Sectorpromotie varkenshouderij is keihard nodig

Foto: Joris Telders
De beeldvorming over de varkenshouderij is niet goed, ‘er waait een gure wind’. Voor de POV reden collectief geld te steken in promotie.De varkenshouderij ligt van alle kanten onder vuur. Er bestaat ongenoegen over het dierenwelzijn. Landelijk en regionaal verzwaart de regeldruk om te zorgen dat de veedichtheid niet groeit en emissies afnemen. Voor de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) is dat reden nadrukkelijker naar buiten te treden. In een persbericht van vorige maand staat dat de POV ‘burger, media en politiek nog meer wil betrekken bij alles wat in de varkenshouderij gebeurt’. POV-voorzitter Ingrid Jansen stelt vast dat het debat over de varkenshouderij de laatste jaren is verhard. Nog meer transparantie is daarom nodig, meent zij. Om dat te financieren wil het POV-bestuur volgend jaar geld innen van de leden voor promotiedoeleinden.ImagoCommunicatiespecialisten vinden dat een goed plan. Jeen Akkerman, van communicatiebureau Jeen in Arnhem, is er één van. Akkerman: “Het is zeker een goed idee dat de POV geld vraagt van de leden voor sectorpromotie.” Akkerman kan zich voorstellen dat varkenshouders hun geld liever in het bedrijf investeren dan in promotie. Niettemin vindt hij investeren in een beter imago ook investeren in het bedrijf. “Investeren in draagvlak is net zo nodig voor de toekomst van het bedrijf als geld uittrekken voor een voerkeuken”, betoogt Akkerman.De almaar aanhoudende kritiek is schadelijk voor de varkenshouderij. Als verhalen van dierenbeschermers de beeldvorming van een grote groep burgers over de varkenshouderij bepalen, is dat niet goed. Volgens Akkerman leidt dat er toe dat er een eenzijdig, negatief beeld over de varkenssector ontstaat bij deze burgers.De tegenwerkingen komen van zowel politiek als maatschappelijke organisaties.Vergelijking met kalversectorHenny Swinkels is directeur corporate affairs van kalfsvleesleverancier VanDrie Group. Hij sprak zes jaar geleden in Boekel een bomvolle zaal met varkenshouders toe tijdens de oprichting van promotieclub Varkens Vandaag. Swinkels was gevraagd als ervaringsdeskundige. De kalversector tobde pakweg 25 jaar geleden ook met een imagoprobleem. De kalveren zaten in kisten, mest werd gedumpt en boze tongen beweerden dat de dieren massaal bloedarmoede leden. Allemaal klachten waarop is gereageerd, zodat het al jaren stil is rond de kalversector.Meerdere belangenbehartigersZes jaar later ziet Swinkels dat de varkenshouderij stappen in de goede richting zet om het imago te verbeteren. Hij vindt het heel belangrijk dat met de komst van de POV met één mond wordt gesproken. Swinkels: “Twee belangenbehartigers hoeven elkaar niet per definitie tegen te werken. Maar het lukt met twee partijen nooit om het maximale tempo te halen bij veranderingen en het optimale samenwerkingsvoordeel te bereiken. Mijn indruk is dat de POV goed in elkaar zit.”Swinkels vindt ook dat de varkenshouderij nadrukkelijk moet uitdragen dat veel wenselijke veranderingen zijn doorgevoerd in de sector, zoals op het gebied van dierwelzijn en diergezondheid. En als zaken nog niet goed gaan, is het verstandig daar aan te werken. Dat gaat volgens Swinkels beter vanuit één organisatie. In dit geval de POV.Lees ook: In de VS is wél geld voor sectorpromotieHenriëtte Verbeek van Het agrarisch communicatiebureau in Renswoude benadrukt dat het met promotie heel belangrijk is een reëel beeld van de varkenshouderij neer te zetten. Dus niet alleen de mooie plaatjes laten zien. Het is gewoon niet zo dat alle varkens in stro liggen.Naar buiten tredenCommunicatiespecialisten zien de ‘aanval’ als de beste verdediging. Zij raden aan niet alleen open dagen te organiseren, maar burgers ook op te zoeken. Verbeek wijst in dat verband op het uitnodigen van basisschoolleerlingen. Verbeek: “Kinderen staan nog neutraal in de discussie. Een bezoek zorgt voor een ervaring bij kinderen. Dat blijft beter hangen dan een verhaal.”Alvorens naar buiten te treden is het erg verstandig samen een goed, dragend verhaal te ontwikkelen dat de basis vormt voor het betoog van iedere varkenshouder, weet Akkerman. Ook is het nodig je voor te bereiden op tegenslagen en crises. Denk aan de fipronil in de pluimveesector. De ervaring leert dat er vroeger of later iets mis kan gaan en dan mag je niet met een mond vol tanden staan, betoogt Akkerman. Stap drie is de dialoog aangaan.Varkensvlees leent zich voor velerlei smakelijke gerechten. Het product vormt de