Op weg naar nog duurzamer gebruik van landbouwgrond

Laatst bijgewerkt:
Foto: Bert Jansen

Foto: Bert Jansen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

In 2030 moet alle landbouwgrond duurzaam beheerd worden. Het Nationaal Programma Landbouwbodems is ingesteld om dat doel mogelijk te maken samen met boeren, bedrijfsleven en overheden.Landbouwgrond is schaars en duur. Het is de basis voor boeren voor de teelt van gewassen en voor de veehouderij. Iedere boer kent dan ook het belang van goede grond, maar het belang van goede landbouwgrond gaat veel verder. Verpachters hebben er belang bij dat de grond in goede staat blijft. Waterleidingbedrijven willen schoon drinkwater. Het wederzijdse belang tussen boer en waterschap verandert. Niet meer alleen zoveel mogelijk water afvoeren in natte tijden, maar ook voldoende water vasthouden voor droge periodes en het aanvullen van het grondwaterpeil.Duurzaam gebruik van landbouwgrond speelt een hoofdrol in de kringloopgedachte van minister Schouten. Niet voor niets dus dat het ministerie van LNV een Nationaal Programma Landbouwbodems heeft aangekondigd. Minister Schouten noemde het bodemprogramma een ‘voorwaarde voor de overgang naar kringlooplandbouw’.Lees verder onder de tweet.Woensdag 11 september is de eerste Nationale Bodemtop in Rotterdam. Hoe krijgen we landbouwbodems in Nederland duurzaam beheerd? De top is bedoeld voor agrariërs, ketenpartijen, kennis- en onderwijsinstellingen en beleidsmakers. Meer lezen of aanmelden: https://t.co/CsSoXuh9HOpic.twitter.com/vDCGhMDzvV— Ministerie van Landbouw, Natuur & Voedselkwaliteit (@minlnv) September 2, 2019Bodemprogramma met 4 sporenKomende week is de aftrap van het bodemprogramma met de Nationale Bodemtop. Daar moet onder meer duidelijk worden wat de laatste stand van zaken is van acties die al zijn ondernomen. Het programma heeft een uitwerking langs 4 sporen: Kennis – verzamelen, ontwikkelen en verspreiden;Beleid – hieronder valt onder meer de herziening van het pachtbeleid, het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en de ingezette herbezinning van het mestbeleid;Agroketens – hierin is aandacht voor onder meer lichtere machines, nieuwe plantenrassen en nieuwe stal- en bedrijfssystemen die mest opleveren met meer organische stof;Regionaal – richt zich bijvoorbeeld op provincies, waterschappen en drinkwaterbedrijven. Minister Schouten opent BodemtopMinister Carola Schouten van LNV opent op 11 september 2019 de eerste Nationale Bodemtop. De bijeenkomst in Rotterdam wordt georganiseerd door het ministerie van LNV en is de aftrap van het Nationaal Programma Landbouwbodems. Het doel van LNV is dat alle landbouwgrond in Nederland in 2030 duurzaam wordt beheerd en dat die inspanningen ook door de samenleving worden gewaardeerd.Meer kennis beter gebruikenVoor het onderdeel kennis is al veel gebeurd mede op basis van al langer lopend onderzoek. Via een zogenoemde publiek private samenwerking (PPS) onder de naam Beter Bodembeheer wordt een grote hoeveelheid kennis over bodembeheer gebundeld. Dat betreft onder meer organische stof, mestkwaliteit, bemesting, grondbewerking en kennis over verdichting van de ondergrond. PPS Beter Bodembeheer loopt in principe voor de periode 2017 – 2020 en is een samenwerking van LNV en een groot aantal bedrijven in de agrarische sector, belangenbehartigers en brancheorganisaties. De uitvoering van het programma gebeurt door Wageningen UR en het Louis Bolk instituut. PPS is onderdeel van de Topsector Agri & Food.Schouten heeft aangekondigd dat de overheid wil investeren in het breed verspreiden van kennis over duurzaam bodembeheer in het groene onderwijs en via kennisprojecten voor jong boeren. Een andere ambitie is het bijdragen aan cursussen