NAK geeft inzicht in nacontrole virus in pootgoed

Laatst bijgewerkt:
Foto: Koos Groenewold

Foto: Koos Groenewold


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Jaren met hoge virusdruk ondermijnen het vertrouwen van telers in de uitslag van de nacontrole. De NAK geeft inzicht in de systematiek.De NAK heeft vorig jaar uiteindelijk 35,6% van het pootgoed in klasse verlaagd vanwege virusziek. Het hoogste verlagingspercentage in twintig jaar. Een belangrijke oorzaak hiervan is de extreme luizendruk in 2018 en 2019.NAK-keurmeester Hinry Roman keurt pootaardappelen. Dit seizoen is de verlaging op virus in de veldkeuring vergelijkbaar met vorig jaar en dus relatief hoog - Foto Koos Groenewold.Dit seizoen is de verlaging op virus in de veldkeuring wederom relatief hoog. “Dit jaar verwachten we in theorie veel virus, omdat in het uitgangsmateriaal van 2019 waarschijnlijk al veel Y-virus zat. Daar kwam een flinke luizendruk overheen”, zegt Johannes Ransijn, onderzoeker van de NAK. “De luizenvluchten waren dit jaar erg vroeg en de vectorendruk is hoog.”Vectorendruk is een optelsom van het aantal luizen, de soort luizen en de mate waarin ze virus overdragen. Het percentage virusziek en het verlagingspercentage hangen ook af van de duur waarin bladluizen daadwerkelijk virus verspreiden, de vectorenactiviteit, of er zieke bronplanten zijn en de vatbaarheid van het gewas. En de maatregelen die telers nemen tegen luizen.Hoge luizendruk en aanpak luizenVanaf 2016 is het verlagingspercentage in de nacontrole gestegen. Van 7,8% in 2016, 17,1% in 2017, 25% in 2018 tot 35,6% in 2019. Dit kwam voornamelijk door een hoge bladluizendruk. Neem daarom maatregelen om luizen te bestrijden. Dat verlaagt de kans op virusbesmetting:Bestrijd aardappelopslag en onkruid en dek afvalhopen af.Gebruik virusvrij uitgangsmateriaal, laat je stammen vrijwillig toetsen op Y-virus en poot geen besmette stammen.Verwijder tijdig viruszieke aardappel- en opslagplanten en besmette onkruiden.Bestrijd luizen op tijd met een goed werkend middel met minerale olie. Werk met een kort spuitinterval en met middelen met een translaminaire werking, die ook de onderkant van het blad bereiken.Zorg voor tijdige en effectieve loofdoding. Dat verkort de vatbare periode. Vorig jaar werd 11% van het pootgoed dat in week 28 was doodgemaakt in klasse verlaagd. Bij doodspuiten in week 35 was dat 32%.Voorkom hergroei van het gewas. Gebruik Quickdown volgens het Loofdood 2.0-systeem.Rumoer over nacontroleElk jaar vinden in de nacontrole correcties plaats. Maar als het om relatief veel partijen gaat, zoals in het virusjaar 2019, zorgt dat voor onrust bij telers. Er ontstond discussie.“Telers hadden veel vragen over het nacontroleproces, de monstergroottes en de betrouwbaarheid van de uitslag”, zegt Peter Boutkan van Agrico. “Telers dreigden het vertrouwen in de systematiek kwijt te raken. Daarom is het goed dat de NAK hierover uitleg geeft.”Het gaat om het vinden van de juiste balans tussen twee risico‘sHet is zeker geen willekeur als een groot aantal partijen in eerste instantie wordt verlaagd en na heronderzoek in een andere klasse terechtkomt. Er ligt een forse portie statistiek ten grondslag aan schattingen van het percentage virusziek.“Je krijgt nooit 100% zekerheid over het percentage ziek in een partij. Er is altijd een risico op onterechte verlaging, ongewenst voor de producent. En een risico op onterecht klassebehoud, ongewenst voor de afnemer. Het gaat om het vinden van de juiste balans tussen deze twee risico’s”, vertelt Ransijn.Nacontroles en kwaliteit pootgoedNederland streeft naar een hoge kwaliteit pootgoed en hanteert voor de klassen S, SE, E, en A strengere normen dan de EU. Nacontrole op virus is ook nodig omdat bij de visuele beoordeling een deel van de virus-besmette planten wordt gemist.

