NMI bepleit extra ruimte voor compost

Foto: Henk Riswick
Uit het huidige model voor de onderbouwing van de gebruiksnormen blijkt dat de nitraatuitspoeling van compost structureel te hoog wordt ingeschat.Verder kan de aanvoer van effectieve organische stof (EOS) naar praktijkbedrijven substantieel omhoog, door het creëren van een extra P-gebruiksruimte van 5 kilo fosfaat per hectare voor compost. Dat concludeert de NMI in een verkenning.De NMI voerde in opdracht van de Vereniging Afvalverwerkers een verkenning uit naar de toepassing van compost. Als eerste is nagegaan hoe N-verliezen bij de toepassing van bodemverbeteraars worden berekend in het WOG-WOD-model (dat wordt gebruikt ter onderbouwing van gebruiksnormen). Omdat WOG-WOD geen rekening houdt met het type bemesting dat het N-overschot bepaalt (organisch dan wel kunstmest) zorgt dat ervoor dat de nitraatuitspoeling bij gebruik van composten te hoog wordt ingeschat; een worst-case-scenario dat niet aansluit bij de agronomische expertise over afbraak van deze producten. Meer fosfaatruimteVerder blijkt uit de verkenning van de NMI dat de EOS-aanvoer significant kan worden verhoogd door een extra P-gebruiksruimte van 5 kilo P2O5 per hectare voor gft- en/of groencompost (uitgaande van 50% vrijstelling van P). Dit is vooral het geval in situaties waar weinig OS wordt aangevoerd met gewasresten en/of dierlijke mest, aangezien de relatieve bijdrage van compost aan de EOS-aanvoer op de OS-balans dan relatief groot is (20 tot 30%). Bodemverbeteraars of meststoffenTenslotte stelt het NMI dat het zinvol is onderscheid te maken tussen ‘organische bodemverbeteraars’ die vooral organische stof leveren, en ‘organische meststoffen’ die vooral nutriënten leveren. In de studie zijn parameters afgeleid om dit onderscheid op basis van cijfers te onderbouwen. Dit kan worden gedaan op basis van het EOS-gehalte en op basis van de verhouding tussen de hoeveelheid EOS en beschikbare nutriënten (Nmin en P-totaal).Zesde Actieprogramma NitraatrichtlijnStaatssecretaris van Economische Zaken Martijn van Dam heeft in het kader van het Zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn aangegeven dat hij wil nagaan hoe bodemverbeterende maatregelen op landbouwbedrijven kunnen worden bevorderd. Dat doet hij onder andere door ‘te bezien hoe het gebruik van bodemverbeteraars op verantwoorde wijze kan worden bevorderd’. In dat kader heeft de VA aan NMI gevraagd een verkenning uit te voeren, waarvan de NMI recent haar bevindingen presenteerde.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









