NAV wil aardappeltelers verenigen

Foto: Sytze Bakker
De NAV vindt dat aardappeltelers een sterkere positie moeten krijgen in de afzetmarkt. Dat kan via een producentenorganisatie. “Dat is dit jaar een speerpunt voor de NAV.”De tijd is rijp voor een producentenorganisatie (PO) voor aardappeltelers. Dat vindt de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV). De vakbond heeft in het verleden eerder geprobeerd aardappeltelers te verenigen. Dat liep op niks uit. Maar de laatste jaren is een andere situatie ontstaan, zegt NAV-voorzitter Teun de Jong. “Daarom is nu het moment om dit weer op te pakken. De NAV steekt hier haar nek mee uit. Maar het is hoog tijd dat aardappeltelers zich verenigen. Er zijn duizenden aardappeltelers en maar vier grote afnemers.” Er is een andere politieke realiteit ontstaan rondom producentenorganisatiesDat leidt tot een permanente druk op de rentabiliteit van de aardappelteelt, zegt De Jong. “Er worden steeds meer aardappelen op contract geteeld. Daardoor stort bij een klein overaanbod de vrije aardappelprijs naar beneden. Bij een klein tekort stijgt de prijs zo boven de 20 cent. Prijzen daar tussen in zie je steeds minder. Dat is ook voor de verwerkers een onwenselijke situatie.”NAV-voorzitter Teun de Jong. - Foto: Mark PasveerMeer ruimte voor telersEr is een andere politieke realiteit ontstaan rondom producentenorganisaties, zeggen bestuurder Keimpe van der Heide en beleidsadviseur Aleid Dik van de NAV. “In het huidige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is meer ruimte gekomen voor telers om zich te verenigen in een PO. Voorheen belemmerde de kartelwetgeving dat. Volgens de kartelregels mocht je maar maximaal 5% en soms tot 10% van een afzetmarkt bundelen. Je moest kunnen aantonen dat bijzondere omstandigheden zo’n bundeling nodig maakten. En je kon niet van te voren toetsen bij de kartelautoriteit ACM of wat je wilde wel was toegestaan. Dat betekende een groot risico. Kijk maar naar de miljoenenboete die telers en verwerkers van plantuien een paar jaar geleden hebben gekregen. In het huidige GLB is het agrarisch recht echter boven het kartelrecht geplaatst. Dat betekent dat er veel meer mogelijkheden zijn voor samenwerking in de landbouw, die niet mogelijk zijn in andere sectoren.”PromotieHet huidige GLB loopt van 2015 tot en met 2021. Dat de NAV nu pas het plan voor een PO oppakt, komt omdat de regelgeving juridisch gezien erg ingewikkeld is, zeggen Van der Heide en Dik. “En we wilden niet het risico lopen dat we achteraf de zaken niet goed hadden ingeschat, waardoor je tegen hoge boetes kunt aanlopen. We hebben veel inzicht gekregen in de procedures rondom de PO’s doordat jurist Maria Litjens in september 2018 is gepromoveerd aan de Universiteit Groningen op producentenorganisaties en mededinging. Er is nu veel meer mogelijk, blijkt uit dit promotieonderzoek. Daarom pakt de NAV dit weer op. En we zien dat in de politiek meer begrip is ontstaan voor de moeilijke onderhandelingspositie van de individuele teler tegenover de grote afnemers. Dat maakt het allemaal gemakkelijker.”Aardappelen worden opgeladen voor een fritesfabriek. Steeds meer aardappelen worden onder contract geteeld, waardoor de vrije prijzen sterk kunnen schommelen. - Foto: Sytze BakkerStrenge voorwaardenIn de groenten- en fruitsectoren zijn producentenorganisaties al langer mogelijk via de gemeenschappelijke marktordening (GMO). Maar daar gelden strenge voorwaarden, zegt Dik. “Zo moet een GMO-producentenorganisatie een kantoor hebben en dat mag niet zijn ondergebracht bij een lid. Er moet personeel zijn en dus ook een salarisadministratie. Een accountant moet de boekhouding controleren. En zo’n PO moet de afzet bundelen.”Wat betreft de afzet bestaat alleen de ruime regel dat een PO de concurrentie niet volledig mag uitschakelenDergelijke voorwaarden gelden niet voor een PO voor andere gewassen dan groenten en fruit. Er zijn wel een paar eisen. Een PO moet één of meer doelen kiezen uit een lijst. Eén van die mogelijke doelen is aanbodbeheersing om de prijzen te stabiliseren. En een PO moet bestaan uit minstens 15 telers. Er moeten statuten zijn opgesteld. De overheid moet de PO erkennen. En wat betreft de afzet bestaat alleen de ruime regel dat een PO de concurrentie niet volledig mag uitschakelen. Bij een conflict daarover is uiteindelijk de rechter die beoordeelt of grenzen zijn overschreden. Bundeling van de afzet is niet het