terminal.”Voor plaatsspecifiek spuiten met onkruiddetectie is door Dronewerkers onkruid in kaart gebracht. Het leidt tot een middelenreductie van 88%. - Foto: Peter RoekStikstof per plaats gemetenZe gebruiken data bij variabel bemesten. Maar nog beter zou zijn als tijdens het uitrijden van drijfmest de hoeveelheid stikstof per plaats wordt gemeten. De verschillen in samenstelling zijn namelijk groot, weten ze uit eigen ervaring. “Dan heb je een goede basis om op basis daarvan te corrigeren met kunstmest,” vertelt Max.Plaatsspecifiek spuiten met onkruiddetectieEen voorbeeld daarvan is het plaatsspecifiek spuiten met onkruiddetectie. Eerder is door Dronewerkers onkruid op een perceel in kaart gebracht. Het specifiek bespuiten leidt tot een reductie van zeker 88% in het gebruik van gewasbeschermingsmiddel, blijkt uit de eigen registratie.DroneDe broers hebben dit jaar ook zelf gevlogen, met een ‘gewone’ drone van een kennis. Ze willen bekijken of ze met deze data zelf eenvoudig kaarten kunnen maken met daarop de plekken met onkruid. Het voordeel is dat ze flexibel en snel kunnen zijn bij deze bespuiting en bovendien een stuk kosten besparen. Het idee is om de plekken met distels op te slaan en zo door de tijd heen te volgen.Het weerstation GeoBas is een toepassing die praktisch goed in te passen is en direct voordeel oplevert.Beregenen bepalenVerder is dit seizoen gewerkt met weerstations met bodemvocht en zuigspanningssensoren GeoBas. Ook een toepassing die praktisch goed in te passen is en direct voordeel oplevert. Ze gaan er daarom in 2021 mee door. Drie van deze stations op drie locaties geven inzicht in de lokale omstandigheden. Daarbij is regenval een belangrijke factor. “Het verschil is groot ondanks dat percelen dicht bij elkaar liggen,” aldus Max. Op basis van de zuigspanning is te bepalen wanneer opnieuw beregend moet worden en hoeveel millimeter dan nodig is. Max: “Vooral het juiste moment voor de tweede beregening is belangrijk, dat maakt het effect van de beregening het meest duidelijk.”Bodemherbicide en loofdodenTwee NPPL-items zijn dit jaar niet in de praktijk gebracht: variabel bodemherbicide spuiten en variabel loofdoden. Wat betreft de bodemherbicide speelt mee dat het een droog en dus moeilijk jaar was. Maar zeker zo belangrijk is dat de ondernemers minder gewasbeschermingsmiddelen ter beschikking hebben. Met de middelen die ze nu hebben, durven ze het niet aan om de grens op te zoeken bij een minimale toepassing. “Elke toepassing moet raak zijn”, vindt Max. “Het middelenbeleid werkt dus averechts op de mogelijkheid van nieuwe toepassingen.”Koen van Boheemen (27) is technisch onderzoeker precisielandbouw & smart farming bij Wageningen University & Research. Hij werkt deels op het eigen akkerbouwbedrijf.‘Veel aandacht voor het op de juiste manier verzamelen van data’Koen van Boheemen ervaart als NPPL-begeleider dat de broers en hun vader steeds meer hun eigen weg vinden.

“Ze weten goed wat er wel en niet kan op hun bedrijf”, aldus Van Boheemen. “Daarbij benaderen ze het heel praktisch: het moet iets bijdragen en ze willen zoveel mogelijk in eigen hand houden.” Hij onderschrijft de kritiek die ze hebben op het middelenbeleid van de overheid en dat toekomstgerichte precisietoepassingen weg te dreigen te vallen.

De mannen Sturm hebben volgens hem na drie jaar een goed onderbuikgevoel ontwikkeld om te beslissen welke toepassingen kunnen helpen stappen vooruit te zetten. “Er is op dit moment veel aandacht voor het op de juiste manier verzamelen van data om gefundeerd beslissingen te nemen. Zo is beregenen op basis van zuigspanning een duidelijke en betrouwbare indicator gebleken.”

Meer over jaren heen kijken
Ook kijken ze volgens Van Boheemen steeds meer over de jaren heen: data worden uiteraard nauwkeurig bekeken en waar het kan ingezet, maar ook zorgvuldig opgeslagen. “Zo leggen ze een basis voor toekomstige precisietoepassingen, waar ze kunnen bouwen op data over meerdere jaren. De mannen streven daarbij naar maximaal automatiseren van dit proces.”

Een paar succesvolle toepassingen van de afgelopen jaren worden niet meer gedaan, bijvoorbeeld rondom gewasbescherming. “Niet door het (teelt) technische aspect maar veranderende wetgeving. Het is belangrijk dat we als sector er serieus mee bezig zijn. Zodra innovaties meegenomen gaan worden in de toelating, kunnen de mannen Sturm in ieder geval flinke stappen zetten.”Gewassen naast elkaarHet laatste onderwerp waar de broers en hun vader dit jaar ervaring mee op hebben gedaan is de zogenoemde strokenteelt. Dat doen ze samen met de Stichting Future Food Production onder de naam Akker van de Toekomst. Daarin wordt strokenteelt toegepast in combinatie met onbereden beddenteelt.Diversiteit boven en onder de grondHet idee erachter is meerdere gewassen naast elkaar telen, wat goed is voor de diversiteit boven en onder de grond en ziekten en plagen minder gemakkelijk verspreiden. Sturm heeft dit gedaan op een perceel van 2 hectare, met 30 stroken met vaste rijdpaden. Daarop stonden afgewisseld aardappelen, uien, rode bieten en tarwe/veldbonen en haver/lupine. Een strook vlinderbloemigen zorgt voor natuurlijke aanvoer van stikstof. De teelt is redelijk goed gegaan en ondanks geen bespuitingen was er weinig druk van meeldauw en phytophthora. Er was wel bovengemiddeld veel overlast van trips in de uien.Een nieuw onderwerp dit jaar was de strokenteelt. Alhoewel de ondernemers kritisch zijn, heeft het ze aan het denken gezet en gaan er wel mee verder.Geen harde conclusiesDe akkerbouwers trekken nog geen harde conclusies over de mogelijkheden, maar vinden het interessant om te volgen. Vooral de vaste rijpaden heeft de belangstelling. “Het heeft ons wel aan het denken gezet. Volgend jaar gaan we er mee verder.” Er komen mogelijk suikerbieten in plaats van rode bieten, afhankelijk van de oogstmogelijkheden op de paden. Ook maken de mengteelten plaats voor veldbonen en wintertarwe.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.