Rekenmethode Diergezondheidsfonds aangepast

Foto: Mark Pasveer
De heffing die pluimveehouders moeten betalen aan het Diergezondheidsfonds wordt voortaan bepaald aan de hand van het aantal aangevoerde dieren.Staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken) heeft hiervoor een wetswijziging naar de Tweede Kamer gestuurd. Bezwaren tegen berekening heffingDe diergezondheidsheffing wordt eenmaal per kalenderjaar opgelegd op basis van het aantal in dat jaar gehouden dieren. Vleeskuikenhouders, legkippenhouders, kalkoen- en eendenhouders, waren verplicht van elke verplaatsing de aantallen dieren te registreren, waardoor per stal of koppel duidelijk was hoeveel dieren er werden gehouden. Omdat het ritme van het aanvoeren van nieuwe dieren per stal verschilt, is het lastig om het aantal gehouden dieren per stal te berekenen. Vorig jaar diende 10% van de pluimveehouders een klacht in over de berekende veestapel. Het ministerie past de regeling aan, omdat het eenvoudiger is om het aantal aangevoerde dieren te hanteren voor de berekening van een heffing dan om over het hele jaar het aantal gehouden dieren te berekenen.Duur verblijf van het koppel niet relevantMet de nieuwe methode wordt de diergezondheidsheffing kort na het aanleveren van de dieren geheven. Hoe lang de koppel op het bedrijf verblijft is hierbij volgens het ministerie niet meer relevant. De tarieven worden aangepast, waardoor het totaalbedrag van de heffing per jaar overeen komt met de heffing zoals die via de oorspronkelijke methode zou zijn, aldus het ministerie.De werkwijze sluit aan bij de bestaande registratie van de aantallen in de stal gebrachte dieren en beperkt daardoor zowel de uitvoeringskosten als de lasten van de houders.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









