Predatie speelt weidevogels parten

De angst bestaat dat predatoren de weidevogels het laatste zetje geven om definitief uit het landschap te verdwijnen. - Foto: Hans Hut

De angst bestaat dat predatoren de weidevogels het laatste zetje geven om definitief uit het landschap te verdwijnen. - Foto: Hans Hut


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Roofdieren zijn een steeds groter probleem bij weidevogelbeheer. Boeren pleiten voor intensivering van de jacht.Goed weidevogelbeheer is niet afdoende om de toegenomen predatie het hoofd te bieden. Ondanks grote inzet van boeren, burgers en buitenlui waren de resultaten na 2014 vooral in het noorden van het land slecht. De angst bestaat dat roofdieren de weidevogels het laatste zetje geven om definitief uit het landschap te verdwijnen. Boeren en jagers roepen om intensivering van de jacht, natuur- en landschapsorganisaties wijzen vooral naar de intensivering van de landbouw. Lees ook: Aantallen boerenlandvogels nemen afJos Hooijmeijer (49), teamleider van het grutto-onderzoek van Rijksuniversiteit Groningen, tuurt door zijn kijker over de polders net boven het Friese Koudum, een mix van regulier boerengrasland en een reservaat waar het weidevogelbeheer doorgaans goed op orde is. “Dit gebied telde vorig jaar 200 gruttonesten”, zo vertelt hij. “Van deze nesten zijn uiteindelijk nul kuikens uitgevlogen.” Jos Hooijmeijer is teamleider van het grutto-onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij volgt de ontwikkeling van de gruttostand op de voet. - Foto: Anne van der WoudeOok hier speelt toegenomen predatie de weidevogels parten. Over het geheel van het Friese onderzoeksgebied, dat ruim 10.000 hectare telt, is de nestoverleving in de afgelopen twee jaar gehalveerd ten opzichte van de periode 2012-‘14. Vorig jaar kwam minder dan 40% van de nesten uit. Van de kuikens ging meer dan de helft verloren door predatie. Het grutto-onderzoeksgebied is dusdanig groot dat het volgens Hooijmeijer een goede afspiegeling vormt van de omstandigheden in Nederland. Veehouders bevestigen zijn lezing.Predatie groeiend probleemPredatie vormt een toenemend probleem, al blijkt het verzamelen van harde cijfers een behoorlijke uitdaging. Boeren zouden gezien de resultaten kunnen gaan twijfelen aan het nut van weidevogelbeheer. Gelukkig blijkt uit eerder onderzoek dat er in jaren met normale predatie wel degelijk direct verband is tussen de bedrijfsvoering van melkveehouders en de kans dat gruttonesten succesvol uitkomen. En dat is belangrijk, omdat het verschil echt wordt gemaakt met de productie van jongen. De overlevingskans van volwassen grutto’s is al dertig jaar vrij constant. Uit onderzoek blijkt wel degelijk direct verband tussen de bedrijfsvoering van melkveehouders en de kans dat gruttonesten succesvol uitkomenOp nat kruidenrijk, na half juni gemaaid grasland is de kans dat een nest uitkomt met 50 tot 60% het grootst. Op ongemaaid regulier grasland neemt dat, ondanks actieve nestbescherming, af tot 40-50% om te slinken tot 20% als boeren tijdens het maaien minder dan 20 vierkante meter gras rond het nest laten staan. Ook blijkt uit onderzoek (Kentie) dat de kans dat jongen overleven hoger ligt op kruidenrijk grasland. Ze vinden er voedsel en schuilen er.
Binnen het gruttoproject wordt al drie jaar de aanwezigheid van insecten in weidegrond gemonitord. Opvallend is dat in de praktijk alleen kuikens die voor begin mei ter wereld komen, een goede kans maken op uitvliegen. Dit zou te maken kunnen hebben met een te vroege piek in het insectenaanbod. Een van theorieën is dat het aantal insecten in de afgelopen decennia flink is afgenomen als gevolg van intensieve bemesting, ontwatering en wellicht het gebruik van nieuwe bestrijdingsmiddelen.Verandering cultuurlandschap door intensivering landbouwHooijmeijer erkent dat de toenemende predatie een groot probleem vormt, maar