Minder nutriënten, toch hogere opbrengst

Foto: Bert Jansen

Foto: Bert Jansen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Boeren brengen steeds minder stikstof en fosfaat op het land. Maar ondanks minder nutriënten stijgt de opbrengst van gewassen gemiddeld nog steeds, zowel in de akkerbouw als in de ruwvoerwinning. Twee experts zoeken naar verklaringen voor dit fenomeen.De aanvoer van stikstof naar landbouwgrond daalde tussen de jaren 2000 en 2013 (laatst bekende CBS-cijfers) van 450 kilo per hectare naar 325 kilo, oftewel min 28%. Bij fosfaat zijn de cijfers nog indrukwekkender. Hier daalde de aanvoer van 125 kilo per hectare in 2010 naar 80 kilo in 2013, oftewel min 36%. Het totale nutriëntenoverschot laat ook een sterk dalende lijn zien. Tegelijkertijd was er bij de gewassen in de periode 2000-2015 sectorbreed gezien geen opbrengstverlies, maar zelfs een lichte stijging. De opbrengstramingen van het CBS laten op zandgrond (inclusief löss) een stijging van 0,9% zien en op klei een plus van 0,6%. Alleen korrelmais deed het iets minder met min 1,9 en min 1,3%. Met een daling van de aanvoer van belangrijke nutriënten als N en P zou je over de hele linie eerder een daling van opbrengsten verwachten.De aanvoer van stikstof en fosfaat op landbouwgrond daalde tussen 1990 en 2000 scherp, vanwege strengere bemestingsnormen. Na 2000 zette de daling geleidelijker door. - Bron: CBSMeer bewustzijnKoos Verloop, expert ruwvoerwinning bij Wageningen Plant Research, vermoedt dat het bij melkveehouders vooral met meer bewustzijn voor de ruwvoerwinning te maken heeft, dat de opbrengsten van gras en mais op peil blijven. “Wetenschappelijke onderbouwing van het fenomeen hebben we niet. Maar als je tien jaar geleden aan een melkveehouder vroeg wat zijn grasopbrengst per hectare was, zei hij altijd 10 ton. Hij had eigenlijk geen idee. Door meer voorlichting en onderzoek is er meer bewustzijn ontstaan, ook over het feit dat akkerbouwers veelal betere resultaten behalen door nauwkeurige bemesting en gewasmanagement.”Verloop ziet dat de resultaten in ruwvoerwinning verbeterden door onder meer perceelsgericht bemesten en aandacht voor bodemverbetering en -gezondheid. Ook gebruiken melkveehouders vaker nieuwe grassoorten met hogere opbrengst en goede gehalten. “Perceelsgericht bemesten zorgt ervoor dat de mest die mag worden gebruikt zo goed mogelijk wordt verdeeld. Door te bemesten naar opbrengstvermogen van percelen, gaat meer mest naar de percelen waar er relatief meer van wordt teruggewonnen”, stelt Verloop. Op de lange termijn is wel het gevaar dat dit tot verdere verarming van slechte percelen kan leiden. Vanaf 1987 traden de Wet bodembescherming en de Meststoffenwet in werking. Vanaf 1998 zette mineralenaangiftesysteem Minas een flinke dalende impuls in. - Bron: CBSBemestenLangzaam maar zeker dringt volgens Verloop ook het besef door dat bemesten van mais na gras niet efficiënt is. “De gegeven stikstof zal zeer slecht benut worden door de mais; zeker slechter dan wanneer de mest wordt uitgespaard in mais en in plaats daarvan naar gras wordt gebracht. Deze verschuiving verbetert de benutting ook. Sommige mais werd bovendien uit gewoonte structureel overbemest. Door de bemesting naar het optimale niveau terug te brengen, hield de veehouder mest over om op grasland te brengen.”Ook met de aanwendingstechnieken van mest ziet Verloop goede ontwikkelingen. “Minder breed verspreid in de melkveehouderijpraktijk, maar wel effectief is de drijfmestrijenbemesting. En een verbetering die inmiddels wel vrij breed is opgepakt, is aanwending van mest met sleepslangen met water. Dan heb je minder ammoniakverliezen en wat niet meer verloren gaat, komt beschikbaar voor bodem en gewas. Daar halen we ook in de Proeftuin Veenweide heel goede resultaten mee.”Compliment voor akkerbouwWaar het gaat om de akkerbouw heeft Gerard Ros, senior projectmanager bij het Nutriënten Management Instituut (NMI), complimenten voor de sector. “Tien jaar geleden had de akkerbouw veel speelruimte om te sturen met bemesting. Door steeds strengere gebruiksnomen is die speelruimte heel krap geworden, maar de gewasopbrengsten bleven inderdaad op peil en zijn zelfs licht gestegen.”Akkerbouwers zijn zich volgens Ros veel bewuster geworden van het belang van goed bodembeheer en een goed bouwplan. “Door de juiste gewassen achter elkaar te telen en daartussen groenbemesters te gebruiken, kunnen de planten de nutriënten veel effectiever benutten. Door het inzetten van vanggewassen, verlies je in de winter bovendien niet te veel nutriënten en kunnen volggewassen die nutriënten gedurende het groeiseizoen blijven opnemen. Ook kun je na een minder diepwortelend gewas een dieperwortelend gewas telen, zodat uitgespoelde stikstof alsnog wordt