‘Saldo lange termijn moet ook goed zijn’


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Donderdag 13 juni is de Pluimvee Relatiedag van Pluimveehouderij en LTO Nederland/NOP over het positief sturen van het saldo. Een van de sprekers is directeur landbouw Wim Thus van de Rabobank. Hij legt op die dag uit waar de kansen voor de Nederlandse pluimveehouders liggen.Pluimveehouders moeten bij saldogericht ondernemen de lange termijn niet uit het oog verliezen, stelt Wim Thus, afdelingsdirecteur landbouw bij Rabobank Nederland. „Verdienen van ontwikkelruimte is voor moderne pluimveebedrijven van het grootste belang. Het is voor pluimveeondernemers niet zo simpel bedrijfskeuzes te maken waarmee ze op zowel korte als langere termijn goed uit de voeten kunnen. Investeren in duurzaamheidsthema's kan interessant zijn voor het bedrijfssaldo op de lange termijn, maar op korte termijn minder positief uitpakken. Denk aan investeren in beperking van de ammoniakuitstoot. Ook investeringen in marktconcepten vraagt een aanloopperiode. Als ondernemer dien je wel te bedenken dat 'saldo' zich niet altijd in harde euro's laat uitdrukken. Investeringen in markt en maatschappij kun je ook zien als krediet om het bedrijf te kunnen ontwikkelen."

Voor de Rabobank als verstrekker van bedrijfsfinancieringen is het saldo op de langere termijn minstens zo belangrijk als het saldo op korte termijn. „Voor andere partners van de pluimveehouder, zoals voerleveranciers, is het kortetermijnsaldo van groter belang voor de samenwerking. Zij zijn sterk gefocust op kengetallen als voerconversie, saldo per vierkante meter, voerkosten per ei. Als wij als bank geld steken in een pluimveebedrijf doen we dat voor 15 tot 20 jaar. Het is dan ook logisch dat we het langetermijnplaatje van een ondernemer willen kennen. Je kunt heel goed berekenen wat nu het saldo is, maar hoe zit dat over vijf jaar? Daar zit risico in. We zien dan ook altijd graag dat de berekening van het langetermijnsaldo gepaard gaat met een gevoeligheidsberekening waaruit blijkt wat de gevolgen zijn voor het saldo van bepaalde veranderingen. Bijvoorbeeld laten zien wat er met het saldo gebeurt als de inkoop- of afzetmarkt wijzigt, of als de productiecijfers veranderen."

Thus benadrukt dat het saldo slechts een beperkt deel uitmaakt van de financiële begroting. „Uiteraard gaat het de pluimveehouder, en ons ook, om het totale plaatje van de financiële bedrijfsresultaten. Ook de vaste kosten spelen een grote rol. Schaalvergroting blijkt vaak een geschikt middel om de vaste kosten per eenheid product te verlagen."

De kostprijs is belangrijk, maar niet zaligmakend, stelt Thus. „Als dat het enige is waar Nederlandse pluimveehouders zich op richten, heb ik een hard hoofd in het toekomstperspectief voor de pluimveehouderij. Net zo belangrijk is het werken aan toegevoegde waarde, en het aanboren van markten waar je die toegevoegde waarde tot uitbetaling kunt laten komen. Het gaat om kostprijs in combinatie met toegevoegde waarde. Gelukkig zien we in de pluimveesector diverse initiatieven. Denk aan de Kip van Morgen. Ik hoop dat het de sector lukt dat tot een succes te maken. Ook in de legsector zijn er initiatieven en mogelijkheden om je aan bulkmarkten te onttrekken."

Voor Thus is het vanzelfsprekend dat pluimveehouders nauw samenwerken met andere ketenschakels om nieuwe afzetmogelijkheden gestalte te geven. „Voor pluimveehouders is het niet nieuw om een productiekolom met andere ketenpartners goed in te richten. Er zijn andere veesectoren die van veel verder moeten komen. Belangrijk is dat pluimveehouders volwaardige partners zijn van bedrijven op andere plekken in de keten. Naar mijn waarneming is de positie van pluimveehouders wat dit betreft de afgelopen 10 à 20 jaar sterker geworden. De gemiddelde pluimveehouder anno 2013 is een moderne ondernemer die heel goed weet wat er in de wereld om hem heen gebeurt."

Het advies van Thus aan pluimveehouders: trek samen op bij thema's die het individuele bedrijf ontstijgen. „Zorg er collectief voor dat de pluimveehouderij in Nederland goed op de kaart blijft staan. Het is aan de sector als geheel om te zorgen dat de pluimveehouderij bij het grote publiek een goede aaibaarheidsfactor houdt. Dat betekent dat je gezamenlijk afspraken moet maken over allerlei zaken, zoals antibiotica. Ook moeten zogenoemde free riders op hun gedrag aangesproken kunnen worden. Dat de productschappen verdwijnen, maakt het er niet gemakkelijker op. Wel is het daardoor des te belangrijker om elkaar op te zoeken, en nieuwe verbanden te vormen."

Kijk hier voor meer info over de Pluimvee Relatiedag.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Pluimveenieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.