‘Product uit dierlijke mest niet achterstellen’

Jan Huitema - Foto: Anne van der Woude

Jan Huitema - Foto: Anne van der Woude


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Voor verwerkte dierlijke mest moeten gelijke normen gelden als voor andere verwerkte mestsoorten, vindt Europarlementariër Jan Huitema (VVD).In Brussel wordt gewerkt aan een herziening van de meststoffenverordening. In het kader van circulaire economie heeft de Europese Commissie hier vorig jaar een voorstel voor gedaan. Europarlementariër Jan Huitema (VVD) grijpt deze wijziging aan voor een nieuwe poging om mineralenconcentraat uit dierlijke mest te laten erkennen als kunstmestvervanger. Met deze erkenning moet het mogelijk worden om mineralenconcentraat te kunnen gebruiken bovenop de gebruiksnormen van dierlijke mest, in de totale gebruiksnorm voor een gewas. Vanuit Nederland wordt hier al jaren voor gepleit, omdat dit een grote stimulans moet zijn voor mestverwerking. Tot nu toe zonder succes. Slechts in een pilot van beperkte omvang mag de geconcentreerde, stikstofrijke dunne fractie van mest als kunstmestvervanger worden gebruikt. Staatssecretaris Martijn van Dam van Economische Zaken probeert bij de nieuwe derogatieonderhandelingen ook derogatie te krijgen voor mineralenconcentraat. Dit is bij goedkeuring van het plan van Huitema echter niet meer nodig.Huitema wil het onderscheid tussen meststoffen gemaakt uit dierlijke mest en meststoffen op basis van andere grondstoffen opheffen. Dat moet soelaas bieden voor mineralenconcentraat. - Foto: Anne van der WoudeHet is niet de eerste poging om mineralenconcentraat erkend te krijgen als kunstmestvervanger. Eerdere pogingen zijn tot nu toe gestrand. Waarom gaat het deze keer wel lukken?“Deze wijziging richt zich niet zozeer op toelating van mineralenconcentraat als kunstmestvervanger. Het wijzigingsvoorstel is gericht op gelijke behandeling van verwerkte dierlijke mest met andere meststoffen. In het huidige beleid worden meststoffen van nutriënten afkomstig van verwerkte dierlijke mest gediscrimineerd. Alle erkende organische meststoffen, zoals producten uit zuiveringsslib of menselijke uitwerpselen, mogen nu gebruikt worden bovenop de gebruiksnormen voor dierlijke mest. Bij producten gemaakt van dierlijke mest is dat niet zo. Deze producten vallen nog steeds onder de definitie van dierlijke mest en moeten dus onder de gebruiksnorm voor dierlijke mest blijven. Dat is ongelijkheid en dat moet worden rechtgetrokken.”‘Ik wil een nieuwe definitie van dierlijke mest in de wet’Hoe gaat u dat doen?Ik wil een nieuwe definitie van dierlijke mest in de wet: dierlijke mest is dierlijke mest, behalve als het zodanig verwerkt is dat het aan de eisen voldoet van de Europese Meststoffenverordening en een werkingscoëfficiënt heeft van 80%.” Waar is die 80% op gebaseerd?“De 80% is een beetje arbitrair gekozen, maar het is de bedoeling om hiermee de angel uit de politieke discussie te halen. De Europese Commissie heeft tot nu toe nooit toestemming gegeven om mineralenconcentraat te gebruiken boven de gebruiksnorm voor dierlijke mest, omdat ze de werkingscoëfficiënt te laag vonden en daarmee het uitspoelingsgevaar te groot. Om nu eindelijk duidelijkheid te krijgen bij welke werkingscoëfficiënt mineralenconcentraat wel mag worden gebruikt boven de gebruiksnorm voor dierlijke mest, neem ik dat in mijn voorstel op. Met de huidige techniek is 80% goed te realiseren voor mineralenconcentraat, en er is een duidelijk verschil met de werkingscoëfficiënt van onbewerkte mest. Voor productcriteria geldt nu nog voor vloeibare meststoffen dat het product minimaal 2% stikstof, 2% kalium en 2% fosfaat moet bevatten. Ik heb een voorstel ingediend om dat naar 1% te brengen, omdat de 2% een lastige voorwaarde is voor mineralenconcentraat. Je kan het verder concentreren naar 2%, maar dat vraagt heel veel energie en is niet efficiënt. Bovendien kan een hogere concentratie tot meer vervluchtiging via ammoniak zorgen en kan het verbranding van het gewas veroorzaken. Maar de hoofdreden is de vraag waarom je er meer energie in zou pompen om het mineralenconcentraat geconcentreerder krijgen.”Mogen de verhoudingen dan wel variëren?“Ja. Het moet in totaal minimaal 3% stikstof, kalium, of fosfaat bevatten. Daarbij zijn de verhoudingen variabel.”‘Je moet technologisch neutraal zijn, de herkomst van het product moet niet uitmaken’U lijkt een wetsvoorstel te hebben gemaakt waarbij de huidige gehalten van mineralenconcentraat de uitgangspunten waren. Is dat wel verstandig?