‘Nadenken over verhouding tussen bestuur en rechter’

Foto: Canva

Foto: Canva


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Er zijn inderdaad parallellen te ontdekken tussen de rol van de Raad van State in de toeslagenaffaire en de rol van het College van Beroep voor het bedrijfsleven in de fosfaatrechtenaffaire.Van Ettekoven (Raad van State) ziet die overeenkomsten ook. De Raad van State gaat zelfonderzoek doen; men trekt de kast nog eens open en gaat een aantal uitspraken nader bekijken. Zijn er fouten gemaakt? De Commissie Van Dam vond alvast van wel. Het zou te wensen zijn dat ook het College van Beroep de eigen rol nog eens nader onder ogen ziet en een onderzoek instelt. Dat onderzoek zou vanzelfsprekend het beste kunnen gebeuren door een onafhankelijke club of persoon, en niet door het CBb zelf, want dan weet je al wat daar uitkomt. Trouwens ook als een buitenstaander het doet, weet je wel wat er uitkomt: het CBb heeft het ernstig laten afweten in de rechtsbescherming. Een rechter die een artikel uit een mensenrechtenverdrag ‘een juridisch muizengaatje’ noemt verdient op zijn minst een ernstig gesprek met de Raad voor de Rechtspraak.Knelgevallen fosfaatrechtenIntussen moeten we wel beseffen dat het in de fosfaatrechtenaffaire toch vooral de wetgever en het bestuur zijn die hebben gefaald, net als bij de toeslagen. Zo heeft Den Haag stelselmatig geweigerd om een fatsoenlijke knelgevallenregeling tot stand te brengen. Intussen moeten we maar eens nadenken over de verhouding tussen bestuur en rechter. We willen natuurlijk allemaal dat de rechter goede rechtsbescherming biedt, maar we willen ook weer niet dat de rechter, die immers niet democratisch gekozen is, op de stoel van het bestuur gaat zitten. Ruimtelijke ordeningZo was de verontwaardiging over de PAS-rechtspraak en over het Urgenda-vonnis niet van de lucht, zelfs terwijl daar juridisch nauwelijks een speld tussen viel te krijgen. Neem maar als voorbeeld de ruimtelijke ordening. De Wet ruimtelijke ordening bevat maar één – vage – norm: bij ruimtelijke besluiten moet het gaan om ‘een goede ruimtelijke ordening’. Tja, en wat is ‘goed’ en wie bepaalt dat? Het is niet zo gek dat de rechter zegt: wat ‘goed’ is bepaalt toch vooral het bestuur, wij kijken alleen maar of dat bestuur geen ‘kennelijk onredelijke’ beslissing heeft genomen, en daar is niet snel sprake van. Dat is wat een marginale toetsing wordt genoemd.Maak inhoudelijk goede wettenDe gang naar de Raad van State bij ruimtelijke besluiten levert daarom al te vaak weinig op. Als het bestuur al eens een foutje maakt (bijvoorbeeld door een bepaald onderzoek achterwege te hebben gelaten) krijgt het van de rechter nog gelegenheid om dat te herstellen. Het blijft meestal gewoon hetzelfde besluit. En daarom ligt de bal toch weer bij de wetgever: maak inhoudelijk goede wetten met rechtvaardige normen. Dan kan de democratie doen waar hij voor is en dan kan ook de rechter zijn rol vervullen.Lees ook: ‘Overeenkomsten toeslagenaffaire en fosfaatbeleid’

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.