Zonder nacontrole kan het aantal partijen dat niet aan de norm van de klasse voldoet enorm toenemen, vooral in jaren met veel virus. Voor klassen PB-S waarschijnlijk zelfs met een factor 3 tot 5.De nacontrolesystematiek is een compromis tussen kwaliteit, kosten en snelheid. Hoe groter een monster, hoe groter de kans dat een partij terechte goedkeuring of terechte verlaging krijgt. Maar met de betrouwbaarheid stijgen ook de kosten en neemt de totale doorlooptijd van het hele nacontroleproces toe.Dit seizoen speelt nog een bijzondere vierde factor: corona. Daardoor heeft het NAK-laboratorium een beperking in capaciteit met restricties in maximale monstergrootte in de nacontrole 2020. Die zijn na te lezen op de NAK-website.“Het doel van onze nacontrolesystematiek is om zoveel mogelijk partijen pootgoed in de juiste klasse te plaatsen”, zegt NAK-onderzoeker Johannes Ransijn - Foto: Koos Groenewold.Partijen in juiste klasseDe nacontrole is een onderzoek van een representatief monster, niet van een hele partij. “Ons doel is niet om een zo precies mogelijke schatting van het percentage virusziek te geven, maar om de partij in de juiste klasse te plaatsen. Er is altijd een bepaalde onzekerheid rondom het geschatte percentage ziek”, zegt Ransijn.Veel partijen die op 0% ziek worden ingeschat, hebben bijvoorbeeld in werkelijkheid wel een kleine besmetting. Voor de juistheid van de nacontrole wordt het pas een probleem wanneer in zo’n partij meer dan 0,5% ziek zit, terwijl 0% is geschat, of andersom. Zelfs in virusjaren zijn de meeste partijen niet of nauwelijks besmet. Dan gaat het meestal al goed met een eerste onderzoek op 200 knollen.Voor partijen met hogere besmettingspercentages helpt een groter monster om preciezer te schattenRansijn: “Voor partijen met hogere besmettingspercentages, dichter bij de norm, helpt een groter monster wel om preciezer te schatten. Die partijen kun je pas acceptabel in een klasse plaatsen op basis van een groter monster. Daar is een tweede onderzoek voor bedoeld.”Op basis van alle gekeurde partijen heeft de NAK voor verschillende jaren percentages virusziek en de kans op klasse-verlaging berekend, afhankelijk van monstergrootte, aantal onderzoeken en virusdrukZie voor de tabel ook het artikel in de digitale versie van BoerderijIn 2016 (weinig virus) is in het eerste onderzoek van de nacontrole naar schatting 6% van de klasse PB-S onterecht verlaagd. In 2018 (veel virus) was dat 11%. Na heronderzoek is de onterechte verlaging respectievelijk 2 en 3% van het totaal.Het percentage terecht verlaagde partijen (van het totale aantal partijen PB-S in de nacontrole) wordt na twee onderzoeken geschat op 6% in 2016, op 20% in 2018 en op maar liefst 28% in 2019. “Hieruit blijkt de toegevoegde waarde van de nacontrole in jaren met veel virus.”Optimale monstergrootteElk jaar blijven telers zich afvragen welke monstergrootte ze het beste kunnen aanvragen en wat de kosten zijn per monster.Zie voor de tabel (monstergrootte) ook de tabel in de digitale versie van BoerderijVoor de grootste kans op klasse-behoud en de laagste kosten adviseert Ransijn een standaard aantal van 200 knollen (4x50) in het eerste onderzoek. “Telers die vertrouwen hebben in hun partij, kunnen bij verlaging of afkeuring het beste een tweede onderzoek doen op een groter monster.”“Dat geeft maximale kans op klasse-behoud tegen de laagste kosten. Een groter monster in het eerste onderzoek voegt weinig toe voor de uiteindelijke kans op klasse-behoud wanneer een teler na verlaging in het eerste onderzoek gebruik maakt van een tweede onderzoek”, concludeert Ransijn.
Wat het totale risico op verlaging betreft, is 4x50 bij verlaging opgevolgd door een 8x50-monster zelfs iets gunstiger voor de pootgoedteler dan 8x50 of groter in ronde 1. Deze strategie is ook goedkoper en sneller dan alle partijen 8x50 in ronde 1.“Een groot deel van de partijen bevat heel weinig tot geen virus. Met het meertrapssysteem ligt de focus van extra onderzoeksintensiteit op die partijen waar zeker iets in zit.”Een groter monster zorgt voor een iets kleinere kans op onterecht klassebehoudAls telers extra zekerheid willen dat een partij geen of nauwelijks virus heeft, bijvoorbeeld voor eigen vermeerdering, is het zinvol om een groter monster in het eerste onderzoek aan te bieden. Dat vergroot de kans op het vinden van een kleine besmetting en het zorgt voor een iets kleinere kans op onterecht klassebehoud.De opslag van aangeleverde aardappelmonsters bij de NAK. Monsters worden onderzocht in deze volgorde: spoed, versneld, standaard, uitgesteld - Foto: Mark Pasveer.Bij onderzoek op 600 knollen is er 95% kans op minstens 1 positieve reactie