Schaap Holland: pootgoedareaal in vier jaar verdubbelen

Foto: Ruud Ploeg
Schaap Holland richt zich in de aardappelveredeling onder andere op ziekteresistentie. Dat is belangrijk omdat gewasbeschermingsmiddelen wegvallen. Afnemers, Brussel en nationale overheden stellen steeds meer eisen aan de teelt, constateert directeur Hans Geling. “Daardoor zijn de marges in de hele aardappelketen klein. De overheid doet er goed aan de consument te prikkelen meer te betalen voor gezond voedsel.”Directeur Hans Geling van Schaap Holland zet de laptop aan en laat een grafiek zien van het pootgoedareaal. In 2011 werd ongeveer 200 hectare pootaardappelen geteeld voor Schaap Holland. Inmiddels is dat gegroeid naar 600 hectare. Het doel is om in vier jaar het areaal te verdubbelen naar 1.200 hectare.Directeur Hans Geling (l) van Schaap Holland bekijkt met accountmanager Leon Haanstra de aardappelen op het Research- en Demo Platform in Biddinghuizen (Fl). Schaap Holland zoekt in Nederland meer akkerbouwers die aardappelen willen telen voor het bedrijf. - Foto's: Ruud PloegVooral groei in FrankrijkDe groei zal niet volledig plaatsvinden in Nederland, verwacht Leon Haanstra, internationaal accountmanager. “Hier is weinig ruimte voor groei van het pootgoedareaal. Onze groei gaat vooral plaatsvinden in Frankrijk. Ruim de helft van ons pootgoedareaal wordt daar al geteeld. We hebben een eigen vertegenwoordiger die het door ons gewenste areaal bij telers onderbrengt en de kwaliteit bewaakt.” Schaap HollandAreaal: 600 hectare pootaardappelen, waarvan ruim de helft in Frankrijk
Omzet: 24.500 ton pootaardappelen per jaar
Andere activiteiten: handel, verpakken, schillerij, gegaarde aardappelproductenFranse keuringsdienst boven partijenGeling is positief over het keuringssysteem voor pootaardappelen in Frankrijk. “De Franse keuring doet niet onder voor die in Nederland. In Nederland praten alle geledingen van de aardappelketen mee in de vaste commissie pootaardappelen van de NAK. In Frankrijk staat de keuringsdienst boven de partijen. Sommige van onze afnemers vragen specifiek naar pootgoed dat in Frankrijk is geteeld. Dat zijn vooral afnemers uit de verwerkende industrieën.”Minder besmettingen met aardappelmoeheidDat komt ook omdat in Frankrijk minder besmettingen voorkomen met aardappelmoeheid (AM) en Meloïdogyne-aaltjes dan in Nederland. Ruimere teeltrotaties van 1:6 of meer hebben een positief effect op de kwaliteit van het pootgoed, zegt Geling. “En de telers laten het pootgoed wel zes weken afharden na de loofdoding om verspreiding van bacterieziek te voorkomen. Maar pootgoed van virusgevoelige rassen telen we liever in Nederland. Onze afnemers in Zuid-Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika hebben een grote voorkeur voor Nederlands pootgoed.”Schaap Holland heeft tien eigen rassen. Het zwaartepunt in de pootgoedvermeerdering ligt bij de vroege fritesaardappelen. Amora is het grootste ras in dat marktsegment.Schaap Holland zoekt in Nederland meer akkerbouwers die aardappelen willen telen voor het bedrijf. Geling: “Dat betreft niet alleen pootaardappelen, maar vooral tafel- en consumptieaardappelen. We zijn een Nederlands bedrijf en willen de aardappelen zo veel mogelijk in Nederland laten telen.”MaritiemaSchaap Holland is in 1964 opgericht als aardappelhandelsbedrijf. Oprichter Ben Schaap verhandelde ook pootaardappelen en had veel contact met aardappelkwekers. Kweker Evert Boerhave vroeg Schaap begin jaren negentig zijn aardappelras Maritiema te verhandelen. Dat werd een groot succes, zegt Geling. “De problemen met aardappelmoeheid namen toe in die jaren. Maritiema is resistent tegen de AM-aaltjes typen A tot en met D en ook enigszins resistent tegen type E. Door die sterke resistentie groeide