‘Relatie organische stof en gewasopbrengsten is niet zo simpel’

Foto: Peter Roek
Organische stof verbetert de kwaliteit van de bodem. In hoeverre onder Nederlandse omstandigheden de opbrengst verder kan worden verhoogd met extra organische stof, blijft echter de vraag, stelt Renske Hijbeek.‘1% meer organische stof leidt tot 10% meer gewasopbrengst’, was de welluidende boodschap vorige week in verschillende media, waaronder Boerderij. Dit lijkt goed nieuws, maar is het ook waar?Organische stof heeft ontegenzeggelijk veel voordelen voor de bodemkwaliteit, zoals verbetering van het watervasthoudend vermogen, bodemstructuur, of de levering van nutriënten. De vraag is echter of deze voordelen zich ook altijd uitbetalen in meer gewasopbrengst, als er al voldoende nutriënten worden aangevoerd (hetgeen voor veel Nederlandse percelen het geval zal zijn). Over deze vraag is beduidend minder consensus. En mocht dit wel zo zijn, valt het voordeel van organische stof dan te pakken in een simpele rekenregel? Ik denk het niet.Weinig garantiesDe simpele boodschap hierboven komt uit een rapport gepubliceerd door het CLM, uitgevoerd in opdracht van de provincies. Het CLM baseert zich voornamelijk op een aantal veldexperimenten op één locatie in Engeland (de beroemde Rothamsted-experimenten, begonnen in 1843). In deze experimenten worden gewasopbrengsten met gebruik van organisch materiaal (zoals stro of vaste mest) en organische kunstmest vergeleken met gewasopbrengsten behaald met alleen kunstmest. Het CLM gebruikt voor een van deze experimenten echter niet de data van alle jaren, maar slechts het verschil in opbrengst per gewas voor één seizoen. Zoals bekend geven resultaten uit één seizoen weinig garanties voor de toekomst. In een ander geval is er wel gekeken naar meerdere seizoenen, maar heeft de gewasteelt met organisch materiaal een hogere totale N-gift. Hierbij is niet uit te sluiten dat dezelfde gewasopbrengst ook had kunnen worden behaald als eenzelfde hoeveelheid stikstof was toegediend bij de teelt met alleen kunstmest.Variatie in de dataIn een recente studie naar twintig langetermijnexperimenten in Europa is wel gekeken naar gemiddelde effecten van organisch materiaal en organische stof over meerdere jaren heen. Daarbij zijn altijd maximale opbrengsten vergeleken, waarbij effecten van stikstof veel beter uit te sluiten zijn. Uit deze studie komt een ander beeld naar voren: voor granen heeft het gebruik van organisch materiaal geen positief effect op gewasopbrengst. Voor aardappelen is er wel een effect op gewasopbrengst, gemiddeld ligt dit rond de 7%. Interessanter nog is het om te kijken naar de variatie in de data; effecten van organisch materiaal op gewasopbrengsten gaan van negatief (-10%) naar positief (+18%). De waarden hangen af van het soort organisch materiaal (vaste mest pakt positiever uit dan stro), type bodem (meer baat op zandgronden dan op kleigronden) en klimaat (positiefst in natte klimaten). Het laat dan ook vooral zien dat de rekenregel van het CLM weinig zegt over individuele gevallen.¹ Meer organische stof, 10% opbrengststijging, Boederij, 31 januari 2017² E. de Lijster, J. van de Akker, A. Visser, B. Allema, A. van der Wal en W. Dijkman, Waarderen van bodemwatermaatregelen. CLM-rapprt November 2016³ Hijbeek, R., van Ittersum, M. K., ten Berge, H. F. M., Gort, G., Spiegel, H. & Whitmore, A. P. 2017. Do organic inputs matter – a meta-analysis of additional yield effects for arable crops in Europe. Plant and Soil, 411, 293-303.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses








