Roofdieren in vizier bij bescherming weidevogel

Plaatsen van een wildcamera. - Foto: Herbert Wiggerman

Plaatsen van een wildcamera. - Foto: Herbert Wiggerman


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De weidevogelstand blijft achteruit hollen. Ondanks de inspanning van natuurorganisaties, agrarische collectieven en provincies is de populatie zorgelijk. De rol van predatoren krijgt nu steeds meer aandacht. De vos is daarin belangrijk maar niet de enige.De neergang van de weidevogelpopulatie lijkt niet te keren. Ook niet als aan alle randvoorwaarden wordt voldaan, zoals biotoopverbetering, predatiebeheer en Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) als uitgestelde maaidatum, kruidenrijke randen en plasdras-percelen.De oorzaken zijn complex en hangen nauw met elkaar samen. Zo blijkt uit onderzoek dat de predatie door roofdieren is toegenomen en een herstel in de weg staat. Daarnaast neemt volgens het Centraal Bureau voor de Statiestiek (CBS) het leefgebied voor de weidevogels al jaren af. Het boerenland is versnipperd door recreatie, wonen en wegen en de kwaliteit – de biodiversiteit – gaat achteruit. Andere factoren zijn de waterhuishouding, intensivering van het grondgebruik en een bijkomende factor is het veranderende klimaat. Door het gebrek aan regen en extreme droogte hebben de weidevogels te maken gekregen met een slecht leefgebied – te weinig water en voedsel – in het broedseizoen. Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen laat zien dat kuikens van grutto’s in Friesland – de provincie met de grootste populatie – door voedselgebrek een structureel ondergewicht hebben en er langer over doen om vliegvlug te worden. Daardoor neemt de kans toe dat ze ten prooi vallen aan predatie. Tekst gaat verder onder de grafiek De aantallen weidevogels nemen nog steeds sterk af. In de grafiek de trendlijnen van de belangrijke soorten grutto, kievit en tureluur. De vergrijsde gruttopopulatie neemt het snelst af.Roofdierbeheer in alle actieplannenIn alle actieplannen van provincies en natuurorganisaties speelt predatiebeheer een rol. Roofdieren horen erbij – maar door de afname van de vogelstand zijn de weidevogelpopulaties gevoeliger voor predatieverliezen, denk aan de mindere ‘effectieve luchtmacht’ van kieviten tegen roofvogels. Ook zijn er meer roofdieren bijgekomen zoals ooievaars, reigers, vossen en verwilderde katten.In Friesland is een plan om de weidevogelkerngebieden in de Zuidwesthoek predatieluw te maken door de provincie afgeschoten. Dit tot frustratie van Albert van der Ploeg – veehouder uit Roodkerk en voorzitter van het Collectieven Beraad Friesland. Het is volgens hem absoluut niet de bedoeling om predatoren als de steenmarters, vossen en buizerds uit te roeien. De kerngebieden moeten predatorluw worden om de balans te herstellen zodat weidevogels een kans maken om jongen groot te brengen.In Friesland mogen verwilderde katten, steenmarters (pilot), kraaien en vossen in de weidevogelkerngebieden worden bejaagd. Maar in de Zuidwesthoek moet volgens de provincie eerst het leefgebied – de biotoop – op orde. Denk daarbij aan het verhogen van het waterpeil, ANLb en het kappen van bomen voor het terugdringen van de roofvogels. Van der Ploeg: “Het is een richtingenstrijd en de provincie wil terug naar hoe het vroeger was en ondertussen wordt het veld leeggevreten.”De veehouder heeft zelf ook ANLb, maar nu de vossen redelijk onder controle zijn komen andere predatoren in beeld, zoals de zwarte kraai. “En weet je dat de kiekendief hier ook graag loert op een jong. Als we de predatie kunnen beperken komen de weidevogels zeker terug, maar dan zijn we zeker twintig jaar verder.”
Biologisch melkveehouder Adrie de Vos (35) in Krimpen a/d Lek (Z.-H.). heeft drie plasdras-percelen van circa 2.500 vierkante meter per stuk in polder Schuwagt. Hij houdt 240 koeien en heeft 120 hectare in gebruik. - Foto: Herbert WiggermanDe pomp werkt op zonnepanelen en houdt het water op peil. Plasdras is niet alleen leuk voor weidevogels, maar ook voor predatoren. - Foto: Herbert WiggermanToename plasdras: volle provisiekast voor weidevogels en predatorenTalloze boeren hebben de pompen weer aangezet en de weilanden weer onder water gezet voor de weidevogels. Het aantal plasdrassen in het ANLb neemt toe. Ging het 2020 om ruim 573 ha, dit jaar is er ruim 625 ha weggezet door de Agrarische Collectieven. In Friesland en Zuid-Holland liggen de meeste percelen. Het is in verhouding een klein, maar populair onderdeel van het ANLb met een vergoeding van € 2.000 tot € 2.400 per hectare.