wanneer in de partij 0,5% besmet is. Bij 200 knollen is die kans 63%. Bij nul positief in een monster van 600 knollen is de zekerheid dat een partij PB-S aan de norm voldoet groter dan bij nul positief in 200 knollen.Voor 2019 zijn die zekerheden geschat op 99% en 92%. In een jaar met weinig virus (2016) is dit nagenoeg 100% en 98%. In jaren met een hoge virusdruk geeft nul positief in een groter monster dus extra zekerheid dat er geen of zeer weinig virus in een partij zit.Kansberekening virusziekHet onderzoek in de nacontrole is gebaseerd op het testen van het sap uit de navels van knollen op virus via de PCR-methodiek. Het extract van 50 knollen wordt samengevoegd. Bij een onderzoek wordt 4, 8 of 12 keer een samenvoeging van 50 knollen getoetst.De NAK werkt met berekende besmettingen op basis van kansberekeningsformules. Als in een 4x50-toets 1 van de 4 submonsters een besmetting is aangetoond met PCR, dan zit in het monster minstens 1 besmette knol en in sommige gevallen 2 of meer besmette knollen in hetzelfde submonster. Voor de partij geeft dit een berekend percentage ziek van 0,6%.Een partij PB of S gaat dan naar SE (want het maximale percentage ziek in een PB of S is > 0,5%). De puntschatters geven de onzekerheid (spreiding) van de schatting niet weer, maar die is er wel. In een deel van de partijen met geschat 0,6% ziek, kan minder dan 0,5% (of meer dan 0,75%) ziek zitten.Het tweede onderzoek geeft een preciezere schatting, minder door toeval beïnvloedEen partij waarvan het eerste monster toevallig een hoog besmettingspercentage had, behoudt na een tweede onderzoek toch vaak de oorspronkelijke klasse. Bij een klein monster is het onderzoek soms relatief strikt voor partijen met een laag besmettingspercentage.“Eén toevallig besmette knol kan dan al voor verlaging zorgen. Het tweede onderzoek geeft dan een preciezere schatting, minder door toeval beïnvloed”, legt Ransijn uit.In de meeste partijen pootgoed zit weinig virus, zelfs in virusjaren. In 2019 werd in 41% van de onderzochte monsters geen Y-virus aangetoond.Als het besmettingspercentage laag is, is de kans op verlaging weliswaar klein per partij, maar omdat het om een groot aantal partijen gaat is het uiteindelijke aantal wel substantieel (kleine kans x groot aantal). In het tweede onderzoek worden deze partijen meestal weer teruggezet.Het onderzoek in de nacontrole is gebaseerd op het testen van het sap uit de navels van 200 aardappelknollen op virus via de PCR-methodiek - Foto: Mark Pasveer.Omgekeerd geldt voor het kleine aantal partijen met veel virus dat deze per partij een grote kans op verlaging hebben, maar dat het totale aantal beperkt is (grote kans x klein aantal). In het tweede onderzoek wordt de verlaging van deze partijen bijna altijd bevestigd.De E-norm voor virusaantasting is dit seizoen verruimd van 1,2 naar 1,5%. “Daardoor zijn veel minder tweede onderzoeken nodig en is de definitieve klasse sneller bepaald. Er is wel een iets grotere kans op onterecht klasse-behoud voor partijen met een besmettingspercentage net boven de norm.”Informatiedocument van de NAKVanwege de zorgen en vragen van telers blijft de NAK het nacontrolesysteem kritisch bekijken. “Het is belangrijk om het systeem goed te begrijpen, dan kun je voor- en nadelen van keuzes afwegen”, zegt Ransijn.“Soms zijn aanpassingen gewenst, zoals aanpassing van de E-norm en het openstellen van een derde 16x25-onderzoek voor alle partijen die een eerste en tweede onderzoek klasse B of afkeuring krijgen. Het goed toetsen op de A-norm van 6% vraagt nu soms drie onderzoeken. Dat kan wellicht beter. We gaan deze procedure voor volgend seizoen nog goed bekijken.”De NAK heeft een informatiedocument opgesteld met uitleg over de systematiek van de nacontrole en de achtergronden van de cijfers. Het document staat binnenkort op de website van de NAK.Vooral in jaren met veel virus heeft nacontrole toegevoegde waardeDe nacontrole zorgt ervoor dat partijen bijna altijd aan de kwaliteitseisen van hun klasse voldoen. Vooral in jaren met veel virus heeft de nacontrole toegevoegde waarde. Verlaging en klasse-behoud is meestal terecht, maar niet altijd.

Een tweede onderzoek corrigeert de meeste onterechte verlagingen van het eerste onderzoek. Partijen rond de normgrens worden soms in de verkeerde klasse geplaatst, ook na een tweede onderzoek. Alleen met oneconomisch grote monsters van duizenden knollen is dit substantieel te verbeteren.

Een nacontrole op duizend knollen, individueel getoetst, zou niet veel beter presteren dan het huidige meertrapssysteem. Alle berekeningen zijn onder aanname van willekeurige monstername.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.