Met druppelirrigatie heeft teler meer grip op opbrengst

Foto's: Stadje Media, Koos Groenewold, Marga van der Meer

Foto's: Stadje Media, Koos Groenewold, Marga van der Meer


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Om de maximale potentie uit zijn gewas te halen, grijpt akkerbouwer Klaas Schenk uit Anna Paulowna (N.-H.) ingrijpend in in het teeltsysteem. 12 ha grond wordt klaargemaakt voor beddenteelt en druppelirrigatie.De introductie van druppelirrigatie staat bij Klaas Schenk, een van de nieuwe deelnemers aan de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL) niet op zichzelf. De teler van pootaardappelen en uien wil laten zien dat het anders kan. Daarvoor is het volgens hem nodig om meer aandacht te besteden aan de bodem en gewasgroei.Tekst gaat verder onder de video.Kleiner bedrijfSchenk verkleinde zijn bedrijfsomvang van 80 ha bouwland (incl. verhuurd bollenland) naar 30 hectare en haalde daarmee de druk weg die rustte op zijn tijd en financiën. De komende jaren valt er nog veel te leren. “We maken de overstap van een teelt van pootaardappelen op ruggen die niet met oppervlaktewater beregend mogen worden, naar een teelt op bedden waar water wordt gegeven via druppelslangen. Ik zie grote voordelen, maar er ontbreken nog data om op te sturen.”Ondergrondse opslagSchenk baseert zich op kennis die hij heeft opgedaan bij collegatelers en buitenlandse projecten. Voor ondergrondse wateropslag putte hij kennis uit een spaarwaterproject voor bollenteelt in het nabijgelegen Breezand. Vervolgens werkte hij zijn eigen concept uit.Het opgevangen regenwater komt van de bedrijfsgebouwen en wordt naar een silo geleid van 1.000 kuub. Via een infiltratiebuis zakt het ondergronds. “Het geïnfiltreerde water verdringt het grondwater. Daar vormt zich een bel. Bij onttrekking wordt het eventueel weer aangevuld met grondwater.”Om te voorkomen dat het opgepompte water een te hoog zoutgehalte heeft, gebeurt dit heel geleidelijk. Daarbij passeert het beregeningswater een zandfilter.Werken met modulesDe installatie is modulair uit te breiden, waardoor het verzamelen van drainagewater tot de mogelijkheden behoort, evenals de koppeling met een Ozon-ontsmetter, ontijzering en een bemestingsunit. Maar daar is volgens Schenk nu nog geen sprake van.De grondsoorten om het bedrijf heen, zijn bekend vanuit bestaande bodemkaarten. “Op 30 ha hebben we te maken met 4% en 45% afslibbaar. Daartussen zit nog een deel met 17%. Op basis van deze gegevens wordt de eerste 12 ha opgedeeld in vakken van 1 tot 2 ha, met een zo homogeen mogelijke samenstelling, die apart ‘beregend’ worden.”Gerecyclede druppelslangenUitgangspunt is om twee uur per vak per dag te irrigeren, waarbij een afgifte wordt gerealiseerd van 2,4 mm. Schenk maakt gebruik van Netafim-slangen, die jaarlijks worden gerecycled. De diameter is 16 mm en om de 30 cm wordt water afgegeven. Deze slangen worden 3 cm onder de grond aangebracht, na het planten en zaaien. “Het gewas verdampt wel tot 10 mm per dag, het resterende deel moet worden aangevoerd via capillaire werking van de grond”, aldus Schenk. Bodemvochtsensoren moeten enerzijds aangeven welke vakken het meest behoeftig zijn en anderzijds registreren wat het effect is van de irrigatie per vak en dus per grondsoort. Dit geeft op den duur informatie over hoeveel mm water daadwerkelijk nodig is.Tekst gaat verder onder de foto‘s.Klaas Schenk in Anna Paulowna (N.-H) is gespecialiseerd in de teelt van gecertificeerde hoogwaardige pootaardappelen. Met druppelirrigatie wil hij het maximale uit de teelt halen. Zijn bedrijf omvat 30 ha, waarvan 24 ha beteelbaar: 8 ha pootaardappelen, 8 ha zaaizaad, 4 ha en uien 4 ha overig. - Foto: Koos GroenewoldMet deze nieuwe pootmachine van Dewulf kan Klaas Schenk de pootaardappelen op bedden van 1.80 m breed poten.Recyclebare Netafim-slangen. Schenk heeft eerst 11 kilometer aangeschaft. Diameter 16 mm. Om de 30 cm wordt water afgegeven. De slangen worden 3 cm diep gelegd na planten en zaaien. - Foto: Stadje MediaOm te beginnen worden de druppelslangen eerst dicht bij de boerderij gelegd. Op basis van bodemkaarten zijn de vakken ingedeeld naar grondsamenstelling.Data verzamelenSchenk heeft zijn ideeën begin dit jaar voorgedragen aan expert Jits Riepma, onderzoeker bij Wageningen UR. De techniek mag dan aanwezig zijn, er is nog weinig bekend over de data waarop gestuurd moet worden. Volgens Schenk ontbreekt het aan een groeimodel en dat hoopt hij door zijn deelname aan NPPL te achterhalen.Daarnaast is Riepma ingeschakeld om de verzamelde data uit