opgenomen. Dit draagt allemaal bij aan betere benutting van de nutriënten.”Door tussen teelten een groenbemester te gebruiken, kunnen planten nutriënten effectiever benutten. - Foto: Bert JansenStikstoflevering bodemDaarnaast is volgens Ros ook meer inzicht gekomen in wat de bodem gedurende het seizoen aan stikstof levert. “Met sensoren kun je perceelsgewijs onderzoeken welke percelen meer of minder stikstof leveren. Dat kan ook door bijvoorbeeld een extra checkmonster te nemen binnen de teelt, zoals in aardappelen. Zo kun je gerichter en specifieker sturen.”Ros stelt vast dat de meeste akkers al over voldoende fosfaatreserve beschikken. “Daarvan zit zoveel in de bodem, dat is meestal genoeg. Enkele fosfaatgevoelige gewassen, zoals aardappelen, kunnen wel wat extra’s gebruiken bij de start van de groeiperiode. Via dierlijke mestgift wordt in de meeste situaties voldoende fosfaat aangevoerd. Herverdelen tussen de gewassen in het bouwplan is ook een praktische oplossing.”‘De aanvoer van voldoende organische stof blijft nodig’Al wordt minder stikstof en fosfaat aangevoerd, de bodemkwaliteit blijft veelal wel overeind, ziet Ros. “In bijna alle grondsoorten blijven de gehaltes vrij constant. Er is dus nog voldoende aanvoer, onder meer door het omwerken van gewasresten en aanvoer van dierlijke mest en compost. De bodemstructuur wordt wel wat minder. De aanvoer van voldoende organische stof blijft nodig.”Tot nu toe zijn de dalende stikstofgehaltes geen reden tot zorg, aldus Ros. Voor de meeste gewassen is geen aanpassing van het bemestingsadvies voorzien, volgens een recent besluit van Commissie Bemesting Akkerbouw/Vollegrondsgroententeelt, ook niet bij hogere gewasproducties. “Voor consumptieaardappelen en wintertarwe zou de opbrengst kunnen stijgen bij hogere N-bemesting. Voor suikerbieten is dit niet het geval, omdat door efficiëntere gewassen de suikeropbrengst niet afneemt bij lagere N-gehalten. Belangrijk is wel om de vinger aan de pols te houden. Mede daarom wordt binnenkort een analyse gedaan naar voorkomende stikstof- en fosfaatgehalten in gewassen. Ik ben benieuwd wat daar uit gaat komen.”Veel aandacht voor bodem houdt opbrengst op peilRoy Lageschaar is onder meer verantwoordelijk voor de bodemkwaliteit van zijn melkveebedrijf. - Foto: Henk RiswickRoy Lageschaar (26) houdt zich op het melkveebedrijf van zijn ouders en broer in Groenlo onder andere bezig met de bodemgesteldheid. Nu kan het bedrijf met 100 melkkoeien, 70 stuks jongvee en 41 hectare grond nog uit de voeten met de steeds krappere bemestingsnormen. Op de langere termijn voorziet hij wel wat problemen.“Als eerste kijken we heel goed naar wat voor grond we hebben en passen daar ons plan op aan. We hanteren een 60/20/20-verdeling die ons goed bevalt. 60% is blijvend grasland, op de gronden met betere vochtvoorziening. Bij droogte blijft daar de grasmat beter. De overige 40% is wat armere zandgrond waar de vochtvoorziening minder is. Op deze gronden passen we wisselteelt toe, waarvan de helft snijmais is en de andere helft grasklaver.”Grasklavermengsel bevalt goedSinds een paar jaar werkt het bedrijf met een grasklavermengsel en dat bevalt heel goed. “De klaver levert stikstof aan de bodem, dus dat is gunstig voor de groei.” Vanaf 2012 vult het bedrijf de Kringloopwijzer in en daaruit blijkt dat er meer fosfaat wordt onttrokken dan opgebracht. “De groei van het gras en de mais blijft goed, maar het fosfaatgehalte van de bodem daalt wel. Dat kan op termijn voor problemen zorgen. We mogen niet meer drijfmest uitrijden waar veel kali inzit, en moeten steeds meer kali bijstrooien.”Slotenmaaisel aanvoerenOm het organischestofgehalte van de bodem op peil te houden, voert het bedrijf onder meer slotenmaaisel aan. “Dat geeft wel extra werk. Bovendien breek je veel af als je het land eerst omploegt. Soms moet dat nu eenmaal.” Sinds 2014 doet het melkveebedrijf mee met het project Vruchtbare Kringloop Achterhoek en Liemers (VKA). In VKA werken ruim 250 melkveehouders aan het verbeteren van de vruchtbaarheid van hun bodem, met name door te werken aan mineralenefficiëntie.Variabele mestnormenLageschaar merkt dat het grasklaverland wel tot 65 punten meer ruw eiwit (RE) levert dan het gewone grasland, wel tot 230 RE. “In het gewone grasland daalt het ruweiwitgehalte wel. Dat is zeker een aandachtspunt. Dat lossen we deels op met klaver, maar ook door te proberen nog slimmer te bemesten. Zo bemesten we het liefst als er een beetje regen is. Dan heb je een vergelijkbaar effect als met sleepslangen en water.” Variabele mestnormen zouden volgens Lageschaar een mooie manier zijn om te kunnen sturen op de productiviteit van een gewas. “Dat zou heel zinvol zijn. Van mij mogen die normen er komen.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.