Strikte keuze: mais in wissel- of continuteelt

Foto: Henk Riswick

Foto: Henk Riswick


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Rouleren van gras en mais draagt bij in behoud van organische stof, opbrengst gewas en optimale verdeling van mest. Het management vraagt dan wel aanpassing en een bouwplan is nodig.De voordelen van rouleren van mais met gras, in de meeste gevallen toegepast als drie jaar gras en drie jaar mais, zijn onmiskenbaar. Een maisteelt onttrekt in de regel organische stof aan de bodem, terwijl grasland juist organische stof opbouwt. Door afwisseling wordt op de percelen waar mais verbouwd wordt een soort van ‘steady state’ gecreëerd op dat vlak en wel op een hoger niveau dan bij continuteelt.Geen mest na scheurenDe gewasopbrengsten zijn bij wisselteelt hoger, omdat voor de teelt van gras andere mengsels kunnen worden ingezet die veelal een hogere opbrengst geven plus dat steeds de nieuwste genetica wordt gebruikt. Daarbij komt dat de maisteelt na scheuren in het eerste jaar zonder aanvoer van dierlijke mest een prima gewas kan geven, omdat de afbraak van de zode voldoende nutriënten biedt aan de maisteelt. En door afwisselende teelten wordt de activiteit en de variatie van het bodemleven gestimuleerd.
Ongeacht wisselbouw of continuteelt is een geslaagde groenbemester wezenlijk onderdeel van een goede maisteelt. Hier wordt groenbemester ondergewerkt. - Foto: Henk RiswickDe plantresten die achterblijven bij de oogst van ccm of mks leveren een belangrijke bijdrage in de organische stof op percelen waar mais in continuteelt wordt verbouwd. - Foto: Ronald HissinkDie mineralisatie van de zode gaat ook in het tweede jaar door, waardoor dan slechts een halve dosering van de mesthoeveelheid nodig is, circa 15 kuub, om in de nutriëntenvoorziening van de maisteelt te voldoen. De bespaarde mest in het eerste en tweede jaar na scheuren kan dan op andere percelen worden benut.Scheuren van een driejarige zode levert in het eerste jaar tussen 100 en 150 kilo stikstof per ha voor het volggewas. In het tweede jaar nog circa 50 kilo stikstof per hectare. Houd er wel rekening mee dat in het jaar van scheuren van gras ten behoeve van een volgteelt mais de plaatsingsruimte stikstof met 65 kilo vermindert. Scheuren van gras moet dan uiterlijk 10 mei gebeurd zijn.Vijf tips voor behoud van de conditie van de bodem bij continuteeltHet organischestofgehalte in de bodem is te beïnvloeden met management.