“Je moet technologisch neutraal zijn, de herkomst van het product moet niet uitmaken. Dat doen we met deze wijziging. Zonder aanpassing van de definitie van dierlijke mest, kan mineralenconcentraat nooit gebruikt worden als kunstmestvervanger.”Waarom laat u de verplichte percentages niet helemaal los?“De Europese Commissie wil wel dat er een werkbaar product ontstaat, waar de boer wat aan heeft. Er moet geen product komen dat niet werkt. De EU wil toch dat er aan criteria wordt voldaan, als er een keurmerk op komt. Bovendien was het politiek niet haalbaar om de normen er helemaal af te halen.”Heeft u al boze telefoontjes gehad van de kunstmestbranche?“Ik denk dat ze nog niet echt bang zijn dat dit een groot succes wordt, omdat de Nitraatrichtlijn toch beperkend is. Bovendien kunnen kunstmestproducenten de grondstoffen uit dierlijke mestverwerking ook gebruiken om weer kunstmest van te maken. Ze zien ook kansen, omdat er bijvoorbeeld vanuit de biologische hoek belangstelling voor is.”Hoe schat u de politieke haalbaarheid van uw voorstel in?“Ik ben positief. Hergebruik van mineralen is goed voor de circulaire economie en het milieu. Recentelijk ben ik met vertegenwoordigers van alle fracties in het Europees Parlement naar een mestverwerkingsbedrijf in Noord-Brabant geweest, om te laten zien hoe mestverwerking werkt en welke rol dit kan spelen bij het sluiten van kringlopen en de circulaire economie. Alle aanwezigen reageerden enthousiast en zijn positief. Ik verwacht in de landbouwcommissie van het Europees Parlement zeker een meerderheid te halen. Dat hoop ik ook in de milieucommissie en de commissie voor interne markt, vanwege de ongelijke behandeling van producten gemaakt van dierlijke mest, op dit moment. De bezorgdheid vanuit de milieuhoek over het gebruik van mineralenconcentraat en het effect op de waterkwaliteit zal het lastigste zijn. Vandaar ook dat ik een minimale werkingscoëfficiëntie in mijn voorstel opneem, om deze zorgen weg te nemen.”‘Hergebruik van mineralen is heel populair. Het speelt steeds meer in andere landen.’Mineralenconcentraat is echt iets Nederlands. Hoe zien andere lidstaten dit?“Hergebruik van mineralen is heel populair. Het speelt steeds meer in andere landen. Ook in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Frankrijk is interesse in deze technieken. Deze landen hebben ook steeds meer problemen met de Nitraatrichtlijn.”Dit is de derde poging in Brussel om mineralenconcentraat toegelaten te krijgen. De eerste – met als argument dat het goed is om het Nederlandse mestoverschot op te lossen – en de tweede – dat het bijdraagt aan de circulaire economie – hebben nog niet tot resultaat geleid. Waarom gaat deze derde poging wel slagen?“Het argument van circulaire economie staat nog altijd. Voor het argument om het Nederlandse mestprobleem op te lossen was geen meerderheid. Nu we de wijziging richten op ongelijke behandeling van dierlijke mest, verwacht ik dat het wordt aangenomen. Nu moeten boeren mest afvoeren en kunstmest aanvoeren. Het is ook voor het milieu beter als de dierlijke mest kan worden verwerkt en daarmee kan worden gebruikt op de bedrijven.” Via een wijziging van de Nitraatrichtlijn zou u ook kunnen pleiten voor het toelaten van meer dierlijke mest per hectare.“Daar ben ik een voorstander van, dat heb ik in het verleden ook wel eens gezegd. Maar dat is op dit moment politiek niet haalbaar. Ik kan vanuit het Europees Parlement alleen wetsvoorstellen indienen op de Nitraatrichtlijn op het moment dat de Europese Commissie besluit om de Nitraatrichtlijn te herzien. Dat hebben ze niet gedaan. Ze hebben alleen de Europese meststoffenverordening herzien. Binnen die herziening zag ik een mogelijkheid om mineralenconcentraat boven de gebruiksnorm voor dierlijke mest te gebruiken, maar ik kan daarin niet de gebruiksnorm voor dierlijke mest oprekken.”Hoe zal het verdere proces van dit nieuwe voorstel verlopen?“Ik heb het rapport gepresenteerd in het Europees Parlement. Dit zal besproken worden en in mei wordt er gestemd in de commissies. Ik hoop dat het rapport nog voor de zomer plenair behandeld wordt, zodat de overleggen met de Europese Raad van ministers en de Europese Commissie in het najaar kan beginnen. Op zijn vroegst zouden we wetgeving kunnen maken die op 1 januari 2018 in werking zou kunnen treden.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.