‘Minister moet taal van boer kennen’

Bas Van der Vlies: "Ik bood boeren een luisterend oor en een schouder om uit te huilen, mentaal gesproken dan." Foto: Danielle van Coevorden

Bas Van der Vlies: "Ik bood boeren een luisterend oor en een schouder om uit te huilen, mentaal gesproken dan." Foto: Danielle van Coevorden


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Bijna dertig jaar zat Bas van der Vlies voor de SGP in de Tweede Kamer. Een kwart eeuw voerde hij het woord over de landbouw. Inmiddels is hij zeven jaar uit de Tweede Kamer. Hij maakt zich zorgen over de verdergaande schaalvergroting en de gevolgen daarvan voor het platteland.Bas van der Vlies (75) voelt zich een bevoorrecht mens. Bijna drie decennia was hij volksvertegenwoordiger namens de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). HIj zag bewindslieden komen en gaan. De ene maakte meer indruk dan de andere. En hoe de politieke tegenstellingen ook waren, hij hield ook bij andere partijen vriendschappen over aan zijn tijd als Kamerlid. Na een periode van zwaar lichamelijk ongemak (hij onderging een openhartoperatie en een darmoperatie), zit de oud-politicus er weer monter bij.Pompen om maar niet te verdwijnenVanuit zijn woning in Maartensdijk kijkt Van der Vlies over de Dorpsweg. “Toen ik hier neerstreek in 1972 waren er tientallen melkveehouders, nu nog vier of vijf. Dat zijn heel grote bedrijven die het wel redden, ook al hebben ze last gehad van de lage melkprijs. Er is een aantal geïntensiveerde bedrijven met varkens. Zij moeten pompen, pompen en pompen om maar niet te verdwijnen. Die ontwikkeling naar schaalvergroting sla ik wel met enige zorg gade. Wat betekent dat voor het karakter van het platteland? Wat zijn de gevolgen voor het milieu en de gezondheid? Daar moeten we wel over nadenken.”‘Die ontwikkeling naar schaalvergroting sla ik wel met enige zorg gade’Vanwaar uw compassie met het boerenbedrijf?“Ik had een boerenzoon als jeugdvriend. We waren altijd op en rond de boerderij te vinden. Er was ruimte om te spelen, maar de koeien moesten wel gemolken worden en als de akkers en de veestapel tegelijk aandacht vroegen, sprongen we bij. Dat was heel normaal, geen enkele discussie. Daar heb ik de belangstelling voor het boerenbedrijf ontwikkeld. Ik was zelf geen boerenzoon dus het boerenerf was min of meer onbereikbaar, anders zou ik dat best gewild hebben. Ik ken in het dorp een aantal melkveehouders die ik op elk door mij gewenst moment kan bezoeken, maar dat contact droogt wel op.”Bas Van der Vlies: "Ik bood boeren een luisterend oor en een schouder om uit te huilen, mentaal gesproken dan". Foto: Danielle van CoevordenToen Van der Vlies het landbouwwoordvoerderschap in 1986 overnam van fractievoorzitter Henk van Rossum viel hij midden in de discussie over de knelgevallenregeling bij de superheffing. Terugkijkend zegt hij: “Ik vond dat die knelgevallen geholpen moesten worden. Er kwamen allerlei situaties boven water die te denken gaven. Toen had iedereen nog een zwaar hoofd over die superheffing, maar later zag men het nut er toch wel van in.”Wat heeft u als landbouwwoordvoerder het meest geraakt?“De dierziektecrises. Varkenspest, mond- en klauwzeer en vogelgriep die vlak achter elkaar en ook bij herhaling toesloegen. Dat heeft die periode zeer bepaald.”U belde de boeren die getroffen waren?“Als we hoorden dat een bedrijf getroffen was, dan belde ik die mensen. Of het nu partijgenoten waren of niet – en zo hoort het ook, want ik zat daar niet alleen voor mijn eigen club, maar voor het landsbelang en voor de sector. Die mensen waren vaak heel gefrustreerd. Ze wisten niet precies wat er aan de hand was. Ze hadden allerlei vragen: Was er wel MKZ? Moest het wel zo stevig worden aangepakt? Ze werden naar hun idee wel heel erg miskend in hun belangen.”‘Als we hoorden dat een bedrijf getroffen was, dan belde ik die mensen’Kon u boeren ondersteunen?