Stress bij zeug van invloed op staartletsels

Foto: Hans Banus

Foto: Hans Banus


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Niet alle staartbeschadigingen ontstaan door staartbijten, vaak hebben biggen al bij geboorte beschadigingen. Reden voor meer onderzoek naar stress en gedrag.Er wordt steeds meer onderzoek gedaan naar het beëindigen van het couperen van staarten. Uit verschillende buitenlandse onderzoeken wordt duidelijk dat het verstrekken van structuurrijker voer en afleidingsmaterialen alleen niet voldoende zijn om succesvol te stoppen met couperen. De Duitse Justus-Liebig-universiteit heeft de probleemfactoren rond couperen hoog op de onderzoeksagenda staan. Uit haar eerste onderzoeken kwam al naar voren dat biggen niet alleen door bijtgedrag staartbeschadigingen hebben maar al met een aanzet van beschadigingen geboren kunnen worden. Deze ontstekingsreacties en aanzetten tot necrose aan staart, oren, klauwranden, spenen, vulva en snuit worden aangeduid als SINS (Systemic Inflammation and Necrosis Syndrom) kunnen gescoord worden. In het onderzoek kwam naar voren dat 80% van de onderzochte biggen al met dergelijke beschadigingen geboren werd. SINS heeft ook in de fokkerij de aandacht, elke vorm van verwondingen kan negatieve gevolgen voor welzijn, gezondheid en resultaten van het dier hebben. Onder andere TopigsNorsvin kijkt naar SINS, legt Roos Vogelzang, onderzoeker en adviseur genetica, uit: “Als een staart al beschadigd is, jeukt dat natuurlijk verschrikkelijk en dat kan een oorzaak zijn van bijtgedrag. We zoeken nu naar achterliggende factoren en mogelijkheden voor selectie.” Lees verder onder het kader. Staartbeschadigingen al bij geboorteUit onderzoek van de Duitse Justus Lieblig-Universiteit in Giessen blijkt dat bij staartleasies niet alleen staartbijten maar ook ontstekingen en necrose zonder enige interactie van andere varkens aan de basis liggen. In het praktijkonderzoek kwam naar voren dat meer dan twee derde van de 146 onderzochte biggen al bij geboorte ontstekingsachtige aandoeningen vertoonden aan staartbasis, klauwrand en hakken, spenen, snuit, oren en vulva aangetast. Geen van de biggen was vrij van aandoeningen. Opvallend was dat in het geval van aantasting van de staartbasis bij 48% van de dieren ook de rest van de staart beschadigingen vertoonden. Wanneer de staartpunt beschadigt was, gold dat ook altijd voor de staartbasis. Dat alle huidveranderingen bij geboorte zichtbaar waren wijst er volgens de onderzoekers op dat de basis al in de baarmoeder gelegd is. Rol van stressNaast de mogelijke invloed van mycotoxinen in het voer is stress een thema dat in de Duitse onderzoeken naar voren komt. Ook uit Fins onderzoek kwam al naar voren dat stress naast stalklimaat, voeding, stalbezetting en algehele gezondheid een factor is bij het laten slagen van het behouden van lange staarten. In het Duitse onderzoek wordt met name gekeken naar het ervaren van stress door de zeug. Maar ook genetische invloeden waar stress mogelijk een rol bij speelt, lijken een factor te zijn. Eind januari werd een vervolgonderzoek naar genetische invloed gepubliceerd waar stressgevoeligheid een rol speelt. Er is specifiek naar de verschillen tussen Duroc- en Piétrain-beren gekeken binnen twee uniforme zeugenstapels. Geen van de geboren biggen was symptoomvrij, bij 40% van de biggen werden vijf tot zeven aangetaste lichaamsdelen geteld. Er bleken grote verschillen tussen de ingezette beren te zijn. Zo verminderde het gebruik van Duroc de SINS-score met 59% ten opzichte van de Pietrainberen. Maar ook tussen de vijftien ingezette Piétrainberen traden grote verschillen op, de gunstigste beren scoorden 40% beter dan hun minst gunstige soortgenoten. FokkerijDat in Duitsland er nog aanzienlijke aan stress gerelateerde verschillen aangetoond worden, kan volgens Abe Huisman, directeur R&D bij Hendrix Genetics, liggen aan het feit dat in de Duitse varkenshouderij nog ouderwetse Piétrain-lijnen worden gebruikt: “Een jaar of 25 geleden heeft de fokkerij al duidelijk onderscheid gemaakt tussen stress-positieve en stress-negatieve dieren en dat had ook te maken met de vleeskwaliteit. We testen hier nog altijd op als kwaliteitscontrole maar zien er eigenlijk niets meer van terug. Hooguit in de traditionele Duitse en Belgische Piétrainfokkerij spelen de stress-positieve en stress-negatieve lijnen een rol.” Lees verder onder de foto. Er spelen veel factoren bij lange staarten, fokkerij is er een van en fokkerij-organisaties onderzoeken de gedragsfactoren. - Foto's: Hans BanusStress nog ongrijpbaarBij de genetische invloed speelt stress een rol maar het grote probleem met dit onderzoekskader is dat stress bij varkens nog een vrij onontgonnen