1. Teel een goed vanggewas. Een goed geslaagd vanggewas brengt effectieve organische stof in de bodem en verhoogt de beworteling en daarmee de ontwatering. Tevens zorgt een goed geslaagd vanggewas voor activiteit van het bodemleven;
2. Werk het vanggewas tijdig onder. Onderwerken van een vanggewas moet rond half maart plaatsvinden. De nutriënten, uit afbraak van het vanggewas, komen dan vrij rond juni, juli, wanneer de behoefte en opname van nutriënten door het volgende maisgewas op zijn hoogst is; 
3. Voer compost aan mits er fosfaatruimte is. Compost bevat veel organische stof. Werk de compost door de bovenlaag;
4. Verhoog plantresten op het land door (een deel van) de mais te oogsten als mks of ccm. Plantenresten van mais zijn een goede aanvulling van de effectieve organische stof in de bodem;
5. Voer zo min mogelijk grondkerende bewerking(en) uit. Door weinig in de grond te woelen, wordt de mineralisatie en afbraak van reeds aanwezige organische stof teruggebracht.Nu kiezenWie in het najaar wil starten met rouleren van gras en mais moet daar nu al over nadenken, met name diegenen die op zand- en lössgrond werken. Daar moet immers een besluit vallen vóórdat de onderzaai of gelijkzaai wordt toegepast die dan achteraf onnodig blijkt. Wel geldt de verplichting op zand- en lössgrond dat de inzaai van het gras na mais vóór 1 oktober moet plaatsvinden. Bij besluit voor continuteelt is het raadzaam om het niveau van het organische stofgehalte in de bodem te managen (zie kader vijf tips). Behoud van organische stof brengt een betere structuur van de bodem met zich mee.ContinuteeltOndanks een aantal voordelen van wisselteelt, wordt mais toch veelal in continuteelt verbouwd. Dat heeft met twee belangrijke aspecten te maken. Dat zijn afstand en beweidbare oppervlakte. Maisteelt op percelen die verder weg liggen, is vaak makkelijker omdat de loonwerker meestal zaait en spuit tegen onkruid. En de maisoogst gaat in één keer. Een grasperceel op afstand wordt meestal niet beweid dus daar moet dan pakweg vijf keer per jaar worden geoogst wat veel tijd kost en relatief duur is door alle transportbewegingen. Een veebedrijf met 100 koeien op 25 hectare beweidbare oppervlakte heeft 4 koeien per hectare. Bij vrijmaken van 5 hectare voor vruchtwisseling stijgt de veebezetting naar 5 melkkoeien per hectare. Het aantal uren weidegang en de grasopname daalt daardoor met respectievelijk 1,5 uur en 1,9 kilo droge stof per koe per dag. Voor rouleren komen dus de percelen in aanmerking die dichter bij huis liggen. En dat zijn dan ook vaak weer de percelen die beweid kunnen worden. Dat levert een dilemma op met de beweidbare oppervlakte. Beweiden en benutten van vers gras is de meest efficiënte manier om gras om te zetten in melk zonder conserverings-, bewaar- en uitkuilverliezen.In het grondgebruik moet dus een evenwicht gezocht worden. Dat hangt af de veebezetting per beweidbare oppervlakte en de gewenste grasopname in relatie tot het aantal uren weidegang. De verkorte tabel maakt duidelijk dat, logischerwijs, een intensivering ten koste gaat van het aantal uren weidegang en de grasopname per koe. In stand houden van het aantal uren weidegang met een hogere bezetting vraagt dan wel om meer bijvoeding.Henk (50) en Bram (20) Mateman houden in Vragender (Gld.) 170 melk- en kalfkoeien op 40 ha grond. - Foto: Hans PrinsenMais in 60-20-20-systeemHenk en Bram Mateman hebben hun snijmais altijd al gerouleerd met gras over het hele bedrijf, inclusief de huiskavel. Sinds vorig jaar hebben ze echter een omslag gemaakt in hun bedrijfsopzet.De koeien krijgen, na jarenlang op stal te hebben gestaan, sinds 2019 weer weidegang. De huiskavel is 20 hectare en met beweiding door het koppel melk- en kalfkoeien van 170 stuks is daar geen ruimte meer om nog snijmais in het bouwplan te passen. Rouleren van gras met mais wordt nog wel overeind gehouden op de 20 hectare grond dat iets verder van huis ligt.Vorig jaar werd daar al 3 hectare snijmais verbouwd. Na deze teelt is lenterogge gezaaid. Dit jaar komt daar er nog 4 hectare extra beschikbaar voor de maisteelt. Het gewas komt op een grasperceel dat te slecht in conditie is. Wel is er eerst nog bemest met drijfmest en kunstmest. Half april is het perceel gemaaid en nu is het klaar gemaakt voor de maisteelt.Het eerste jaar na scheuren geeft Mateman de mais geen verdere bemesting, behalve nog zo’n 10 ton stalmest. De drie veldkavels zijn elk zo’n 7 hectare groot. Het is de bedoeling dat de percelen twee jaar voor maisteelt gebruikt worden met snijrogge als tussenteelt. Na twee jaar mais gaat er vierjarig productie gras in. Zo komt hij uit op een 60-20-20-systeem waarbij 60% blijvend grasland, 20% mais en 20% kunstweide de verdeling bepaalt. Met dit bouwplan kan Mateman toch nog een goede opbrengst realiseren op de droge zandgrond. Daarbij zorgt vruchtwisseling ook dat hij de schade en problematiek van engerlingen kan beteugelen.Bedrijfsinformatie
170
melk- en kalfkoeien
40
hectare grond
7
hectare maisOnkruidRouleren komt vooral in beeld als de onkruiddruk op de percelen continu maisteelt te hoog wordt. Ook verbeteren van de afwatering of ontwatering, opheffen van storende lagen in grasland kunnen aanleiding zijn om daar het land een of enkele jaren bouwlandmatig te beheren. Op de derogatiebedrijven past een wisselregime van drie jaar gras en drie jaar mais het beste.Op bedrijven met een ruime ruwvoerpositie kan het derde jaar mais ook vervangen worden door een jaar graanteelt. De opbrengst van het graan dient dan als krachtvoervervanger of kan worden verkocht. Het voordeel van graan in plaats van mais in het laatste jaar is dat de ruwvoerpositie niet almaar ruimer wordt. Ook is het land eerder vrij voor herinzaai met gras. De kans van slagen is bij inzaai in augustus veel groter dan begin oktober. Zeker als er klaver in het mengsel wordt gebruikt is een (na)zomer inzaai, augustus begin september, het meest geschikt. In het najaar kan er dan nog een snede worden geoogst.Het voordeel van grasklaver als driejarige tussenteelt is dat er geen aanvoer van kunstmeststikstof nodig is omdat de klaver voor stikstofbinding zorgt. Na scheuren van een grasklaverteelt levert dat ook meer stikstof op voor de volgteelt mais.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.