voor adviseurs en er komt een praktijkproject bodemverdichting.Bundelen en verspreiden van kennis is onderdeel van de opdracht voor Jan Jacob van Dijk.Samenwerken voor gezonde bodemIn 2030 moet de bodemkwaliteit beter zijn dan nu en moet landbouwgrond duurzaam beheerd worden. Dat is een belangrijk doel in het Nationaal Programma Landbouwbodems. Jan Jacob van Dijk, oud-gedeputeerde in Gelderland en eerder Kamerlid voor het CDA is de trekker van het programma. Volgende week is de aftrap met de eerste Bodemtop die wordt georganiseerd door het ministerie van LNV.Jan Jacob van Dijk was van april 2011 tot 1 juni 2018 gedeputeerde voor de provincie Gelderland. Van 3 juni 2003 tot 17 juni 2010 was hij lid van de Tweede Kamer namens CDA. - Foto: Koos GroenewoldWaarom moet bodemkwaliteit verbeterd worden?“Er is eigenlijk bij iedereen zorg over de landbouwgrond. Dat gaat over inklinking, vermindering van het organischestofgehalte en tal van andere aspecten, zoals droogtegevoeligheid en bemesting. Samen dingen oppakken, zorgt voor een betere waterkwaliteit en meer koolstofvastlegging. Er moet veel gebeuren en het is nu eerst zaak om goed vast te stellen wat precies. Mijn taak bestaat uit het bij elkaar brengen van alle partijen en naar buiten toe ben ik een soort ambassadeur van het project.”Hoe ziet de aanpak er uit?“Drie punten zijn er vooralsnog. Ten eerste is het onderwerp afgebakend tot landbouwgrond, we gaan het niet hebben over bodemdaling in het algemeen. Het tweede punt is het kunnen meten. Hoe staat het ervoor en hoe meet je de bodemkwaliteit? In de derde plaats moeten we de vele kennis samenvoegen en verspreiden onder boeren en degenen die op het boerenerf komen. De verwarring is nu soms groot. Er zijn soms wel meer dan 20 erfbetreders, zoals adviseurs die lang niet allemaal het zelfde verhaal vertellen.”Hoe meet je bodemgezondheid?“Van belang is dat we een definitie hebben van wat een goede bodem is. Daar is veel onderzoek naar gedaan en recent is een robuust systeem met indicatoren, streefwaarden en meetmethoden opgeleverd, waarmee we een eerste stap hebben gezet.”Komen er ook maatregelen?“Dat klinkt meteen weer als de overheid gaat het regelen en dat is nu niet aan de orde. Het gaat er nu eerst om dat er instrumenten komen die helpen om de bodemvruchtbaarheid en -gezondheid te verbeteren. Dat kunnen ook aanbevelingen zijn. Een voorbeeld zijn voorgenomen aanpassingen in het pachtbeleid om te voorkomen dat het kortetermijnvoordeel van grondgebruik ten koste gaat van bodemvruchtbaarheid op de lange termijn.”Mestbeleid en gebruiksnormenZodra bodemvruchtbaarheid en duurzaam gebruik aan de orde zijn, komt al snel de roep om ruimere mestnormen. De bodemvruchtbaarheid loopt terug omdat er niet genoeg bemest kan worden, vinden sommigen. Anderen vinden juist dat nog steeds veel te veel bemest wordt. Diverse projecten lopen momenteel om te kijken wat de gevolgen zijn van het gebruik van meer dierlijke mest in plaats van kunstmest. Voorbeelden zijn de diverse Vruchtbare Kringloop-projecten, zoals de Vruchtbare Kringloop Achterhoek en Liemers.Lees verder onder de tweet.De #Achterhoek krijgt officieel de status van agro-innovatieregio van het ministerie van @minlnv Dat gaat @VKringloop Achterhoek en Liemers ruimte bieden om te experimenteren met methodes en regelgeving: https://t.co/cHWFC11Bz1pic.twitter.com/8xHxKjOMt8— Vruchtbare Kringloop (@VKringloop) July 12, 2019Dergelijke projecten vergroten de kennis over het gebruik van mest en de gevolgen voor bodem en milieu. Het levert bovendien tal van samenwerkingen op tussen boeren en andere partijen zoals waterschappen.Praktisch instrument voor boerGrote verpachters, zoals verzekeraar ASR, hebben groot belang bij duidelijkheid over