terrein is. Het Piétrainras is van oudsher bekend als stressgevoeliger. In de fokkerij is in de loop der jaren stress bewust en onbewust toegepast als selectiercriteria. “Een zeug die bijvoorbeeld rond het werpen veel onrust vertoont en daarbij de biggen beschadigt, zal eerder afgevoerd worden”, weet dierenarts en universitair docent Ellen Meijer van de faculteit Diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Buiten de fokkerijkeuzes zijn er volgens Meijer wel internationale onderzoeken naar de gevolgen van stress maar daar komen nauwelijks eenduidige resultaten uit: “Het ene onderzoek rept bijvoorbeeld over biggen die angstiger zijn, het andere over biggen die agressiever zijn. Dit lijkt onder andere afhankelijk van het stadium van de dracht waarin de zeug stress ondervindt.” Stresshormoon cortisolDe nadelige gevolgen van stress tijdens de dracht op biggen heeft onder andere te maken met een verhoogde hoeveelheid van het stresshormoon cortisol in het bloed van de zeug, licht Meijer toe. Wat de gevolgen van een verhoogd gehalte aan cortisol voor een zich ontwikkelende foetus is, is afhankelijk van het stadium van de dracht waarin deze verhoging plaatsvindt, hoe lang de big bloot staat aan een verhoogd gehalte aan cortisol en hoe ernstig deze verhoging is. Organen die op het moment van de blootstelling volop in ontwikkeling zijn, zijn kwetsbaarder voor de invloed van cortisol. “In het geval van staartbijten zou het kunnen dat de zich ontwikkelende hersendelen die met angst of agressie te maken hebben, afwijkend ontwikkelen waardoor de biggen meer risico lopen om gedrag dat met staartbijten te maken heeft te vertonen“’ zegt Meijer. “Naast de hersenen kunnen ook andere delen van het lichaam zoals het immuunssysteem beïnvloed worden door blootstelling aan cortisol en kan blootstelling vroeg in de dracht leiden tot een lager geboortegewicht.”Minder stress met vaste voertijdenOver de afgifte van cortisol via de melk in de zoogperiode is uit onderzoek bij onder andere mensen en runderen bekend dat, hoewel er cortisol in de melk terechtkomt en dit hoger is op het moment dat er stress is, het om kleinere concentraties gaat dan in bloed, waardoor waarschijnlijk het effect beperkter is. Ook na de geboorte is niet alleen de hoeveelheid maar ook de duur van de cortisolafgifte van invloed. Tijdens de zoogperiode is de blootstelling waarschijnlijk ook van korte duur. Hoewel het effect van stress bij de zeug via de melk minder groot is, kan stress bij de zeug via haar gedrag de biggen wel degelijk beïnvloeden. Bijvoorbeeld voertijd betekent toch wat onrust in de afdeling, wat ook weer stress bij de biggen kan oproepen. Voorspelbaarheid vermindert in hoeverre iets als stressvol wordt ervaren, dus vaste voer- en controletijden zullen minder stress opleveren.Varken laat weinig zienDierenarts en universitair docent Ellen Meijer is bekend met een onderzoek naar de gevolgen van stress. “Daarbij werd gekeken of verrijkingsmateriaal voor de biggen eraan bij zou dragen dat ze minder gestrest raken van een onrustige zeug. Maar dat leverde eigenlijk niks op.”
Een bijkomend probleem voor stressonderzoek bij varkens is het feit dat varkens blijkbaar weinig uiterlijk vertoon hebben waar duidelijk stress vanaf te lezen is. De stand van oren of staart wijzen niet eenduidig op verschillende emoties. Ook het wegrennen van biggen als schrikreactie kan al snel omslaan in spel waarbij de biggen blijven rondrennen zonder dat de aanleiding nog duidelijk is.
Daarom wordt er in onderzoek vaak gekeken naar het cortisolniveau. Volgens Meijer moet onderzoek zich toch ook meer op uiterlijke kenmerken richten. Wat daarbij kan meewerken is dat er steeds meer aandacht komt naar hoe een dier zich voelt. Lees verder onder de foto. Positief effect is dat goede dieren elkaar beter behandelen wat resulteert in minder staartbijten. Gedrag belangrijke selectiefactor voor behoud van staartenSuccesvol varkens met lange staarten houden, betekent dat er meerdere factoren optimaal moeten zijn. Vanuit de fokkerij wordt daarom ook volop naar gedrag gekeken.
Dat onderzoek staat volgens Abe Huisman van Hendrix Genetics nog in de kinderschoenen: “Gedrag doorgronden wordt steeds belangrijker. Bedrijven worden groter, er komt minder een-op-een mens-diercontact en varkens moeten ook om kunnen gaan met hun omgeving. Denk maar terug aan de groepshuisvesting en voerstations, daar hebben de eerste zeugen ook mee leren omgaan. En nu staan de volgende uitdagingen als het vrijloopkraamhok en lange staarten al weer voor de deur.” Daarom selecteren fokkerij-organisaties steeds nadrukkelijker op gedrag. Een zeug die naar andere zeugen in de groep of naar verzorgers hapt, zal de fokkerij moeten verlaten.