Adrie de Vos, biologisch melkveehouder in Krimpen aan de Lek (Z.-H.) heeft drie plasdrassen in de polder Schuwagt met eromheen zwaar beheer, als extensief beweiden, uitgesteld maaien en kruidenrijk grasland. De plasdrassen zijn elk circa 2.500 m2. De waterpompen blijven draaien tot 15 juni. Voor de vergoeding doet hij het niet, want die kan niet uit. De Vos: “Ik heb het er gewoon voor over.”

‘Ooievaar-maffia’
De percelen zijn de levensader voor de grutto’s, kieviten en tureluurs. Maar de water- en voedselrijke gebieden zijn ook een walhalla voor predatoren, omdat er elders in de weidevogelgebieden weinig te halen valt. Toch is het volgens De Vos voor de vogels de beste optie. Ook al at vorig seizoen een kiekendief achter elkaar z’n plasdrassen leeg. “Het werd steeds stiller”, zegt De Vos. Hij wijst ook op ooievaars -‘de maffia’ – die met z’n vieren of meer alles afstropen.

Overheidsbeleid
De predatie krijgen we volgens hem nooit onder controle. Daarbij speelt het ‘kromme’ overheidsbeleid ook een rol. “Zo wil de gemeente meer bomen. Ze hebben totaal geen focus.” Toch kan hij zich een polder zonder weidevogels niet voorstellen. En om verstoring tegen te gaan komt hij alleen in het gebied om zo nu en dan te checken of er rotzooi of waterplanten in de waterpomp zijn terechtgekomen. “De interactie tussen de vogels is zo mooi, dat ik mij een indringer voel in mijn eigen plasdras-gebied.”Verschil van inzicht agrarische collectievenOok in Zuid-Holland lopen de agrarische collectieven aan tegen een verschil van inzicht over predatiebeheer. De provincie wil de predatoren in een aantal gebieden monitoren. Volgens gebiedscoördinator Marielle Oudenes van het Agrarisch Collectief Krimpenerwaard (ACK) zit er te weinig mankracht op natuurbeheer. Het heeft totaal geen prioriteit. Ze wil dat de provincie keuzes maakt. “Gaan we de grutto nu een toekomst geven of niet?” Het antwoord op die vraag is niet eenduidig. Volgens dierenecoloog Jasja Dekker – gespecialiseerd in zoogdieren – is het niet zo dat je de grutto hebt gered als je alle predatoren hebt uitgeroeid.Sinds 2018 volgde hij in Friesland ongeveer 2.300 nesten met wildcamera’s. Het levert veel data op, maar met het terugkijken van de beelden begint het gepuzzel pas. Dekker: “Het is een soort CSI Friesland. Zie je op beeld een buizerd wegvliegen van een leeg nest en dan blijkt dat twee nachten eerder het nest door een steenmarter is leeggehaald. Dat zou je nooit geweten hebben met normale nestcontroles.” Volgens Dekker moet het leefgebied en het ANLb op orde zijn, waarna je het predatieverlies kan inventariseren. Pas dan moet en kun je doelgericht ingrijpen. Predatiebeheer is volgens de dierenecoloog meer dan doodschieten. Zo worden er in Friesland en Groningen steenmarters en vossen gezenderd om aangrijpingspunten te zoeken voor een betere landschapsinrichting voor de weidevogels. Tekst gaat verder onder de foto‘s
