Reken je niet rijk met koolstof

Laatst bijgewerkt:
Foto: Koos Groenewold

Foto: Koos Groenewold


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Broeikasgassen. Alle sectoren in Nederland moeten de uitstoot reduceren, de een meer dan de ander. Welke opgave ligt er voor de landbouw? Hoe leg je als boer koolstof vast? En wat staat daar tegenover?In 2050 moeten alle sectoren in Nederland klimaatneutraal zijn. Een complexe opgave, ook voor de landbouwsector, omdat een deel van de uitstoot van broeikasgassen niet te vermijden is: koeien produceren methaan en uit kunstmestgebruik komt lachgas vrij, beide broeikasgassen. Anderzijds legt de sector CO2 vast: in houtige gewassen, de bodem en in gewassen. Dat draagt juist weer bij aan de reductiedoelstelling. Anders dan andere grote uitstoters in de industrie, gelden er in de landbouwsector geen verplichte maatregelen vanuit de overheid. Het moet vanuit de sector zelf komen, al dan niet geholpen door het bedrijfsleven. Wel is de prognose van de uitstoot in de landbouw recent naar beneden bijgesteld door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De verwachting is dat er minder vee is in 2030, wat zorgt voor minder uitstoot van methaan. Ook verwacht het PBL dat er minder oxidatie van veenbodems is door veranderd landgebruik.Lees onderaan dit artikel het verhaal van melkveehouder Haanschoten: “Een gezonde bodem en gezond vee zijn het allerbelangrijkste” Lees verder onder het kader en grafiek. De uitstoot van broeikasgassen door de landbouwsector moet de komende tien jaar met ruim 4 megaton CO2-equivalenten dalen. In vergelijking met de andere sectoren is de uitstoot van broeikasgassen in de landbouwsector tussen 2005 en 2019 als enige iets toegenomen, van 26,1 megaton naar 26,3 megaton CO2-equivalenten. Toch is de verwachting dat er een neveneffect van de stikstofmaatregelen optreedt. Daardoor zal er in 2030 minder vee zijn en dus minder uitstoot van methaan, zo redeneert het PBL. Het PBL verwacht dat de totale uitstoot van broeikasgassen in de landbouw tussen 1990 en 2030 met 25% daalt tot 22 tot 26 megaton CO2-equivalenten.
Om de invloed van broeikasgassen te kunnen optellen, worden emissiecijfers omgerekend naar CO2-equivalenten. Eén CO2-equivalent staat gelijk aan het effect dat de uitstoot van 1 kilogram CO2 heeft. De uitstoot van 1 kilogram lachgas (N2O) staat gelijk aan 298 CO2-equivalenten. De uitstoot van 1 kilogram methaan (CH4) staat gelijk aan 25 CO2-equivalenten.KlimaatneutraalDe primaire landbouwsector maakt geen deel uit van het Europese emissierechtensysteem (ETS). De industrie en afvalverbrandingsinstallaties nemen wel verplicht deel. Elke ton CO2-uitstoot kost hen één emissierecht. Maar dat is niet genoeg om de doelen van het Klimaatakkoord te halen, vindt de Nederlandse overheid. Zij moeten, bovenop ETS, volgend jaar betalen per ton CO2 die zij uitstoten. Indirect raakt dit systeem ook spelers in de landbouwketen. Kunstmest- en trekkerfabrikanten vallen er bijvoorbeeld onder. De primaire landbouwsector moet dus buiten de emissiehandel om werken aan haar klimaatdoel. Dat kan via verschillende wegen:Koolstof vastleggen in de bodem. Bijvoorbeeld door een hoger aandeel permanent grasland. Het niet scheuren van grasland staat bovenaan het lijstje wat betreft effectief vasthouden van koolstof, 3,6 ton CO2 per hectare (ha).Het verminderen van de CO2-emissie. Dit kan door maatregelen gericht op energiebesparing en op vermindering van methaanuitstoot en veenoxidatie. Produceer zelf duurzame energie. Dat kan bijvoorbeeld met mestvergisting, zonnepanelen en (kleine) windmolens.Koolstofvastlegging op een perceel grasland van melkveehouder Henk Haanschoten (Gld.). Hij is een van de 200 deelnemers aan de bordenactie van AgruniekRijnvallei in 2019. Een ludieke actie om boeren in een positief daglicht te zetten. - Foto's: Koos Groenewold Lees verder onder het kader. Zo kun je koolstof opslaan in de bodemHet organisch stofgehalte in de bodem is op verschillende manieren op te slaan. Een combinatie van meerdere maatregelen heeft het grootste effect, volgens onderzoek:
► biomassa toevoegen;
► compost aanvoeren;
► weinig of niet ploegen;
► permanent grasland behouden;
► gewasresten na de oogst in de bodem brengen;
► dierlijke mest gebruiken;
► geschikte gewasrotaties hanteren;
► een vanggewas of groenbemester telen;
► het bodemleven stimuleren.
