Nieuwe zeug voldoet aan alle verwachtingen

Foto: Henk Riswick

Foto: Henk Riswick


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De familie Klein-Heßling heeft al veel ervaring met de TN70-zeug. Zowel in de kraam- als de vleesvarkensstal zijn de resultaten naar tevredenheid.Varkenshouder Hendrik Klein-Heβling moppert niet. Het loopt lekker op het bedrijf. In het Duitse Rhede heeft hij met zijn ouders een gemengd bedrijf met akkerbouw en varkens. Ze hebben 630 zeugen en mesten iets minder dan de helft van de biggen zelf af. Het bedrijf schakelt over van de Topigs 20-zeug naar de TN70-zeug van Topigs Norsvin. Dat proces loopt al een tijd. De oudste TN70-zeugen hebben reeds 5 worpen achter de rug. Twee derde van de zeugen op het bedrijf is inmiddels een TN70.Lees verder onder de foto.Naam: Hendrik Klein-Heβling (28). Plaats: Rhede, deelstaat Noordrijn-Westfalen (D.). Bedrijf: Gemengd bedrijf met varkens en akkerbouw. Samen met zijn ouders heeft Hendrik Klein-Heβling 630 zeugen en 3.000 vleesvarkens. Ruim de helft van de overtallige biggen gaat naar een vaste mester. Ze krijgen een vaccinatie tegen PRRS, circo en mycoplasma. Bij het bedrijf hoort 130 hectare grond voor de teelt van graan, mais suikerbieten, spinazie, boerenkool en dille. Hendrik doet de zeugen, zijn vader de vleesvarkens en zijn moeder de boekhouding en het werk in huis. Daarnaast heeft het bedrijf een vaste medewerker en zijn er doorgaans 2 stagiairs op het bedrijf werkzaam. - Foto's: Henk RiswickMeer biggenDe keuze voor andere genetica leidt samengevat tot meer biggen en hogere groei in de vleesvarkensstal, bij een gelijkblijvende karkaskwaliteit. In de tabel hieronder staan de resultaten samengevat. Het varkensbedrijf test beren van ki-organisatie GFS. De vleesvarkens dragen daarom een digitaal oormerk. Over hun afkomst bestaat zodoende geen twijfel. De ki-organisatie wil immers betrouwbare informatie verzamelen over hun beren. Om deze reden is er ook altijd nog iemand van GFS op de slachterij wanneer Klein-Heβling varkens levert. Hij dubbelcheckt de oormerken en registreert welke varkens hun oormerk kwijt zijn.Lees verder onder de tabel.Predicaat PlatinaVan de zeugen op dit bedrijf wordt 70% geïnsemineerd met een eindbeer van GFS, waarvan de nakomelingen zijn getest. Dat is momenteel de German Piétrain, met het predicaat Platina. Het platina-predicaat krijgt de 13% beste eindberen van een groep, met de beste mest- en slachteigenschappen. De overige 30% eindberen zijn divers. Het bedrijf doet ervaring op met een Tempo, Piétrain Select, PIC 408, Noorse Duroc, en de db.77-Piétrain van BHZP. De testen zijn voor GFS, maar ook voor eigen gebruik. De varkenshouder overweegt namelijk te veranderen van eindbeer.Lees verder onder de foto.Het selecteren van de slachtrijpe varkens doen de varkenshouders op het oog. Ze leveren wekelijks varkens.Biggen- en vleesvarkensstalDe vleesvarkens liggen verdeeld over 3 stallen. De varkenshouder loopt de achterste stal in. Daarin is plaats voor 480 gespeende biggen en 960 vleesvarkens. Gespeend wordt op 3 weken. De biggen wegen dan gemiddeld 6,2 kilo. Ze wegen 30 kilo wanneer ze naar de vleesvarkensafdelingen gaan. De groei in de opfokperiode bedraagt 445 gram. De biggen blijven zoveel mogelijk bij elkaar. Ze liggen op 0,4 vierkante meter per dier. Door het biggenvoer zitten havervlokken. Deze