Strengere monitoring op salmonella bij ouderdieren

Monstername om te controleren op salmonella, via de zogeheten 'overschoentjesmethode'. - Foto: Hans Prinsen
Volwassen vleeskuikenouderdieren moeten elke 2 weken in plaats van elke 3 weken worden gecontroleerd op de aanwezigheid van zoönotische salmonella’s, waar mensen ziek van kunnen worden. Dit heeft de NVWA bekendgemaakt.Volgens EU-regelgeving uit 2010 moet de salmonella-monitoring op vermeerderingsbedrijven elke 2 weken plaatsvinden, maar is een verruiming naar eens per 3 weken mogelijk als minder dan 1% van de koppels besmet is met een zoönotische salmonella. Voor Nederland gold die verruiming, maar omdat in 2015 net iets meer dan 1% (namelijk 1,08%) van de koppels zo’n besmetting had, is de verruiming per 1 januari jongsleden teruggedraaid. Dat in 2016 het aantal besmettingen weer onder de 1% zat, doet daar niets aan af.De monitoring vindt plaats door mestonderzoek.Pluimveehouders nemen monsters met ‘overschoentjesmethode’Pluimveehouders nemen zelf monsters met de zogenoemde overschoentjesmethode (2 monsters per stal). Erkende laboratoria onderzoeken de mestmonsters op de aanwezigheid van Salmonella enteritidis, S. typhimurium, S. infantis, S. hadar en S. virchow. Indien salmonella wordt gevonden, wordt dit gemeld aan de NVWA. Die laat een verificatie-onderzoek uitvoeren. Als die de salmonella-besmetting bevestigt, wordt het koppel geruimd. Die ruimingskosten worden voor de helft uit het Diergezondheidsfonds en voor de helft door de EU betaald. Officiële monstername ook vakerNaast de monitoring die de pluimveehouders zelf moeten (laten) uitvoeren, moet er ook een officiële monitoring worden uitgevoerd. Deze officiële monitoring mocht op twee willekeuring tijdtippen tijdens de productiecyclus gebeuren als in de EU-lidstaat het besmettingspercentage bij volwassen vermeerderingskoppel beneden de 1% lag. De verruiming van die officiële monstername – twee keer per ronde in plaats van drie keer – is sinds 1 januari nu in Nederland ook van de baan. Nu moet drie keer per legronde een officiële salmonella-monstername gebeuren: binnen vier weken na verplaatsing van een koppel naar de legstal, tegen het eind van de legperiode (minder dan 8 weken voor het transport naar de slachterij) en een keer tussen die twee monsternames in.De officiële monstername wordt aangestuurd door de NVWA. Die zorgt ervoor dat een door de NVWA aangewezen monsternemer contact zoekt met de vermeerderaar.Veel vermeerderaars laten koppels al elke 2 weken controlerenDe intensivering van de monitoringsfrequentie zal door veel vermeerderaars niet als zodanig worden ervaren. Want veel vermeerderaars laten al elke 2 weken hun koppels controleren op de aanwezigheid van salmonella, om daarmee te kunnen voldoen aan de voorwaarde voor exportcertificaten voor de uitvoer van broedeieren. Voor uitvoer van broedeieren mag een salmonella-vrij-verklaring niet ouder zijn dan 21 dagen.Twee salmonellatests tijdens op opfokperiodeTijdens de opfokperiode worden vermeerderingsdieren 2 keer getest op de aanwezigheid van salmonella’s: de ingangscontrole met de inlegvellen (vanuit de broederij), en vlak voor het overplaatsen naar de legstal door een dierenarts.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









