‘Stakingslijfrente: belastingtruc of droomvertrager?’
Stel je voor: je hebt jarenlang keihard gewerkt aan je eigen onderneming. Je hebt avonden doorgehaald, vakanties opgeofferd, slapeloze nachten gehad – allemaal om je bedrijf van de grond te krijgen. En dan is het zover: je stopt. Het bedrijf wordt verkocht, de vlag kan uit, maar dan staat de Belastingdienst al handenwrijvend klaar. Tot wel 45% van de boekwinst mag je meteen weer inleveren.

Fokveeveiling van stoppende veehouder. Foto: Ronald Hissink
Gelukkig kun je de stakingslijfrente inzetten als een soort fiscale superheld: stort je de winst in zo'n lijfrente, dan mag je dat aftrekken van je inkomen. Dat betekent nu minder belasting betalen en later, als je hopelijk wat grijzer en nog wijzer bent, tegen een veel lager tarief weer laten uitkeren. Dit lijkt de ideale oplossing om belasting te besparen.
Maar voordat je al de winst in een lijfrente stort, is het misschien slim om even stil te staan bij een simpele vraag: wat wil je eigenlijk met je geld doen?
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