“Dat heb ik geprobeerd, maar daarover blijf ik zeer bescheiden. Het was een heel heftige tijd met een hoge mate van turbulentie. Dus het was verre van eenvoudig. Ik bood een luisterend oor en een schouder om op uit te huilen, mentaal gesproken dan. En samen met de andere Kamerleden hebben we wel dingen voor elkaar gekregen. Ik was daar heel emotioneel bij betrokken. Die ruimingen werden in de media uitvergroot op een manier waardoor het niet al te zachtzinnig leek, en dan druk ik me voorzichtig uit. Ik ergerde me eraan dat het zo toeging. Economische motieven gaven in het beleid de doorslag, dat ging boven diervriendelijkheid en boervriendelijkheid.”Bas van der Vlies in debat. Hij adviseerde minister Gerda Verburg zich "op het boerenerf te vertonen met de benen in de blubber of de stal".Toch verdedigt u ook de noodzaak van het overheidsingrijpen.“We waren gebonden aan Brusselse regelgeving. Toen in Kootwijkerbroek de onzekerheid toesloeg, heb ik gezegd: de onderste steen moet boven. Het kan niet zijn dat de ruiming voor niets is gebeurd. Maar op dat moment had de minister geen andere mogelijkheid; stel je voor dat er niet geruimd was en de ziekte was verder verspreid. Dan was er veel grotere ellende ontstaan en was de wereld te klein geweest.”Dus steunde u toenmalig minister Laurens Jan Brinkhorst?“Nou, met hem heb ik heel wat appeltjes geschild. Hij sprak de taal van het boerenerf niet. Hij wist de mensen altijd weer met uitspraken te prikkelen. Maar goed, wat kon ik anders doen dan hem op te roepen tot zorgvuldigheid en de menselijke maat?”‘Met laurens Jan Brinkhorst heb ik heel wat appeltjes geschild. Hij sprak de taal van het boerenerf niet’Welke ministers hebben uw achting?Voor mij sprongen Gerrit Braks en Cees Veerman er uit. Die wisten van wanten en traden met gezag op. Zij stonden nationaal en internationaal hun mannetje, hadden begrip voor de worsteling op het boerenerf.Kwamen bewindslieden u om advies vragen?Cees Veerman had geen concrete politieke ervaring in Den Haag. We hebben wel eens gesproken over hoe je dingen politiek moest aanpakken en waar hij op moest letten. Niet dat Veerman naar mijn pijpen danste, daar is hij veel te zelfstandig en te deskundig voor. Als ondervoorzitter van de Kamercommissie heb ik ook zo’n soort gesprek gehad met Haijo Apotheker, toen hij net minister was geworden. Ze komen bij je en dan heb je het over die dingen. Gerda Verburg werd als boerendochter landbouwminister, dus die kant van de zaak zat wel goed. Ik heb mijn best gedaan om haar te herinneren aan het feit dat ze zich in haar positie zou versterken als ze zich op het boerenerf zou vertonen met de benen in de blubber of de stal. Ik zeg niet dat ze daar op mijn advies naar gehandeld heeft, maar dat gesprek kan ik me goed herinneren: Zorg dat je genoeg de praktijk van het boerenleven herkent.”‘Ik denk dat met de moderne bedrijfsvoering en al haar technische mogelijkheden de eerbiediging van de zondag mogelijk is’Iets anders: zondagsrust in de landbouw neemt af. Wat vindt u daarvan?“Ik vind dat moeilijk, zo niet verwerpelijk. De enige socialist die ik tientallen keren met instemming heb geciteerd is Wim Kok, die zei dat we de zondag moeten houden als een haven van rust. Ik heb de tijd meegemaakt dat het hooi werkelijk kurkdroog moest worden binnengehaald. Dat is nu anders. Ik denk dat met de moderne bedrijfsvoering en al haar technische mogelijkheden de eerbiediging van de zondag mogelijk is.”Bas van der VliesBas van der Vlies (1942) kwam in 1981 als 39-jarige in de Tweede Kamer. Vijf jaar later nam hij niet alleen het fractievoorzitterschap over van Henk van Rossum, maar ook diens landbouwportefeuille. Bijna een kwart eeuw voerde hij namens de SGP het woord over de landbouw. Hij verwierf groot gezag in de Tweede Kamer, dat onder meer tot uiting kwam bij zijn vertrek toen hem een ovationeel applaus ten deel viel. Hij sloot zijn politieke loopbaan in 2010 af met de woorden ‘Soli Deo Gloria’ (Alleen aan God de eer).

Als landbouwwoordvoerder verzette hij zich tegen het voornemen van minister Laurens Jan Brinkhorst om de nertsenhouderij te verbieden. “Ik vond het niet eerlijk om zo tegen een sector, die op aandringen van de overheid zwaar op dierwelzijn had ingezet, te zeggen: we zetten er een punt achter. Als je dat doet, moet het in elk geval zorgvuldig gebeuren.”

Hij protesteerde eind jaren tachtig met succes tegen de gewoonte van de grote partijen (toen PvdA, CDA en VVD) om onderling zaken op landbouwgebied af te stemmen, voordat andere partijen daarover hun zegje konden doen. Zijn opvolger is Elbert Dijkgraaf. “Die heeft een andere stijl, maar die moet mij ook niet gaan nadoen.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.