Mestverwerking op eigen erf blijkt toch illegaal

Foto: Bert Jansen
Twee varkenshouders uit Boekel die samen op het erf van één van hen een mestverwerkingsinstallatie gebruiken om eigen mest te verwerken hebben terecht een dwangsom opgelegd gekregen van de gemeente. Mestverwerking en -opslag is op die locatie niet toegestaan volgens het bestemmingsplan.Boekel had medio 2015 een dwangsom opgelegd van € 15.000 per week zolang de mestinstallatie in bedrijf blijft met een maximum van € 90.000. Nadat de rechtbank Oost-Brabant in eerste instantie medio 2016 al oordeelde dat de gemeente het gelijk aan zijn zijde heeft, komt vandaag de Raad van State ook tot dat oordeel.Één bedrijf met milieuvergunning voor mestverwerkingDe varkenshouders voerden voor de RvS aan dat hun beide bedrijven als één agrarisch bedrijf gezien moeten worden omdat ze al in 2011 een vergunning hadden op basis van de Wet Milieubeheer zowel voor de varkenshouderij als de mestverwerkingsinstallatie.Volgens de RvS gaat het toch echt om twee afzonderlijke bedrijven en betekent een vergunning voor de Wet Milieubeheer niet dat de boeren mogen afwijken van het geldende bestemmingsplan. Mestverwerking is ter plekke alleen toegestaan als het noodzakelijk is en ondergeschikt aan een andere aanwezige agrarische functie.Mestverwerking als hoofdactiviteitVolgens de RvS is echter op de locatie waar de mestverwerkingsinstallatie staat, mestverwerken de hoofdactiviteit. En dat is in strijd met de planvoorschriften. Dat mestverwerking elders duurder is dan op eigen terrein is volgens de RvS ook geen goede reden om de mestverwerking op het eigen erf toe te blijven staan, terwijl dat het in strijd is met de wetgeving.Het argument van de varkenshouders dat er zicht op legalisering van de situatie was veegt de RvS, evenals de rechtbank eerder, van tafel. Uit niets blijkt dat dat het geval was.Ook illegaal verbouwdOok een tweede dwangsom tegen de varkenshouderij bij de mestverwerker blijft overeind. De varkenshouder had verbouwingen en aanpassingen aan zijn bedrijf uitgevoerd zonder daarvoor een omgevingsvergunning te hebben. Binnen drie maanden moet dat hersteld worden in de oude situatie, anders dreigt een dwangsom van € 1.000 per week met een maximum van € 6.000. Het argument van de varkenshouder dat er zicht op legalisering bestond kon de RvS, net als eerder de rechtbank niet overtuigen. Er blijkt helemaal geen ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning te zijn ingediend constateert de RvS, dus van legalisering kan geen sprake zijn.Ook de termijn van drie maanden die in de ogen van de varkenshouder te kort is om de gebouwen in de originele staat te brengen kunnen de RvS niet overtuigen. De mestverwerking moet worden stilgelegd en de aanpassingen aan de varkensstallen moeten ongedaan worden gemaakt.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