Ook hangt de mate van succes af van het soort bedrijf (veehouderij, akkerbouw of gemengd), het bodemtype, de gewassen en of en hoe het gewas geoogst wordt. Bijvoorbeeld permanente mais op zandgrond, dat door het jaar heen koolstof vastlegt, maar na vijf maanden geoogst wordt, levert onderaan de streep een verlies op van 0,25 ton CO2 per jaar. Belangrijk is dus om verliezen zoveel mogelijk te beperken. Dat kan bijvoorbeeld door grasland niet te scheuren, waarmee 3,6 ton C02 per ha in de bodem vastgelegd wordt. Ook geen grondbewerking (1,17 ton CO2), niet ploegen (0,6 ton) en akkerrandenbeheer (0,19 ton) kunnen een bijdrage leveren.Geen gericht overheidsbeleidExtra maatregelen voor de reductie en vastlegging van koolstof in de landbouw zijn (nog) niet verplicht. En bovendien moeilijk te controleren. Een richtlijn is er wel: in 2030 moet de sector 4 megaton CO2-equivalenten bespaard hebben (tot 22,2 megaton CO2-equivalenten) ten opzichte van 2019; in 2050 moet de balans uitstoot versus opname 0 zijn. “Niemand zit op extra beleid te wachten en de overheid zal dit periodiek bekijken. Bovendien bestaat de kans dat de effecten van het stikstofbeleid (meer stoppende bedrijven) al genoeg bijdragen aan het sectordoel in 2030. Als tegen 2030 blijkt dat het effect onvoldoende is, sluit ik niet uit dat er alsnog verplichte maatregelen komen”, aldus CLM-adviseur klimaat Frits van der Schans.Ook vanuit Brussel pleiten Europese lidstaten in het nieuwe gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) voor ‘het stimuleren van koolstofvastlegging’, maar concreter dan dat is het niet. De Europese Farm-to-Fork strategie kan mogelijk wel een invloed hebben op het beleid. De Europese Commissie wil inzetten op 50% minder nutriëntenverliezen en ten minste 20% minder gebruik van meststoffen in 2030.Winst voor boer en klimaat?Koolstofvastlegging is overigens niet alleen goed voor het klimaat. Ook de boer kan profiteren. Zo leidt een hoger organisch stofgehalte tot een betere waterhuishouding, minder ziektes en hogere opbrengsten, zo blijkt uit de 'handleiding goed koolstofbeheer'. Ook is meewerken aan klimaatmaatregelen goed voor het imago. In de veenweidegebieden lijkt de meeste winst mogelijk. Vernatting kan daar een oplossing bieden, zowel voor de CO2-uitstoot als de bodemdaling. In de akkerbouw is afwisseling van rooivruchten met granen, tijdelijk grasland of andere gewassen die bijdragen aan het organisch stofgehalte van de bodem een optie. Die maatregelen vragen om een andere bedrijfsvoering en leiden tot minder opbrengsten. Zo is een natter perceel minder goed te beweiden en berijden, en leveren granen minder op dan rooivruchten.Belonen is complexSommige partijen pleiten voor een beloning voor koolstofvastlegging; een vergoeding per ton CO2 die niet wordt uitgestoten. Maar wie beloon je dan? Diegene die het meest bijdraagt aan het sectordoel? Of diegene die na het bereiken van het sectordoel een stapje extra doet? Van der Schans: “Dat is moeilijk te bepalen. Bovendien krijg je onherroepelijk discussies over de berekeningen, net zoals we die nu kennen bij stikstof. Voor de overheid dus een struikelblok om met een generieke beloning te komen.” De overheid kan enkel maatregelen belonen nadat sectordoelen zijn gerealiseerd. Stel, een boer is bereid het waterpeil te verhogen van -100 naar -70 centimeter. Dat kost hem inspanning en opbrengst, waarvoor hij om een beloning vraagt. Als het sectordoel op dat moment nog niet bereikt is, krijgt hij dan niets van de overheid en zijn buurman die even later hetzelfde doet wanneer het doel wel bereikt is, zal hij wel een vergoeding krijgen? Of ga je iedereen die bijgedragen heeft achteraf waarderen? Dat maakt individueel belonen zo complex. Lees verder onder de foto. Droge koeien in de potstal bij melkveehouder Henk Haanschoten (Gld.). Al 10 jaar rijdt de melkveehouder het stro uit op het land om het organisch stofgehalte te verhogen. En met resultaat. De bodem is onder andere meer resistent tegen de droogte, stelt Haanschoten. - Foto: Koos GroenewoldHoe kan het dan wel financieel aantrekkelijk zijn?Private regelingen tussen boeren en andere schakels in de voedselketen kunnen duurzaamheidseisen zoals koolstofopslag wel financieel aantrekkelijk maken, volgens Van der Schans. Met keurmerken en labels als PlanetProof (RFC) en BeterVoor (Aware) krijgen melkveehouders een meerprijs waarbij ook koolstofvastlegging een rol speelt. Ook andere partijen komen met adviezen. Bijvoorbeeld de Rli, die adviseert om waterpeilen in de veenweidegebieden flink te verhogen. Op basis van het verlies aan gewasopbrengsten moeten boeren een vergoeding krijgen, een CO2-prijs. Dat geld kan voortkomen uit de CO2-heffing voor de industrie, of uit belastinggeld van de Nederlandse burger. Alterra en het CLM rekenden ook reeds aan zo’n CO2-prijs. Zij kwamen niet verder dan € 10 per ton CO2. De conclusie van het rapport: reken je als boer niet rijk. Een verdienmodel is nog ver weg.Oostenrijk kent wel een succesverhaal. De overheid heeft in 2016 een pilot koolstofvastlegging toegelaten. Na 2 tot 5 jaar na de startmeting is de toename van het organisch stofgehalte opnieuw gemeten. Bedrijven – zoals grote supermarkten – kopen hun maatschappelijke plicht af door afname van certificaten van deelnemende boeren. In totaal brachten 140 boeren 1.700 ha in. Zij legden 7.400 ton CO2 vast, goed voor € 222.000.Reken je niet rijkAl met al zal de toekomst uitwijzen of er verplichte maatregelen moeten komen voor de landbouw.Tot die tijd moeten boeren en partners in de keten samen zorgen voor minder uitstoot van broeikasgassen enerzijds, en meer opname van CO2 anderzijds. Regelingen vanuit de agrofoodketen kunnen financieel interessant zijn. Maar een beloning voor extra