zijn gebroken, en daarom heel grof in vergelijking met de rest van het voer. De havervlokken bevorderen de darmgezondheid en geven de biggen een verzadigd gevoel. Het effect is dat pas gespeende dieren vaker aan de feeder staan, maar minder grote porties in een keer naar binnen schrokken. Dit voorkomt problemen met de vertering. Lees verder onder de foto.Een hok met bijna slachtrijpe varkens van de TN70-zeug.BrandschoonDe vleesvarkens maken een vitale indruk. Zodra de afdelingsdeur opengaat, komen ze in de benen. Ze zijn brandschoon. In Duitsland is volledig rooster de norm voor gangbaar gehouden vleesvarkens. Klein-Heβling wijst een varken aan met een paar vlekken erop. Sinds hij met de TN70-zeug werkt, heeft hij af en toe een bont varken ertussen lopen, is zijn ervaring. De varkens kunnen onbeperkt eten. Het rantsoen voor de vleesvarkens bestaat voor 40 à 45% uit gebroken mais, aangevuld met volledig mengvoer. De varkens maken zelf brij van het rantsoen, zodra het in de schaal onderin de feeder ligt.Lees verder onder de foto.De biggen dragen een digitaal oormerk. Over de herkomst bestaat geen twijfel.Meer groeiDe varkens met een TN70-moeder groeien 60 gram harder dan degene die van een Topigs 20-zeug afstammen. De karkaskwaliteit is gelijk gebleven. De varkens gaan naar slachterij Westfleisch, locatie Coesfeld. In de AutoFom-classificatie scoren ze dan 1,01 indexpunt per kilo geslacht gewicht. De uitval in de vleesvarkensperiode bedraagt 1,8% en de groei 915 gram.Niettemin denkt Klein-Heβling dat de groei van zijn varkens hoger kan. Vandaar dat hij ervaring opdoet met een serie eindberen waarbij het accent meer op groei ligt dan bij de German Piétrain het geval is. Hij heeft daar een mooi woord voor. Klein-Heβling: “Ik zoek een beer die iets wüchsiger is.” Vrij vertaald iets robuuster, minder vleesrijk en die ook harder groeit. Met de vleesrijke TN70-zeug kan dat. Die vererft meer spier, zodat een eindbeer minder vleesrijk hoeft te zijn.Lees verder onder de foto.De gespeende biggen. De groei in de opfokperiode bedraagt 445 gram, bij aflevergewicht van gemiddeld 30 kilo.TestbedrijfDe varkenshouder gaat daarbij niet over een nacht ijs. Omdat hij als testbedrijf voor het ki-station bovengemiddeld veel met de eindbeerkeuze bezig is, maakt hij nu weer een afgewogen beerkeuze. Zodra de keuze is gemaakt, gaat hij ook niet voor goedkoop, maar zoekt het beste wat de ki in huis heeft. Klein-Heβling: “Ik laat sperma komen van de betere beren. Een goede eindbeer betaalt zich altijd terug.”Lees verder onder de foto.Om het risico op darmverstoringen te beperken, krijgen de biggen havervlokken door hun rantsoen.De vleesvarkens zijn behoorlijk uniform. Alle dieren in deze stal zijn van de TN70-zeug. De varkenshouder geeft aan dat weinig varkens buiten de inkoopcondities van de slachterij vallen, met bijvoorbeeld te veel spek of te lichte hammen. De spreiding in karkaskwaliteit is dus gering. Wat de uniformiteit ten goede komt, is dat wekelijks 1 vracht varkens naar de slachterij gaat. Een afdeling wordt in 3 keer leeg geladen. Het selecteren van de slachtrijpe dieren gaat op het oog. Daar heeft Klein-Heβling senior al decennialang ervaring mee op het bedrijf en dat werkt daarom prima, is de uitleg. Het bedrijf van de familie Klein-Heβling.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.