‘Pluimveehouders krijgen betere prijzen!’

Laatst bijgewerkt:
Foto: Van Assendelft Fotografie

Foto: Van Assendelft Fotografie


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Thijs Hendrix voorziet betere tijden voor legpluimveehouders. “Al vijftig jaar moeten boeren knokken om het hoofd boven water te houden. Aan dat verdelen van armoede komt een eind, er komt een eerlijker prijs. Dat past bij het koopgedrag van de huidige en toekomstige generaties consumenten.”De toenemende vraag van consumenten naar lokale productie, dicht bij de consument, en een andere kijk op voedselsystemen zal leiden tot betere prijzen voor legpluimveehouders. Dat is de stellige overtuiging van Thijs Hendrix, president-directeur van Hendrix Genetics. ”Local for local gaat een vlucht nemen en level playing field wordt de komende jaren een key issue.” Ander koopgedrag, dat past bij de huidige en toekomstige generaties consumenten met andere consumptiepatronen en wensen. Boeren gaan dat inzien en erop inspelen, zo verwacht hij. “De corona heeft laten zien dat we niet alles van ver weg hoeven te halen.” Lees verder onder de foto. Thijs Hendrix, president-directeur van Hendrix Genetics. - Foto's: Van Assendelft FotografiePluimveefokker Thijs Hendrix (65)Hendrix geeft leiding aan het in 2005 opgerichte, wereldwijd opererende (pluimvee)fokbedrijf Hendrix Genetics in Boxmeer (N.-Br.). De legkippenfokkerij – het bedrijf heeft de grootste zuiverelijnenpopulatie – omvat zes merken en veertien commerciële producten.
Moederdieren gaan naar meer dan honderd landen, in elk land zitten wel legkippen van Hendrix Genetics. Ondanks zijn positie bij dit toonaangevende legpluimveefokbedrijf is Hendrix in zijn hart kippenboer. Sterker nog: hij is kippenboer, want hij is ook mede-eigenaar van een legbedrijf in Limburg. Hij is dan ook begaan met de pluimveehouders, kent hun noden en wensen.Hoe bent u zo zeker dat er voor legpluimveehouders betere financiële tijden zullen aanbreken?“Het kan niet anders. Pluimveehouders hebben tegenwoordig zoveel verplichtingen, moeten een zo hoge kwaliteit leveren, zo veel investeren, lopen zo veel risico, daar moet een faire prijs, een return on investment, tegenover staan. Consumenten en andere stakeholders zien dat in. En boeren zelf ook meer en meer. Er moet wat verdiend worden. Verkopen onder de kostprijs kan niet meer. Anders gaan pluimveehouders het bijltje erbij neergooien. De huidige generatie zal nog doorgaan, maar ouders zullen hun kinderen adviseren ‘doe het niet’, ‘wordt geen pluimveehouder’. Dan stopt de pluimveeproductie in Nederland en moeten producten uit het buitenland komen. Willen we dat?”Hoe ziet u dit dan voor zich, dat pluimveehouders een betere prijs krijgen?“Je moet dit zien in het tijdsperspectief, waar de sector vandaan is gekomen, welke eisen er vandaag de dag, wettelijk en maatschappelijk, aan de productie worden gesteld. Wat vinden we met z’n allen een fatsoenlijke productiewijze? Qua huisvesting, arbeidsomstandigheden, dierenwelzijn, productkwaliteit. Pluimveehouders willen zich inspannen om te produceren volgens die strenge eisen. Maar daar kunnen ze alleen aan voldoen als ze een eerlijk prijs ontvangen. Een level playing field is daarbij zeer belangrijk, dat producten van buiten de EU voldoen aan dezelfde productievoorwaarden die binnen de EU gelden.De sleutel is samenwerking. En die sleutel hebben boeren zelf in handen. Samenwerking tussen eierhandel, pakstations, eierverwerkers en pluimveehouders, samen richting inkopers van supermarkten. Zo’n samenwerking moet mogelijk zijn. Middelgrote Europese supermarkten werken immers ook samen bij de inkoop. Overheid, politiek, banken en andere bedrijven in de keten moeten die samenwerking aan de producentenkant mede mogelijk maken.”In de fokkerij houden we steeds meer rekening met maatschappelijke wensenDat is een mooi en positief vooruitzicht voor de pluimveehouders. Nu naar de pluimveefokkerij. Fokbedrijven moeten vooruitkijken, inspelen op ontwikkelingen, verwachtingen, veranderingen van de markt. Welke veranderingen voorziet u en hoe speelt Hendrix Genetics daarop in?