het pootgoedareaal van dit ras al snel naar 250 hectare.”Contact met zo’n tien aardappelkwekersAangestoken door dit succes startte Ben Schaap in 1996 een eigen veredelingsprogramma. Schaap Holland heeft nu contact met zo’n tien aardappelkwekers, zegt Haanstra. “Wij geven aan wat onze wensen zijn en vragen hun bepaalde kruisingen te maken. Daarnaast bieden de kwekers zaailingen aan die wij vervolgens testen of ze geschikt zijn voor ons.”Diversiteit van activiteitenDe aardappelveredeling van Schaap Holland sluit nauw aan bij de praktijk, zegt Geling. “Schaap Holland is actief op veel afzetmarkten. We verpakken aardappelen en hebben een schillerij. Ook produceren we koud gegaarde aardappelproducten. We verhandelen tafel- en fritesaardappelen. We hebben een sterke relatie met de Nederlandse aardappelverwerkers. En we leveren pootaardappelen aan de afzetmarkten in Zuid-Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Door de diversiteit van onze activiteiten weten we goed wat de wensen zijn in de afzetmarkten en hoe die zich ontwikkelen.”Het Research- en Demo Platform van Schaap Holland in Biddinghuizen (Fl). Het pootgoedareaal is in 9 jaar verdrievoudigd naar 600 hectare.Vroege fritesaardappelenSchaap Holland heeft inmiddels tien eigen rassen op de rassenlijst staan. Het zwaartepunt in de pootgoedvermeerdering ligt bij de vroege fritesaardappelen. Het ras Amora is het grootste in dat specifieke marktsegment. Het ras beslaat ongeveer 80% van het pootgoedareaal van Schaap Holland. Haanstra: “Amora is de drager van ons pootgoedprogramma. Amora is nog tien jaar een licentieras. We zijn op zoek naar een goede opvolger van dit ras.”Aandacht voor ziekteresistentieZiekteresistentie krijgt veel aandacht in de veredeling. Schaap Holland doet mee aan Bio-Impuls, het veredelingsprogramma voor de biologische sector. En het bedrijf heeft het convenant Transitie naar Robuuste Aardappelrassen ondertekend. Haanstra: “Vanuit Bio-Impuls ontvangen we jaarlijks enkele duizenden zaden die we testen op resistentie tegen phytophthora. Daar kunnen veelbelovende rassen uitkomen die goed bestand zijn tegen phytophthora. Ook resistentie tegen aardappelmoeheid is een belangrijk criterium. Ons ras Aromata is resistent tegen de AM-typen A tot en met E.”Het belangrijkste criterium blijft altijd dat het ras de gewenste eigenschappen moet hebben voor onze afnemersRassen moeten niet alleen bestand zijn tegen ziekten, ze moeten ook klimaatbestendiger worden. Haanstra verwijst naar de groeiseizoenen in 2018 en die van dit jaar. “De hittegolf van dat jaar duurde erg lang. Toekomstige rassen moeten zo robuust zijn dat ze daar tegen bestand zijn. Maar het belangrijkste criterium blijft altijd dat het ras de gewenste eigenschappen moet hebben voor onze afnemers.”Verdienmodel is onmisbaarZiekteresistenties worden belangrijker omdat steeds meer gewasbeschermingsmiddelen wegvallen. Geling constateert dat de Europese Unie en de overheden in de lidstaten steeds strengere eisen stellen aan de aardappelteelt. “Gewasbeschermingsmiddelen vallen weg zonder dat er goede alternatieven zijn. Dat maakt de aardappelteelt risicovoller. Ook afnemers stellen steeds meer eisen. In 2021 worden al onze tafelaardappelen in Nederland volgens het certificaat PlanetProof geteeld. Door deze ontwikkelingen stijgen de teeltkosten. Terwijl de financiële opbrengsten onder druk staan. Daardoor zijn de marges in de hele aardappelketen klein geworden. Die moeten omhoog om de sector ook op de lange termijn gezond te houden. De overheid heeft veel plannen, maar een verdienmodel is onmisbaar. Daarom zou de overheid er goed aan doen de consument te prikkelen wat meer voor gezond voedsel te betalen.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