Het plaatsen van een wildcamera in de buurt van Bergambacht. Met de camera's worden predatoren die weidevogels eten gevolgd. - Foto: Herbert WiggermanReiger gefotografeerd door een wildcamera in Zuid-Holland.Kat gefotografeerd door een wildcamera in Zuid-Holland.Vos bij legsel in een perceel mais, ergens in Friesland, gefotografeerd door een infrarood- wildcamera. - Foto: Ecosensys & Jasja Dekker DierecologieWeidevogelspecialist: afschieten is symptoombestrijdingHet afschieten van predatoren is volgens weidevogelspecialist Erik Kleyheeg van Sovon Vogelonderzoek Nederland symptoombestrijding. “De grutto’s moeten nog steeds op zoek naar eten en juist het gebrek aan voedsel in het leefgebied is de bottleneck voor de weidevogels”, stelt hij. Om de biodiversiteit in het veld te vergroten moet volgens Kleyheeg het waterpeil omhoog en liefst het hele jaar en niet alleen tijdens het broedseizoen. Plasdras jaarrond mogelijke stimulansMeer plasdras-gebieden het jaar rond? Vogelbescherming Nederland (VBN) vindt het een goed plan. De natte percelen trekken veel bijen, insecten en vogels aan en omdat de weidevogelpopulatie elders kleiner is, zijn ze nu een snackbar voor predatoren.Als percelen langer onder water staan betekent dat voor de boeren verlies aan grasproductie. Celine Roodhart van VBN: “In het toekomstbestendige landschap wordt de boer ook natuurbeheerder – maar daar moet natuurlijk wel een hoge vergoeding tegenover staan.”Er is geen tijd te verliezen dus mag wat Roodhart betreft meteen aan de predatieknop worden gedraaid. De Vogelbescherming is hierin opgeschoven – want opgeven is geen optie. “Als wij er niet meer in geloven, wie dan wel? We moeten met elkaar in gesprek blijven – juist vanwege het verschil in inzicht en belangen.‘’ Kleyheeg van Sovon Vogelonderzoek: “We moeten dit met z’n allen doen – boeren, collectieven en terreinbeheerders – en een goed verdienmodel voor ‘natuurinclusief’ boeren hoort daar zeker bij.” Tekst gaat verder onder de grafieken Start onderzoek naar gedrag predatorenDe predatie door roofdieren is landelijk toegenomen en staat een herstel van de weidevogelstand in de weg. De predatie in het noorden is echter groter dan in het westen van Nederland. Daarvoor bestaat geen goede verklaring, anders dan verschil in soorten, landschap en dichtheid van de populatie. De eerste grafiek hierboven laat het verschil duidelijk zien. Zuid-Holland zit onder het landelijk gemiddelde wat betreft predatieverliezen, Friesland zit er duidelijk boven. Het gaat hier om het aandeel dat predatoren hebben als oorzaak van nestverlies.
Om meer te weten te komen over het gedrag van predatoren komt er een groot onderzoek, dat vijf jaar gaat duren en wordt geleid door de Rijksuniversiteit Groningen. Natuurorganisaties als Vogelbescherming en Sovon Vogelonderzoek Nederland werken eraan mee.

Achteruitgang nestsucces
De tweede grafiek laat zien dat er een achteruitgang is in nestsucces voor soorten als grutto, kievit en tureluur. Nestsucces is gedefinieerd als aandeel van de legsels waaruit minimaal één vliegvlug jong groot wordt. Door het gebrek aan broedsucces vergrijst de populatie weidevogels. Hierin gaat de grutto voorop. Dat komt weer doordat deze vogel relatief meer leefgebied verloren is. Kieviten wijken vaker uit naar bouwland (mais), maar daar zijn ze minder succesvol vanwege predatie, voedselgebrek en landbewerking.
Naast predatie speelt ook nestverlating een belangrijke rol, maar naast verstoring door mensen is hierover nog niet veel duidelijk. Vee en landbouwwerkzaamheden hebben een bescheiden rol.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.