Nu geen perspectief voor Nedersoja

Foto: Mark Pasveer

Foto: Mark Pasveer


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De sojabonenteelt blijkt weerbarstig met het Nederlandse klimaat en de nog niet toereikende veredeling. De ambitie van 10.000 hectare soja is verder weg dan ooit. In 2020 werd 132 hectare geteeld.De sojaboon is afgelopen jaar bijna van de Nederlandse akkers verdwenen. In totaal ruimden akkerbouwers en melkveehouders in 2020 nog slechts 132 hectare in voor soja (bron: CBS). Daarmee is de Green Deal Soja (zie kader) uit 2016 – die in een ambitieus areaal van 10.000 hectare voorzag – ver uit beeld geraakt. Vooral telers zijn afgehaakt, merkt Rob van de Lindeloof van Agrifirm, de coöperatie die de sojabonenteelt in Nederland aanzwengelde. “Er zijn nu nog 40 tot 50 boeren met soja over. Daarvan zijn er hooguit 10 à 15 akkerbouwer. Het gros van de 132 hectare soja eindigt dit jaar dus als veevoer en belandt niet bij de Belgische afnemer Alpro voor humane consumptie.”In de eerste jaren leek een Agrifirm-wervingscampagne voor soja nog vruchten af te werpen. Het sojabonenareaal steeg tussen 2016 en 2018 van 140 tot 541 hectare. Op het hoogtepunt waren er 150 deelnemende boeren, waarvan zeker de helft uit akkerbouwers bestond. Van de Lindeloof: “Zij zagen kansen met dit gewas. Soja was een nieuwe teelt met een nieuw verdienmodel. Maar het saldo is helaas tegenvallen, met het huidige areaal als gevolg.”Green Deal Soja voor 10.000 hectareDe Green Deal Soja werd in 2016 beklonken en moest binnen enkele jaren tot 10.000 hectare ‘Nedersoja’ leiden. Deze afspraak – met in eerste instantie ook subsidies – werd vastgelegd door coöperatie Agrifirm, de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur & Milieu en de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. De overheid zou daarbij onderzoeken of soja aan vergroeningseisen kan voldoen en of er een fiscale regeling kon komen voor de aanschaf van benodigde teeltapparatuur.

De sojateelt in Nederland was op dat moment pas vijf jaar oud en het areaal zeer bescheiden: 140 hectare. De ambitie was dus zeer groot. Het getal van 10.000 hectare was niet voor niets. Bij zo’n productie heeft de sojateelt voldoende omvang om raffinage (oliewinning) te organiseren, waarna sojaschroot overblijft dat geschikt is als grondstof voor mengvoer.

