(R)Uwvoer: Hier gaat niets verloren, in…
Geen verlies in geur, opname, voederwaarde en rendement. Dat klinkt ideaal, maar in de praktijk gaat er altijd iets verloren. Het blijft een natuurlijk proces, onder wisselende omstandigheden. Wereldwijd variëren de verliezen van 7 tot ruim 40 procent. Daar ligt directe winst.

Hier gaat niets verloren, in… GEUR en OPNAME
De geur van kuilvoer wordt bepaald door het overheersende microbioom. En juist die geur is bij een herkauwer bepalend voor de drogestofopname. Een koe herkent de geur van schimmels (en gisten) als geen ander en zal deze vermijden. Dus als ze de keus heeft, dan laat ze het ‘stinkende ruwvoer’ liggen.
Ook bacteriën verraden zich via geur:
- Boterzuurbacteriën: ruikt naar zweetsokken.
- Eiwitafbrekende bacteriën: ruikt naar ammoniak
Beide ruiken niet prettig en hebben dus logisch een slechtere drogestofopname tot gevolg.
Onderzoeken bevestigen dit en laten zien dat een hoog gistgehalte leidt tot een lagere drogestofopname van ruim 1 kg. Bij broei in ruwvoer kan zelfs oplopen tot 75 procent minder opname bij geiten. En een praktijkonderzoek laat zien dat goed behandeld ruwvoer een hogere opname laat zien: tot wel 1,8 kg extra drogestofopname per koe.
Hier gaat niets verloren, in… VOEDERWAARDE
In de kuil ontstaat een strijd om voedingsstoffen. Gisten, schimmels en ongewenste bacteriën gebruiken suikers, melkzuur en eiwitten als energiebron. Hierdoor gaat voederwaarde verloren die bedoeld is voor de koe.
Wat overblijft, bepaalt uiteindelijk de productie, gezondheid en vruchtbaarheid. Hoe meer ongewenste activiteit, hoe minder voederwaarde beschikbaar blijft.
Gisten verbruiken suikers en melkzuur, waardoor de pH stijgt en bederf meer kans krijgt. Schimmels breken organisch materiaal af en coliforme bacteriën gebruiken suikers. Boterzuurbacteriën verbruiken melkzuur en eiwitafbrekende bacteriën tasten eiwitten aan, wat leidt tot rotting.
Het gevolg is duidelijk: hoe meer ongewenste activiteit, hoe minder voederwaarde overblijft. En dat heeft direct invloed op productie, gezondheid en vruchtbaarheid.
| Lees hier waarom kuildichtheid en zuurstof grote invloed hebben op gisten en voederwaardeverlies.
Hier gaat niets verloren, in… VERTEERBAARHEID RUWVOER
Niet alleen de hoeveelheid voer telt, ook de benutting. Wilde gisten hebben een duidelijke negatieve invloed op de verteerbaarheid van het rantsoen. Schimmels verstoren de penswerking en verhogen het risico op problemen.
Wanneer ongewenste micro-organismen de overhand krijgen, kunnen goede pensbacteriën minder goed hun werk doen. Dat vertaalt zich direct naar lagere prestaties. Onderzoek laat verschillen zien van meer dan 2 kg melk per koe per dag.
Hier gaat niets verloren, in… RENDEMENT
Er wordt veel geïnvesteerd in de teelt en oogst van ruwvoer. Toch gaat een deel van dat rendement verloren in de kuil. Dit wordt vaak gecompenseerd met aankoop van voer.
De financiële impact is groot. Op een gemiddeld melkveebedrijf kan dit bij 10 procent verlies oplopen tot ruim €16.000 per jaar. Bij 30 procent verlies zelfs tot meer dan €86.000. Kosten voor mestafzet en CO₂-impact komen daar nog bij. Effecten op gezondheid en vruchtbaarheid zijn hierin niet eens meegenomen.
De intentie: zo min mogelijk verlies accepteren
Volledig verliesvrij werken is niet realistisch. Minder verlies accepteren wél. Met goed management en een passend inkuilmiddel, afgestemd op het gewas, blijft meer voederwaarde behouden.
| Weten waar welk gewas om vraagt? Gebruik onze keuzetool.
Betere kuil, hogere opname, gezond meer melk met BeterRuwvoer
Samen werken ruwvoerspecialisten Piet Riemersma en Wim Jaspers al meer dan 60 jaar met hun partners, boeren en loonwerkers aan beter gras, betere kuilen en betere prestaties. Ontdek hoe het ruwvoerproces verder te verbeteren is op beterruwvoer.nl en volg BeterRuwvoer op Instagram en Facebook.