de bodemkwaliteit en duurzaam beheer. Dat geldt ook voor financiers en waterbedrijven. ASR, Rabobank en Vitens hebben samen een bodemcoalitie gevormd. De ambitie van de coalitie is om het aanwezige kapitaal van de bodem te bewaren en te versterken.Als concreet hulpmiddel voor boeren heeft de bodemcoalitie een Open Bodemindex laten ontwikkelen door Wageningen UR, Farmhack en het NMI. De index wordt gepresenteerd op de Bodemtop.Dit instrument moet een beeld geven hoe de grond er voorstaat wat duurzaam bodembeheer betreft. Niet alleen voor het vaststellen van de bodemkwaliteit, maar ook om te adviseren over duurzame verbeteringen.Het is een eerste belangrijke stap om duidelijkheid te verschaffen over bodemkwaliteit en percelen ook te kunnen vergelijken. Duurzaamheid is nu nog niet eenduidig. Wanneer is een perceel goed of minder goed. Daarvoor zijn wel veel gegevens beschikbaar, maar het gaat erom dat te vatten in een beoordeling. Nu zijn er nog tientallen methoden om een of meerdere aspecten van grondkwaliteit te meten.De kwaliteit van landbouwgrond en het duurzaam gebruik staan centraal in het Nationaal Programma Landbouwbodems. - Foto: Bert JansenPachtbeleid in de steigersLangdurige pacht is beter voor een duurzaam bodembeheer stelde minister Schouten in april bij de aankondiging van het programma landbouwbodems. Dat krijgt uitwerking in het nieuwe pachtstelsel dat wel is aangekondigd maar nog niet definitief is uitgewerkt. De praktijk leert dat het areaal langdurige pacht alleen maar afneemt. Vooral het areaal reguliere pacht is sterk verminderd. Grondeigenaren kiezen voor hogere prijzen voor kortlopende verhuur of zijn huiverig voor het opnieuw aangaan van een langdurige pachtrelatie.LTO wil meer lijn en waardering voor boer in bodemplannenVoor LTO Nederland is het belangrijk dat er meer lijn komt in alle plannen voor verbetering van de bodemkwaliteit. Er ontstaat anders een soort projectmoeheid als niet duidelijk is wat het doel is en wat het oplevert voor de bodem en de boer zelf. “Er gebeurt al ontzettend veel. Veel boeren zijn bezig met het verbeteren van hun grond, doen mee aan allerlei projecten over bemesting, waterbeheer, noem maar op”, stelt Michael van der Schoot vast. Hij is themaspecialist bodem- en waterkwaliteit binnen LTO Nederland.Lees verder onder de tweet. Op woensdag 11 september 2019 organiseert LNV de eerste Nationale #Bodemtop. Op deze dag doet minister Carola Schouten de aftrap van het Nationaal Programma Landbouwbodems. Ook gaat het ministerie met betrokkenen in gesprek. Aanmelden kan (nog) via: https://t.co/tb5qD7VWK1pic.twitter.com/pUPkQ8ogdV— Michael v.d. Schoot (@MichaelvdSchoot) September 4, 2019“Tegelijkertijd missen boeren wel eens waardering voor hun inspanningen, ook in de vorm van betere verwaarding in de keten.”Van der Schoot noemt als voorbeeld de oogst van erwten. Daarbij zijn afspraken met de verwerker over oogsttijdstip nu vaak leidend. Dat kan betekenen dat geoogst wordt terwijl de grond eigenlijk te nat is. Enkele dagen later oogsten, kan dan beter uitpakken voor de structuur van de grond.Een actueel voorbeeld is het telen van vanggewassen. In mais op zand valt dat soms tegen bij de huidige droogte. Daar is veel meer flexibiliteit nodig, volgens Van der Schoot. Flexibiliteit moet dan ook een belangrijk onderdeel zijn in de plannen voor een betere bodemgezondheid wat LTO betreft. Dat geldt ook voor mestnormen binnen de lopende herbezinning op het mestbeleid. Boeren moeten de keuze krijgen tussen verfijnd of forfaitair. Dat is een belangrijk uitgangspunt in de eerder dit jaar gepresenteerde LTO-visie op het toekomstige mestbeleid. Daarin speelt de bodemkwaliteit een centrale rol.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.