Tot die tijd – en de bedoeling was ook erna – zou food (het Belgische Alpro) het afzetkanaal voor soja zijn. De opkomst van sojabonen zou in het bouwplan van akkerbouwers ten koste moeten gaan van zomertarwe. Zover is het nooit gekomen. Ketens zijn niet tot waarde gebracht. Soja is een belofte gebleven.Niet tot waarde gebrachtDe Nederlandse sojateelt is relatief jong en bestaat sinds 2011. In die pioniersjaren was de gemiddelde hectareopbrengst 2,5 ton met het ras Adsoy. In de jaren die volgden, kwamen daar de rassen Obelix en Viola bij. De veredeling zette langzaam door. “De gemiddelde hectareopbrengst is na 9 jaar sojateelt zo’n 3 ton”, zegt Ruud Timmer, onderzoeker granen en eiwitgewassen van Wageningen University & Research. “Dat is nog niet genoeg. Je hebt minimaal 3,5 ton nodig om de teelt rendabel te krijgen. Akkerbouwers kijken naar hun saldi en dan moet soja meer opbrengen dan graan.” Sojabonenteelt komt niet van de grondDat verdienmodel is er echter niet, zeker niet nu de oude eiwitsubsidies van € 100 tot € 150 per hectare grotendeels verdwenen zijn. Dat erkent ook Van de Lindeloof. “We hoopten met soja richting tarwe- of gerstprijzen te gaan, maar netto-saldi van € 1.000 per hectare zijn er nooit gekomen. Soja is altijd blijven steken op € 500 tot € 600 per hectare.”Agrifirm merkte dat in Nederland de consumptie van sojaproducten tegenvalt en de financiële beloning uitblijft. In tegenstelling tot omringende landen. Zeker in Duitsland doen peulvruchten zoals sojabonen het goed. Toch wil Van de Lindeloof niet alleen met de vinger naar de consument wijzen. “De kern is dat we als keten tot nu toe niet in staat zijn geweest om sojabonen tot waarde te brengen.”Lees verder onder fotoEen lastig punt bij soja is het niet constante eiwitgehalte. Voor humane consumptie is een minimum gehalte van 40% vereist. Dat percentage is de afgelopen jaren gemiddeld dan wel gehaald; maar de jaarlijkse verschillen zijn groot. Daarop sturen blijkt lastig. - Foto: Hans PrinsenSojateelt niet voor heel NederlandDe schoen wringt voor soja niet alleen in het financiële deel. De teelt is door de late afrijping ook risicovol in het Noordwest-Europese klimaat. Sojabonen worden meestal begin/medio oktober geoogst en dan is een mooie, droge septembermaand voor een optimale afrijping van het gewas zeer gewenst. Zo’n najaar is in Nederland geen sinecure. Vooral 2019 viel letterlijk in het water. De gehele oogst van dat jaar voldeed volgens Alpro niet aan de eisen voor humane consumptie. Vochtgehaltes van 25 tot 30% waren dat najaar geen uitzondering. Timmer: “Het klimaat is hier ongunstiger. In Midden- en Zuid-Europa kun je een paar weken eerder oogsten en dat maakt verschil.” Vroege afrijping én rendement is lastigZelfs in België ziet Timmer al verschillen met Nederland. Daar liggen opbrengsten van sojabonen hoger en zijn vochtgehaltes lager. De meeste kansen liggen met soja ook in Zuid-Nederland, denkt hij. De temperaturen zijn er gemiddeld iets hoger dan in het Noorden. “Ik denk dat de sojateelt nu voor heel Nederland net te hoog gegrepen is. Of nieuwe rassen moeten straks vroeger rijp zijn.” Een ander eiwitrijk gewas als veldbonen is om die reden populairder. Dit gewas kent een gunstiger groeiseizoen, rijpt vroeger af, past beter bij het Nederlandse klimaat en kent ook een ‘wintervariant’. Het areaal veldbonen – in 2017 en 2018 nog vergelijkbaar met sojabonen – is inmiddels ook bijna tien keer zo groot: 1.092 hectare. Geen constant eiwitgehalteVroege afrijping staat hoog op de veredelingsagenda voor sojabonen. Met een twee weken korter groeiseizoen zouden telers al flink geholpen zijn. Die vroege rassen zijn er ook, maar die brengen matige opbrengsten van 2 ton per hectare met zich mee. Timmer is helder over de doelen. “Sojateelt kan alleen uit als de opbrengst tenminste 3,5 ton is, het gewas vroegrijp is en het eiwitgehalte minimaal 40% is. Daarvoor kijken we nadrukkelijk naar enkele buitenlandse sojaveredelingsprogramma’s.”Een doorbraak is er echter nog niet. De overgebleven sojatelers werken nu bijna alleen nog met Obelix; een degelijk, maar tegelijkertijd nog tekortkomend ras. “Na Obelix is er geen echte opvolger gekomen. In 2019 hebben we twee goede rassen in beeld gehad, maar die rijpten helaas te laat af”, aldus Timmer. Eiwitgehalte niet constant en ongrijpbaarEen extra moeilijkheid in de veredeling is het eiwitgehalte. Voor humane consumptie eist afnemer Alpro minimaal 40% eiwit. Timmer: “Het eiwitgehalte is na al die jaren nog steeds ongrijpbaar en fluctueert van ras tot ras, van jaar tot jaar en van regio tot regio. Daar kunnen we moeilijk op sturen en dat maakt de afzet lastig. Gemiddeld halen we de 40% eiwit wel, maar de schommelingen zijn jaarlijks fors.”Soja speelt kleine rol in EuropaOp het wereldtoneel speelt de Europese sojateelt een marginale rol. Het EU-sojabonenareaal groeit niet meer sinds 2015 en kwam in 2019 uit op krap 900.000 hectare. Het gros daarvan wordt in Italië (273.000 hectare), Frankrijk (164.000 hectare) en Roemenië (145.000 hectare) geteeld.
Die arealen staan niet in verhouding tot die van de wereldspelers aan de andere kant van de oceaan. Zo was het Braziliaanse sojabonenareaal vorig jaar 35 miljoen hectare. Ook de Verenigde Staten (31 miljoen hectare) en Argentinië (18 miljoen hectare) produceren zeer veel soja. De afhankelijkheid van die landen blijft kortom groot.
Een ander eiwitrijk gewas als de veldboon timmert de laatste jaren met meer succes aan de weg. Tussen 2016 en 2020 steeg het areaal in Nederland van 427 tot 1.092 hectare; bijna het tienvoudige van de sojaboon.Lastig perspectiefHet perspectief voor Nederlandse sojatelers lijkt er op dit moment niet te zijn. De teelt van sojabonen is relatief makkelijk en het gewas kan goed tegen droogte, maar soja struikelt over het verdienmodel en de nog niet toereikende veredeling. Agrifirm wil echter niet bij de pakken neerzitten en hoopt innovatieve boeren aan zich te blijven binden om meer ervaring op te doen. “We hebben al veel geleerd over de teelt en de mogelijkheden van genetica”, zegt van de Lindeloof. “We hadden alleen misschien niet zo hard op de trom moeten slaan met dat areaal van 10.000 hectare. Die uitspraak heeft de zaak eerder geremd dan goed gedaan.” Ook Timmer houdt hoop. “Het perspectief is er nu niet, maar de Europese veredeling gaat verder en de ontwikkeling van vleesvervangers neemt toe. Het is alleen wel zo dat óók veldboon of lupine het antwoord op die marktvraag kan zijn.”Lees verder onder fotoHenk Schoenmakers (74) heeft in Groesbeek (Gld.) een akkerbouwtak met 8 hectare land. - Foto: Van Assendelft Fotografie‘Het is een prachtig gewas, maar het is ook mijn derde verloren jaar’Henk Schoenmakers teelde in 2020 voor het derde opeenvolgende jaar sojabonen op 4 hectare. De teler zocht een alternatief voor mais – waarvoor hij geen zekere afzet meer had – en wilde graag eens experimenten. Dat was niet de enige reden. “Soja heeft weinig water nodig en ik kan niet beregenen. Daarnaast hoef je minder te spuiten. Dat vond ik belangrijk, want mijn percelen liggen tegen het dorp aan.”