als onderliggend probleem wijst ook hij op de verandering van het cultuurlandschap door intensivering van de landbouw, die predatoren in de kaart speelt. De hoogtijdagen van weidevogels in Nederland waren in de jaren zestig en zeventig. Het beheer van het cultuurlandschap was optimaal waardoor weidevogels konden floreren als nooit tevoren. Daarna is er veel veranderd. Niet alleen maar negatief, maar wel ten nadele van de weidevogelstand. Goed voorbeeld is het stoppen met het gebruik van insecticiden als DDT begin jaren zeventig. Mede als gevolg van deze maatregel nam het aantal roofvogels, en dus predatoren van weidevogels, in het buitengebied fors toe. Dan zijn er nog ontwikkelingen als ruilverkaveling, diepteontwatering en de bouw van grote gemalen. Hierdoor werd een ongekende schaalvergroting in de melkveehouderij mogelijk, die nu nog doorgaat. Deze uitleg valt zeker niet bij alle boeren in goede aarde, al is er wel degelijk sprake van toenemend begrip. Er zijn grote groepen boeren die kosten noch moeite sparen om de weidevogelstand te verbeteren. Zijn zien hun inspanningen teniet gedaan worden door in hun ogen falend beleid.Grote groepen boeren zien hun inspanningen voor verbeteren weidevogelstand teniet worden gedaan door falend beleidNatuurorganisaties en overheden hebben steken laten vallen. Boeren ergeren zich groen en geel aan het feit dat roofdieren als vossen of steenmarters zo lang de hand boven het hoofd is gehouden. Ook de werkwijze van terreinbeherende organisaties (tbo’s) doet de wenkbrauwen fronsen. Verschraling van natuurgrond werkt niet altijd in het voordeel van weidevogels en ook tbo’s kunnen meer maatregelen nemen om de predatiedruk tegen te gaan. Bijvoorbeeld door landschapselementen te verwijderen die als uitvalsbasis worden gebruikt door predatoren. Weinig actueel onderzoekOpvallend is dat er relatief weinig actueel onderzoek naar predatie van weidevogels heeft plaatsgevonden. Daarom voelen boeren zich ook vaak roependen in de woestijn. Afgelopen jaar werd binnen het gruttoproject wel extra aandacht aan predatie besteed. Vaststellen om welke rovers het gaat, bleek bij het ontbreken van hard bewijs als camerabeelden, echter een lastige klus. Vaak was het een kwestie van interpretatie en uiteindelijk kon in meer dan 40% van de gevallen geen predator worden aangewezen. In 23% van de gevallen kon de vos worden aangewezen als rover van eieren, maar dat percentage is waarschijnlijk een onderschatting. Ook werden predatiesporen aangetroffen van onder meer de bruine kiekendief, bruine rat, bunzing, havik, hermelijn, kauw en steenmarter. Op meerdere plaatsen wordt geëxperimenteerd met afrasteringen die grotere grondpredatoren als de vos buitensluiten. It Fryske Gea wil de proef in de Workumer binnenwaard en Jouke Sjoerdpolder 3 jaar volhouden. De bedoeling is om het gebied van februari tot juli af te rasteren. Met camera's wordt gemonitord of de vossen inderdaad buiten het gebied blijven. - Foto: Anne van der WoudeOm de invloed van predatie verder te meten wordt vanaf 2017 op meerdere plaatsen geëxperimenteerd met het afrasteren van weidevogelgebieden die grotere grondpredatoren als de vos buitensluiten. Zo ook boven Koudum. Maar liefst 6 kilometer aan stroomdraad moet vossen buiten een weidegebied van ruim 100 hectare houden. Experimenten hebben bewezen dat dit een gunstig effect kan hebben op de lokale weidevogelpopulatie. Deskundigen plaatsen wel de kanttekening dat het wat al te gemakkelijk is alleen naar de vos te kijken en geen oplossing biedt om de landelijke teruggang van weidevogels te keren. Sterker, vossen zijn ook weer verantwoordelijk voor predatie van andere weidevogelpredatoren als hermelijnen en wezels. Bovendien bestaat het gevaar dat een tegen de vos afgeschermd gebied juist als een magneet andere predatoren aantrekt.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.