koolstofopslag vanuit een geldpot van de overheid is nog ver te zoeken. Lees verder onder de foto. Henk Haanschoten runt een melkveebedrijf met 140 melkkoeien op 80 hectare grond in het Gelderse Scherpenzeel. Om de bodem gezond en actief te houden brengt hij onder andere stro uit de potstal en slootmaaisel aan op het land.“Een gezonde bodem en gezond vee zijn het allerbelangrijkste”Het organisch stofgehalte verhogen en de bodem levend houden.
Dat doet melkveehouder Haanschoten door zijn gras- en bouwland te bemesten met stro uit de potstal, compost en slootafval. Een specifieke beloning voor koolstofvastlegging ziet Haanschoten niet zo zitten. Gezondheid staat voorop. De melkveehouder is een van de 200 deelnemers die vorig jaar meedeed aan het initiatief van AgruniekRijnvallei Plant om een bord met de koolstofvastlegging op een perceel te plaatsen. Hiermee willen zij boeren in een positief daglicht stellen en omstanders laten zien wat er gebeurt op boerengrond.

Bodemgezondheid
Al tien jaar zet Haanschoten zich in voor bodemverbetering. En met resultaat. “Uit de grondmonsters die elke vier jaar genomen worden, blijkt dat het organische stofgehalte al flink gestegen is. Dat zie je ook. Er is veel bodemleven”, aldus Haanschoten. Ook tijdens de droge perioden van de afgelopen paar jaar merkt Haanschoten dat de bodem meer weerstand biedt. “De bodem houdt meer vocht vast en kan beter tegen een stootje.” Haanschoten zou best meer willen bemesten met stro en compost, maar weet ook dat een potstal minder ‘milieubewust’ is. Een vergunning voor de bouw van een nieuwe potstal is daarom afgewezen. Daar zit volgens Haanschoten dan ook de tweestrijd. “Enerzijds liggen de emissiewaarden van een potstal hoger, maar anderzijds draagt het product op het land juist bij aan koolstofbinding en sluit het de kringloop.”

Verdienmodel
Of er voor koolstofvastlegging een vergoeding moet komen? “Het liefst niet in de vorm van een beloning of een subsidie. Een klein foutje betekent einde geldstroom. Ik denk dat het belangrijker is dat dit zichtbaar wordt in de reguliere melkprijs. Toch is dat wel ingewikkeld. De ene boer doet namelijk meer dan de ander. Een passend onderscheid zal daar op zijn plaats zijn”, aldus de melkveehouder. Meerwaarde creëren met keurmerken en labels is een optie, maar daar verdien je ook niet per se meer mee, stelt Haanschoten. “Om aan keurmerken zoals PlanetProof en VLOG-melk te voldoen moet je veel maatregelen nemen. De meerprijs is dan geen echte meerprijs. De marge wordt bij boeren weggehaald. Daar verdienen alleen andere ketenpartijen aan.”
Het knelpunt voor een gesloten kringloop in Nederland zit in het gedrag van supermarkten en consumenten, stelt Haanschoten. “Supermarkten moeten meer Nederlandse producten verkopen. De consument moet bereid zijn daar een eerlijke prijs voor te betalen. Alleen dan krijg je de cirkel rond.”Haanschoten zou best meer willen bemesten met stro en compost, maar weet ook dat een potstal minder ‘milieubewust’ is.Lees ook: ‘Investeren in lucht of ijzer’

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.