bodemvochtsensoren te koppelen aan voorspelmodellen voor een meer efficiënte aansturing van de watergift.Tekst gaat verder onder de foto.Wageningen UR-expert Jits Riepma: "Bij druppelirrigatie gaan we de watergift in vakken afstemmen op de grondsamenstelling." - Foto: Koos GroenewoldExpert Jits Riepma: watergift afstemmen op grondsamenstellingJits Riepma is namens Wageningen UR de expert die Klaas Schenk begeleidt. Hij vertelt dat bij Schenk de watergift voor de druppelirrigatie wordt afgestemd op de grondsamenstelling. “Dat is de indicatie van hoe goed de bodem vocht kan vasthouden. Een bodemscan is nodig om binnen een vak nauwkeurig te kunnen sturen, maar bij de huidige insteek en apparatuur, kunnen we ook uitgaan van bodemkaarten en de ervaring van de teler. In eerste instantie wordt dus per vak water gegeven en de vakken zijn zo ingedeeld dat de grootste verschillen in samenstelling worden omzeild.”Voor de meting van de vochthuishouding in de grond zal in ieder geval één station worden geplaatst dat zuigspanning en bodemvochtpercentage meet.” Het klopt dat Klaas overweegt om daaromheen andere sensoren te plaatsen om data te kunnen vergelijken. Er is tegenwoordig veel op de markt en officieel vergelijkingsonderzoek ontbreekt nog.“Er heeft zich bij NPPL een nieuwe speler op de markt gemeld, AguroTech. Die beperkt de testen komend jaar echter tot de zandgronden. Aguro Tech wil een automatische koppeling met het Watbal-model realiseren. “Om ook bij Klaas een advies te kunnen geven gaan we zelf de uitslag van sensoren linken met het model. Het Watbal-model staat voor waterbalans en geeft inzicht in de vochthuishouding door gebruik te maken van de verdamping van het gewas, het grondwaterpeil en de weersvoorspellingen. Op basis hiervan rolt er een advies uit. Daarnaast hebben we bij de WUR toegang tot satellietgegevens die de vochthuishouding in de toplaag kunnen laten zien, wellicht dat die iets toevoegen. Dit jaar zullen we vooral kijken hoe pootaardappelen reageren op de watergift en hoe groot de watergift moet zijn op verschillende grondsoorten en onder verschillende omstandigheden.”Omgeschakeld naar teelt op beddenOpvallend is de omschakeling van een teelt op ruggen naar een teelt op bedden. Schenk kiest voor bedden van 1,80 m breed waarop drie rijen aardappelen komen te staan met per bed twee druppelslangen. In totaal is 11 km slang nodig. Schenk: “Dit is gunstiger dan twee rijen op 1,50 m met één slang ertussen. En ik ben minder land kwijt aan sporen.” De teelt op bedden leidt tevens tot een betere bodembedekking en daarmee minder kans op uitdroging van de grond.Werken met vaste rijpadenOpdat de grond goed bewerkbaar blijft, voert hij vaste rijpaden in. Daarnaast werkt Schenk met compost en groenbemesters als gele mosterd en bladrammenas om het percentage organische stof te verhogen. Hij zaait spuitpaden in met gras of soorten bloemen en mengsels. Hij wil de pootaardappelen in twee fases rooien, eerst komen ze bovenop de grond te liggen, vervolgens worden ze opgeladen. Dit gebeurt met lichtere machines.Toewerken naar verdienmodelDe kosten voor de installatie komen op circa € 50.000 en die van de slangen op € 700 tot € 800 per hectare. Het voordeel moet komen uit een hogere opbrengst. In de eerste plaats omdat door de omschakeling naar bedden een ton meer aardappelen per ha worden geplant (van 6.800 kilo naar circa 7.800 kilo). Daarnaast worden, door beter op vochtbehoefte te sturen, per plant meer aardappelen geoogst en in een gunstigere maatvoering. “We willen het maximale eruit halen en denken aan 15 knollen per plant.”Schenk teelde tot nu toe vanuit de knollen van in-vitroplanten vier jaar door, maar dat brengt hij terug naar drie jaar. “Dan blijft het zuiverder. We leveren af in een hogere klasse waar vraag naar is bij grotere telers die tekort komen.”Voor een verbeterde weggroei denkt hij nog aan het strooien van compost na planten. “Dit geeft warmte en dat is goed voor de ontwikkeling.” Een achterliggende gedachte is ook dat een vitaler gewas weerbaarder is tegen ziekten en plagen.Druppelirrigatie in uien nog niet rendabelUit eerder onderzoek is volgens Schenk gebleken dat druppelirrigatie in de teelt van uien nog niet rendabel is, maar wel nut heeft. “Het zorgt voor een constantere groei en resulteert in een betere bewaarbaarheid en een hogere fysieke en uniformere opbrengst. De vaste kosten worden nu over twee gewassen verdeeld én ik bespaar de kosten voor het huren voor een haspel uit”, rekent Schenk zijn voordeel uit.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.