“Het effect van de keuzen die wij maken bij de selectie in onze zuivere lijnen komt na 4 à 5 jaar tot uiting in de legkippen die de pluimveehouder in zijn stal krijgt. Daar komt bij dat als we nieuwe selectiekenmerken invoeren, we eerst moeten uitzoeken hoe we die het best kunnen meten en moeten we er fokwaarden voor berekenen.In de fokkerij houden we steeds meer rekening met maatschappelijke wensen. Vooral op gebied van dierenwelzijn. Al langer dan tien jaar geleden zijn onze zuivere lijnen niet meer snavelbehandeld en testen we hun nakomelingen in de praktijk met hele snavels. De laatste tien jaar is bevedering in onze fokprogramma’s gekomen en wegen we sociaal gedrag zwaarder mee. Daardoor gaan onze kippen lang mee, hebben ze een hoge leefbaarheid. Daarmee voldoen ze aan de wens van vandaag de dag: een duurzame leghen, die hoogproductief, sociaal en robuust is, met een super ei-kwaliteit.We houden ook rekening met huisvestings- en houderij-omstandigheden. Over tien jaar zullen er nog meer vrije uitloopkippen zijn, in Noordwest- en Zuid-Europa, maar ook in Amerika. Wereldwijd zit nu 80 tot 85% van de commercieel gehouden leghennen in kooien. Over tien jaar zal dat minder dan 70% zijn. Die ontwikkeling zien we ook in ontwikkelingslanden, bijvoorbeeld in India en Brazilië. Daar wil de rijkere middenklasse cage-free.We merken dat het aanbod van soja steeds meer onder druk komt te staan. Dat vraagstuk wordt een uitdaging voor de pluimveehouderij. Eiwit uit insecten is in opmars. Wij houden met die druk op soja rekening bij de voeding van onze fokdieren. Die krijgen niet te luxe voer, produceren dus niet onder de meest optimale omstandigheden, net zoals in de praktijk in veel landen. Onze zuivere lijnen zitten op schraal voer met ingrediënten van de toekomst, met steeds meer bijproducten.” Lees verder onder de foto. Hendrix: "Lidl zet in op witte eieren. Het zou goed zijn als AH en Jumbo dat ook zouden doen."Wat kunnen legpluimveehouders verwachten van Hendrix Genetics? Waar zitten verbeteringen?“Al onze producten zijn alleskunners, geschikt voor de tafelmarkt met een uitstekende voerefficiëntie. En onze genetici doen hun best om dat voortdurend te verbeteren. Vanaf het ontstaan van de hybridefokkerij, zeg rond de jaren ’60, was de fokkerij gericht op productie-efficiëntie van het eindproduct en bij de ouderdieren. In de jaren ’80 kwam productkwaliteit erbij en vanaf het begin van deze eeuw diergezondheid en dierenwelzijn. Dat heeft er toe geleid dat we momenteel in onze fokprogramma’s 65 kenmerken van de kippen en de eieren beoordelen en vastleggen. Meer dan 45 van die kenmerken nemen we mee in onze selectie-indexen. De zwaarte waarmee we die meewegen kan verschuiven.”Het vakmanschap van Nederlandse pluimveehouders moet wel goed zijn“In 2008 hebben we onze fokprogramma’s opnieuw ingericht en uitgebreid. Qua piekproductie was er weinig meer te winnen. De vooruitgang moest komen uit meer eieren door een langere legperiode. Wij namen dat mee in onze fokprogramma’s door onze zuivere lijnen en praktijktesten langer aan te houden en de data van het einde van de legperiode zwaarder in de selecties mee te wegen. Om kippen langer te kunnen aanhouden moet de opfok worden aangepast, niet meer zijn gericht op vroegrijpheid en een hoge piekproductie, maar op productiepersistentie, weerstand en gezondheid. De opfok wordt in veel landen gezien als een ondergeschoven kindje, behalve in Nederland, waar de opfok al langer wordt gezien als een investering in een lange productie. Credits voor de Nederlandse pluimveehouders, die als eersten van 300 eieren per hen in de jaren ’80 wisten te komen tot 500 eieren per opgehokte hen, wat nu al niet meer bijzonder is met onze kippen. Het vakmanschap van Nederlandse pluimveehouders moet ook wel goed zijn, ze moeten alles eruit uithalen wat erin zit, want de kosten zijn hoog en de marges klein. Het meeste blijft bij de retail. Het is het vakmanschap van de pluimveehouder, de combinatie van opfok, voer en management, waardoor zoveel mogelijk van het genetisch potentieel van de kip, waar wij hard aan werken, tot uiting komt.”Hoe speelt Hendrix Genetics in op duurzaamheid en het langer aanhouden van legkippen?“Duurzaamheid is verlagen van de CO2-footprint, een langere productiecyclus, langer een hoge productie en goede kwaliteit eieren. De lengte van de productieperiode is door het verbod op snavelbehandelen enkele weken teruggeworpen. Pluimveehouders zullen nieuwe koppels gemiddeld een week langer kunnen aanhouden dan het voorgaande.Duurzaamheid is ook productie-efficiëntie. Om die reden zien we nu westerse landen, waar vooral bruine eieren worden gegeten, voorzichtig verschuiven naar witte. Supermarkten spelen in die verschuiving een belangrijke rol. Lidl zet in op witte eieren. Het zou goed zijn als AH en Jumbo dat ook zouden doen. Maar zolang consumenten bereid zijn voor een bruin ei 6 tot 8 cent meer te betalen dan voor een wit ei, terwijl de kostprijs een halve cent meer is, zullen supermarkten die omschakeling niet snel promoten.”Bekijk het jubileumnummer van Pluimveehouderij

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Pluimveenieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.