Mestoverschot slinkt voor fosfaat

Foto: Ronald Hissink
Het mestoverschot op basis van fosfaat is de afgelopen jaren fors afgenomen na een piek in 2015. Er wordt voldoende mest verwerkt en geëxporteerd.De fosfaatproductie van de Nederlandse veestapel is in vijf jaar tijd fors gedaald. In 2015 produceerde de veestapel ruim 180 miljoen kilo fosfaat in dierlijke mest en dat daalde in 2019 naar 155 miljoen kilo. Voor 2020 is de prognose ongeveer gelijk aan 2019. Tegelijkertijd daalde de totale plaatsingsruimte op Nederlandse landbouwgrond, maar wel veel minder sterk. Van 135 miljoen kilo in 2015 naar 133,5 miljoen kilo in 2019.De Nederlandse veestapel produceerde 156 miljoen kilo fosfaat in dierlijke mest in 2019. Dat is het laagste niveau ooit. In 2015 was dat nog 180 miljoen kilo fosfaat, vooral door een forse groei van de melkveestapel. De plaatsingsruimte op landbouwgrond neemt al jaren af door een kleiner areaal en vooral door lagere gebruiksnormen voor fosfaat.Definitieve mestproductie 2020 nog niet bekendHet verschil tussen productie in dierlijke mest en plaatsingsruimte daalde dan ook van 45 miljoen kilo in 2015 naar 22 miljoen kilo in 2019. Hoe dat voor 2020 uitpakt is nog even afwachten. De definitieve mestproductie is nog niet bekend. Bovendien moet het effect van nieuwe fosfaatklassen die de plaatsingsruimte bepalen nog duidelijk worden. Van overschot naar tekortVoor de berekening van het landelijke overschot fosfaat zijn meer posten dan alleen productie en plaatsingruimte van belang. Aan de productie/aanvoerkant onder meer het gebruik van kunstmest en andere aanvoerposten van fosfaat, zoals import van mest, gebruik van compost en substraat uit vergisters. Het Nederlandse Centrum Mestverwaarding (NCM) kwam in de jaarlijkse rapportage over mestverwerking uit op een totaal aanvoer van fosfaat van 171 miljoen kilo. De plaatsingsruimte omvat naast de landbouwgrond ook het gebruik op grond van hobbybedrijven en particulieren. De totale plaatsingsruimte is dan 138 miljoen kilo. In 2019 resteert dan een overschot van 33 miljoen kilo, dat moet worden verwerkt, verbrand of geëxporteerd. Alleen de export van dierlijke mest bedroeg in 2019 al 36 miljoen kilo.Voorstellen nieuw mestbeleid, meer verwerkenIn de voornemens voor nieuw mestbeleid op de langere termijn moeten bedrijven een keuze maken. Of volledig grondgebonden worden, al dan niet met regionale mestafzetovereenkomsten) of alle mest verwerken. Dat is de grote lijn in de contouren voor nieuw mestbeleid die demissionair minister Schouten afgelopen najaar naar buiten bracht.
De grondgebondenheid geldt met name voor rundveebedrijven, het doel voor de langere termijn is dat melkveebedrijven volledig grondgebonden zijn. Het voorstel leverde veel kritiek op. Veehouders, akkerbouwers en mestdistributeurs wezen bijvoorbeeld op de forse kostenverhoging als de voorstellen doorgang zouden vinden.
Een van de consequenties is immers dat er meer mest verwerkt moet worden. Dat is een flink deel van de mest die nu (grotendeels) onbewerkt en rechtstreeks van veehouders met een (klein) overschot naar akkerbouwbedrijven gaat. Akkerbouwbedrijven zouden in de plannen alleen via afzetovereenkomsten onbewerkte mest af kunnen nemen. Zonder zo’n overeenkomst met een beperkte afstand mag bovendien alleen verwerkte mest aangevoerd worden.Verdere dalingIn een NCM-analyse in juni 2020 is een soortgelijke inschatting gemaakt voor 2025 en 2030. Daarbij is onder meer rekening gehouden met opkoopregelingen en maatregelen in het stikstofbeleid die leiden tot krimp van de veestapel en een lagere fosfaatproductie in dierlijke mest. De plaatsingsruimte wordt minder door een kleiner areaal en door invoering van nieuwe fosfaatklassen in 2020. Het effect van de nieuwe bepaling van de fosfaattoestand vanaf 2021 door middel van de gecombineerde indicator is ingeschat op nihil. Uiteindelijk komt de NCM voor 2025 op een overschot tussen 20 en 25 miljoen kilo en voor 2030 is dat minimaal 21 en maximaal 27 miljoen kilo. Voor beide jaren dus duidelijk lager dan het overschot in 2019.Stikstof ander verhaalVoor stikstof in dierlijke mest heeft het NCM dezelfde analyse gemaakt. Het te verwerken overschot in 2019 was volgens de inventarisatie net geen 38 miljoen kilo. Ook voor stikstof geldt dat de verwerking en export duidelijk groter is dan het berekende overschot. Voor 2025 komt het NCM uit op een te verwerken overschot van -5 tot 8 miljoen kilo en voor 2030 is dat 2 tot 18 miljoen kilo. Ook voor stikstof een duidelijke daling van het overschot.Reductie via stikstofbeleidBij stikstof werkt een eventuele reductie via stikstofbeleid wel anders uit dan voor fosfaat. Er is een wisselwerking tussen verliezen naar de lucht en de hoeveelheid stikstof in de mest. Emissiemaatregelen die de verliezen naar de lucht beperken, kunnen er voor zorgen dat er meer stikstof in de mest blijft zitten. Dat biedt mogelijkheden zodra er ruimte komt voor het toepassen van kunstmestvervangers. Stikstofproducten uit dierlijke mest die als kunstmest gebruikt mogen worden kunnen dan een flinke besparing in mestafvoer opleveren.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