Genetica
Bij TopigsNorsvin zijn gedrag en stress inmiddels opgenomen in de selectie-index. Het ene kenmerktransportstress waarbij dieren gescoord worden op de mate van stress tijdens transport. De andere kenmerk gaat over sociaal gedrag, legt Roos Vogelzang uit: “Daarin kijken we naar het indirect genetisch effect van een dier op de groei van zijn hokgenoten. Als een dier zijn hokgenoten stimuleert om te groeien, dan krijgt hij een hogere score. Bijkomend positief effect is dat de goede dieren elkaar ook beter behandelen wat resulteert in minder staartbijten. Door hierop te selecteren vergemakkelijk je uiteindelijk het behoud van de staart.”

Gebruik van sensoren en camera‘s
Zowel Hendrix Genetics als TopigsNorsvin maken in het gedragsonderzoek steeds meer gebruik van sensoren en camera’s. “Om gedrag en fokkerij te combineren moet je grote aantallen dieren onderzoeken, terwijl veel gedragsonderzoek nu in kleine groepen is uitgevoerd. Een kenmerk als groei is gemakkelijk te meten door te wegen en is de uitkomst van een heel proces. Gedrag is meer een proces, er zitten meerdere dimensies aan en dat maakt het lastiger om het gedrag dat we nu kunnen onderzoeken met behulp van camera’s en sensoren goed te duiden”, stelt Huisman.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.