Alle jaren zaaide Schoenmakers vanwege de vorstgevoeligheid van soja pas rond 14 mei. In 2018 was de oogst in een droog najaar relatief vroeg: eind september. Toch vielen de resultaten tegen. Dat lag niet aan de opbrengst van het ras Adsoy (2,6 ton per hectare) en het vochtgehalte (15%). “Het probleem zat ’m in het eiwitgehalte van net geen 39%. Afnemer Alpro eist 40% als minimum waardoor de soja helaas als veevoer eindigde. Dit kostte me niettemin bijna geen geld, omdat er een provinciale subsidie van € 70 per ton was.”

Vanaf het tweede jaar koos Schoenmakers voor het sojaras Obelix. Met 3 ton opbrengst was het rendement goed en ook het eiwitgehalte voldeed: 40,5%. Dit keer gooide het natte najaar echter roet in het eten. “Ik kon pas eind oktober oogsten. Het vochtgehalte was met 30% veel te hoog. Om die reden kon ik mijn product weer niet bij Alpro kwijt. Bovendien kostte de teelt nu wel geld vanwege forse droogkosten.”

Dit jaar leek Schoenmakers meer geluk te hebben. Het najaar was droger en het vochtgehalte kwam uit op 23,5%. De overige resultaten vielen wel tegen; 2,7 ton opbrengst en 39% eiwitgehalte. “Waarschijnlijk eindigt de soja vanwege het te lage eiwit dus weer als veevoer. Bovendien moest ik een keer extra spuiten tegen onkruid en had ik meer opbrengstverliezen tijdens het dorsen. Opnieuw een verloren jaar dus.”

In 2021 schrapt Schoenmakers sojabonen uit zijn bouwplan. Tot zijn spijt. “Het is een prachtig gewas dat weinig bemesting nodig heeft en de teelt is makkelijk. Het zou zonde zijn als het verdwijnt, maar qua veredeling en afrijping moet het beter. Er is nu te weinig oogstzekerheid.”

2018: 15% vochtgehalte
2018: 38,8% eiwit

2019: 30% vochtgehalte
2019: 40,5% eiwit

2020: 23,5% vochtgehalte
2020: 39% eiwit

2018-2020: rond 2,8 ton/hectare

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.