belangrijkste doel van een PO voor de aardappelsector, zegt de NAV. - Foto: Peter RoekAls een PO zelf te klein blijft om een serieuze marktpartij te worden, is ook een unie van PO’s mogelijk, zegt Van der Heide. “Dat mag ook een internationale unie zijn. Maar de afzonderlijke PO’s moeten wel in hun eigen land een nationale erkenning hebben. De NAV is nu bezig om in omringende landen de belangstelling te peilen voor een PO.”Ons doel is om telers te organiseren zodat ze een gelijkwaardige gesprekspartner zijn voor de afnemersTelers organiserenBundeling van de afzet is niet het belangrijkste doel van een PO voor de aardappelsector, zegt Van der Heide. “Bundeling van afzet is geen vereiste om een PO te kunnen beginnen. Dat is ook niet waar de NAV mee begint. Ons doel is om telers te organiseren zodat ze een gelijkwaardige gesprekspartner zijn voor de afnemers. Een PO is voor een verwerker een aanspreekpunt om allerlei zaken mee af te stemmen. Er komt veel op de aardappelsector af, denk maar aan de uitwerking van het Klimaatakkoord en de steeds strengere eisen die gelden voor kwaliteit, duurzaamheid en gewasbescherming. Een verwerker kan dat gemakkelijker regelen met één PO dan met 100 afzonderlijke telers. Ook het sturen van de aanvoer van aardappelen naar een fabriek kan goed worden afgestemd met een PO.”Vraag en aanbod afstemmenMaar het belangrijkste doel is om uiteindelijk vraag en aanbod van aardappelen beter op elkaar af te stemmen. In de vijf grootste aardappellanden in West-Europa (Nederland, België, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) is ongeveer 25 miljoen ton aardappelen nodig voor een marktevenwicht, stelt Van der Heide. “Via een PO of een Unie van PO’s kun je dat met elkaar afspreken. Maar ook bijvoorbeeld of telers de extra kosten voor beregening vergoed krijgen. Beregenen kost een teler geld, maar betekent ook voor een verwerker meer zekerheid op de aanvoer van aardappelen. Er blijven altijd aardappeltelers die zich niet willen aansluiten bij een groter geheel. Maar zelfs een bundeling van 100 telers is een factor van betekenis. En telers kunnen binnen een PO afspreken dat ze toch hun afzet individueel blijven regelen, waarbij de PO alleen de contractvoorwaarden opstelt.”Het belangrijkste doel is om uiteindelijk vraag en aanbod van aardappelen beter op elkaar af te stemmenNu of nooitDe NAV is druk bezig de PO van de grond te krijgen en dat af te stemmen met de landen om ons heen. Van der Heide: “Het is nu of nooit. Een PO voor de aardappelteelt brengt weinig kosten met zich mee. Door de nieuwe regels in het GLB is veel meer aanbod te bundelen dan vroeger. Er zit praktisch geen risico aan vast. En een PO kan veel betere afspraken maken met de afnemers dan individuele telers. In de Verenigde Staten bestaan al langer PO’s die gezamenlijk het aanbod beheersen en daardoor een meer stabiele en vaker kostendekkende prijs hebben dan wij in Noordwest-Europa. Maar PO’s zijn hier tot nu toe niet van de grond gekomen, onder andere omdat de mogelijkheden binnen het mededingingsrecht om afspraken te maken beperkt waren. Dat is nu veranderd.”Het is ook in het belang van de verwerkers dat de telers een eerlijke prijs krijgen voor de aardappelen. - Foto: Jan Willem SchoutenDe bietenteelt kent als het ware één telersvereniging, de coöperatie Cosun, die alle Nederlandse bieten verwerkt tot suiker. Toch is het rendement van de bietenteelt sterk gedaald nadat in 2017 de suikermarktordening is afgeschaft. Eén grote telersvereniging is geen garantie voor een rendabele teelt in een vrije markt. Eerlijke prijsNAV-voorzitter De Jong vindt dat bietentelers zich zouden moeten bundelen over meer Europese landen. De aardappelsector heeft altijd gewerkt in een vrije markt. De Jong: “Een PO voor de aardappelteelt heeft alleen zin als die ook bestaan in andere aardappelproducerende landen en dat er wordt samengewerkt. Voor de eeuwwisseling werd in Nederland zo’n 60% van de consumptieaardappelen via een stuk of 5 coöperaties afgezet naar de industrie. Die situatie is vrijwel verloren gegaan, waardoor de aardappelprijzen voortdurend onder druk staan. Het is ook in het belang van de verwerkers dat de telers een eerlijke prijs krijgen voor de aardappelen. Dan zijn ze ook in de toekomst verzekerd van voldoende aanvoer van grondstoffen. De PO voor de aardappelteelt wordt hét speerpunt voor de NAV dit jaar.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









