Minder diarree door training en later spenen

Foto: Van Assendelft Fotografie
Biggen die in de zoogperiode veel vast voer opnemen, lopen na spenen veel minder risico op speendiarree dan hokgenoten die weinig of niet eten in de zoogtijd.Dat is nog eens bevestigd in onderzoek door voerfabrikant ForFarmers, in samenwerking met de universiteiten van Wageningen en Leuven. Een big met een goede voeropname loopt half zoveel risico op speendiarree dan een big dat niet vrat in de kraamstal. In het onderzoek komt naar voren wat al eerder is aangetoond. Tussen biggen van een toom is namelijk groot verschil in vreetgedrag. Een flink deel van de zogende biggen neemt überhaupt geen voer op voor spenen. Desondanks is het mogelijk om meer biggen in de kraamtijd aan het vaste voer te krijgen. Voorkom bij kop van de zeugSpeenleeftijd is een belangrijk aandachtspunt. Naarmate op latere leeftijd wordt gespeend, neemt het percentage biggen toe dat aan het vaste voer begint. De laatste tien dagen voor spenen stijgt het percentage vretende biggen van 62 naar 86, bij spenen op 28 dagen leeftijd. De speen waaraan een big drinkt is van grote invloed op het speengewichtTraining werkt ook om biggen aan het vaste voer te krijgen. Door meerdere malen per dag kleine porties vers voer te verstrekken, worden biggen aangezet tot eten. De voerkom dient bij voorkeur bij de kop van de zeug te staan. Plek aan de uierDe speen waaraan een big drinkt is van grote invloed op het speengewicht, blijkt uit het onderzoek. Toch is het speengewicht niet van invloed op het risico op speendiarree. Een big die achter aan het uier drinkt, weegt bij spenen een halve kilo minder dan een hokgenoot die aan de beste speen drinkt. De lichtere big loopt daarentegen niet meer risico op diarree.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









