Remkes wordt bedankt, niet opgevolgd

Foto: ANP
Johan Remkes heeft met zijn advies ‘Niet alles kan overal’ taboes niet geschuwd. Het advies laat zijn eigen historisch perspectief zien. Dergelijke adviezen worden onder dankzegging terzijde gelegd.Als de geschiedenis een voorbode is van de toekomst, dan weet Johan Remkes wat er met zijn maandag gepresenteerde rapport gaat gebeuren. Over twintig jaar wordt opnieuw een reconstructie gemaakt over het natuurbeleid, en dan zal het advies ‘Niet alles kan overal’ uit 2020 worden gememoreerd als een van de rapporten die door beleidsmakers, parlementariërs en bewindslieden terzijde is gelegd.Politieke oprispingenZo haalt Remkes in zijn rapport ook vele studies aan die sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw zijn verschenen. Rapporten die telkens weer reden waren voor politieke oprispingen, maar die uiteindelijk niet tot resultaat hadden dat natuurbeleid naadloos samenging met de verdere ontwikkeling van de landbouw. Of de kabinetten met of zonder CDA waren samengesteld, over links (PvdA) of over rechts (VVD) gingen, nooit slaagden achtereenvolgende regeringen erin een pad uit te stippelen waarlangs de veehouderij zich kon ontwikkelen, zonder in conflict te komen met de ambities om natuur te beschermen, te behouden en te verbeteren.Rode draad: kool en de geit sparenHet eindrapport (175 pagina’s) van het Adviescollege Stikstofproblematiek geeft een uitgebreid overzicht van de beleidsontwikkeling in de afgelopen decennia. De rode draad: aanvankelijk hadden beleidsmakers en politici niet goed in de gaten wat de gevolgen waren van de vaststelling van de Europese natuurbeschermingsregels (Vogel- en Habitatrichtlijn). Vervolgens hebben achtereenvolgende kabinetten voortdurend de kool en de geit willen sparen. Dat ze daarbij zowel door de Europese Commissie, de Europese rechter en de nationale rechter op de vingers werden getikt, leidde niet echt tot verbetering van het beleid. Remkes schrijft: “Vooral is nagelaten om – soms pijnlijke – keuzes te maken om een landelijk gunstige staat van instandhouding [van Natura2000-gebieden] te bereiken. Signalen uit Brussel over de tijdige en juiste implementatie van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn hebben onvoldoende doorwerking gekregen.”Johan Remkes tijdens de presentatie van het eindrapport van het Adviescollege Stikstofproblematiek. - Foto: ANPAmbities ontbraken nietHet ontbrak niet aan ambities – maar de realisatie daarvan werd op de lange baan geschoven. En toen er in het tweede decennium van deze eeuw een instrument werd opgetuigd (het programma aanpak stikstof) om de uitstoot van stikstof, de neerslag ervan in kwetsbare natuur en de natuurwaarden in een systeem te vatten, in samenhang met herstelmaatregelen en de afgifte van vergunningen, liep het spaak. De theoretische benadering was geen weergave meer van de feitelijke effecten in de natuur. “Bovendien is de complexe aanpak niet goed voor het maatschappelijk draagvlak omdat er veel discussie is over schijnprecisie, onzekerheid in aannames en cijfers en over de vraag of het bedoelde effect van natuurverbetering wel echt bereikt wordt.” Daar kwam nog bij dat de rechters in Europa en in Nederland vonden dat het systeem geen waarborgen bevatte om de natuur echt vooruit te helpen.Boerenorganisaties missen haalbaarheid in advies RemkesBoerenorganisaties Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), Agractie en Farmers Defence Force bekritiseren onafhankelijk van elkaar het gebrek aan realiteitszin en haalbaarheid van de voorstellen van de commissie Remkes. Het voorstel om per 2030 drijfmest uit te bannen is volgens Agractie ‘een miljarden kostende omslag’, NMV sluit zich daarbij en en zegt dat veel melkveehouders recent hebben geïnvesteerd in emissiearme vloeren.
Agractie constateert uit het rapport van Remkes dat extern salderen van tafel gaat, omdat NOx en NH3 te veel van elkaar verschillen in effect om uitwisselbaar te zijn. NMV zegt dat de economie de gevolgen gaat merken als ‘groene emissie niet kan worden verwisseld voor grijze emissie’. NMV vindt dat de Kritische Depositiewaarde van de natuurgebieden losgelaten moet worden. In plaats daarvan moet de depositie op natuurgebieden gemeten worden, aldus NMV.
Farmers Defence Force ziet in het voorstel voor een afrekenbare stoffenbalans een ‘stikstofenkelband’ en denkt dat de plannen zullen leiden tot onteigening van boerenbedrijven.Minas-nieuwe stijlEn nu komt Remkes met het idee om een heel nieuw systeem op te tuigen. Geen fosfaatrechten meer, geen dier-, varkens- en pluimveerechten, maar wel een ‘afrekenbare stoffenbalans’, een soort Minas-nieuwe stijl. Voor wie het niet meer weet: Minas was het mineralenaangiftesysteem dat aan het begin van deze eeuw tot doel had de stikstof- en fosfaatstromen in kaart te brengen op bedrijfsniveau en overschotten te voorkomen of te belasten. Minas werd in 2006 vervangen, nadat de Europese rechter het systeem had afgeschoten.Geen fosfaatrechten meer, geen dier-, varkens- en pluimveerechten, maar wel een ‘afrekenbare stoffenbalans’, een soort Minas-nieuwe stijlAfrekenbare stoffenbalansRemkes somt een aantal redenen op waarom de afrekenbare stoffenbalans (asb) wel zou moeten kunnen werken. Hij stelt onder andere dat er inmiddels een breed draagvlak is voor een dergelijke systematiek die boeren de ruimte biedt zelf met eigen methoden te zorgen voor een evenwichtige mineralenboekhouding. De asb kent ook een stelsel van gebruiksnormen (die er onder Minas niet waren); de fraudegevoeligheid is minder en de technieken zijn verbeterd; bij de asb moet een boer zelf laten zien dat hij de uitstoot heeft verminderd; in de asb zijn heffingen en positieve financiële prikkels verdisconteerd, die het aantrekkelijk maken normen te halen; het systeem geld voor alle bedrijven (ook niet-grondgebonden); de asb kan worden gebruikt om via vergunningen extra maatregelen op te leggen.Uitfaseren drijfmestEen ander opvallend onderdeel van Remkes’ advies is zijn idee om het gebruik van drijfmest uit te faseren. Drijfmest is bij de opslag en bij aanwending een belangrijke bron van ammoniakemissie, stelt Remkes. Daar komt bij dat drijfmest uit economisch perspectief eerder de status van afval heeft dan als meststof. Uitfaseren van drijfmest betekent een aanpassing van stalsystemen met een scheiding van mest en gier en een strikte stalhygiëne. De mest kan vervolgens verwerkt of gebonden in potstalmest, ruwe mest, compost of mestkorrels op het land gebracht worden.Ontwikkeling emissiearme stalsystemenRemkes meent dat de ontwikkeling van emissiearme stalsystemen veel sneller kan zonder stroperige en lange wetenschappelijke beoordelingen. “Er is een grote behoefte aan een nationaal innovatieprogramma met ondersteuning door het Rijk en deelname van technische bedrijven in de markt van stalinrichtingen waarmee wordt gezorgd voor snelle toepassing van nieuwe technieken. Emissiearme aanwending kan effectiever als de mest organisch gebonden – strooimest is beter dan drijfmest.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