belangrijkste schakel tussen boeren en burgers. Foto: Hans BanusVertrouwenHet zijn de varkenshouders die de dialoog aan dienen te gaan; niet de POV. Het vertrouwen van burgers in bedrijven en instituten staat anno 2017 zwaar onder druk. Akkerman raadt aan in de gesprekken de connectie te maken met voedsel en minder te focussen op technische verhalen over energiebesparing of milieuwinst. De connectie tussen varkenshouders en burgers is immers het vlees dat op de bedrijven wordt geproduceerd. Daarop moet de nadruk liggen in de dialoog, meent Akkerman.ZichtstallenMogelijkheden zijn er voldoende om de sector op de kaart te zetten. De zichtstallen werken goed. Online is enorm veel mogelijk, net zoveel als dierenwelzijnsorganisaties met internet kunnen. Heel concreet oppert Akkerman het idee van een porktruck. Varkensvlees staat culinair weer op de kaart en foodfestivals trekken veel publiek. Als de varkenssector met een (pork)truck deze festivals bezoekt, bereik je een groot publiek. Door de omzet van het festival hoeft dit initiatief ook geen geld te kosten.BiggensterfteDe wereld verandert snel. Vee houden in Nederland betekent inspelen op maatschappelijke wensen, betoogt Swinkels. De onvrede over biggensterfte negeren is daarom geen optie. Als de beoogde daling van de biggensterfte niet wordt gehaald moet de werkgroep bigvitaliteit dat ook eerlijk vertellen en uitleggen hoe het doel wél wordt gehaald, betoogt Akkerman.Bij een groeiende groep varkenshouders groeit het besef dat investeren in sectorpromotie noodzakelijk is. Uit een enquête op de Boerderij-website blijkt dat twee derde van de varkenshouders die de enquête invulden, voorstander is van collectief bijdragen door de bedrijven aan varkenshouderijpromotie.Naam: Ingrid Jansen (32). Organisatie: Producenten Organisatie Varkenshouderij. Functie: Voorzitter. Foto: Van Assendelft fotografie‘Dé oplossing heb ik niet zo voorhanden’Bij haar aantreden als NVV-voorzitter in 2014 was het doel van Ingrid Jansen een bijdrage te leveren aan de imagoverbetering van de varkenssector.Ruim drie jaar later moet ze constateren dat het debat met politieke- en maatschappelijke organisaties en de varkenssector is verhard. Jansen: “De partijen graven zich dieper in hun loopgraven en de polarisatie groeit.”Wat is er aan de hand?Jansen: “In vergelijking met vijf jaar geleden is er sprake van een kentering. Vroeger sloten veehouders zich op en bestond wantrouwen tegenover de politiek. Nu zijn varkenshouders juist in gesprek met beleidsmakers en maatschappij, maar zie je vanuit de politiek veel wantrouwen richting de varkenshouderij. Wij zijn als sector continu in dialoog met beleidsmakers en maatschappelijke organisaties. Dat is tot dusver helaas onvoldoende.”Hoe nu verder?“We hebben aan een aantal belangrijke voorwaarden voldaan. Er is één organisatie die de varkenshouderij vertegenwoordigt, de POV. We hebben een vitaliseringsplan gemaakt, dat wordt gesteund door het ministerie van EZ en partners in de periferie. We vertellen volop hoe we werken als sector, maar desondanks krijgen we geen ruimte om onze plannen uit te voeren. Er is veel wantrouwen richting de varkenssector. Dat is een gevoel en daarom heel lastig weg te nemen. Ik stel me de laatste tijd kwetsbaarder op en vraag vaker hoe het komt dat de kloof is ontstaan tussen politiek en sector en hoe die is te dichten. In de discussie met provincie Brabant hebben we zelfs voorgesteld een mediator in te schakelen. Dé oplossing om het wantrouwen weg te nemen, heb ik niet zo voorhanden.”Nog meer promotie?“Dat is een ontzettend belangrijk onderdeel om de opinie te laten omslaan en daar willen we als POV-bestuur een goed plan voor maken. Ik heb het belang nog eens ervaren tijdens het open weekend bij familie Van den Berkmortel afgelopen maand. De meeste burgers weten niet hoe het er aan toe gaat in de varkenshouderij. Het is nodig dat ze met eigen ogen zien hoe varkens worden gehouden. Varkenshouders moeten hun verhaal blijven vertellen, ondanks de gure wind die er waait. Meer dan dan we nu doen, kan even niet.”Wat is het einddoel?“Misschien is het utopie, maar dat kranten schrijven dat varkens bij Nederland horen. Zoals het nu gaat, gaat het niet goed. De recente Brabantse maatregelen zijn symptoombestrijding. Die plannen leiden er toe dat honderden bedrijven moeten stoppen, het aantal dieren gelijk blijft en de schaalvergroting toeneemt. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn?”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









