‘Mest had een positief onderwerp moeten blijven’

Foto: Ruud Ploeg
Mest is ons zwarte goud. De Omgevingswet biedt een kans voor verbinding van leidende principes en regeldetails, als tenminste de omgevingskwaliteit positief wordt benoemd. Kans voor de Omgevingswet is de mestwetgeving te vervangen. Kans voor boeren is zorg te dragen voor bodem en omgevingskwaliteit.In de Mestmarathon van Natuur & Milieu doemt het beeld op van langdurig en vruchteloos trekken aan het mestbeleid. Al sinds de tachtiger jaren zijn beloftes gedaan om mestoverschotten te verwerken. Voor grootschalige mestverwerking bestaat echter nog steeds geen structurele oplossing. Mest kwam voor de landbouw lang niet in beeld als probleem. Mestbeleid draagt sterk de sfeer van crisisbeleid.Niet praten over mestHet gekke is dat als je met boeren praat, mest helemaal geen probleem lijkt te zijn. Mest kan altijd nog wel ergens worden afgezet, aldus een varkenshouder. ‘Mest is ons zwarte goud’, aldus een biologisch dynamische boer. Mest hoort zo logisch bij landbouw dat je het er eigenlijk niet over hebt.‘Mest als probleem zien is verklaarbaar, maar ook een denkfout’MestregelgevingToch worden boeren – ook biologische – bedolven onder regelingen die gebruik, opslag en transport van mest reguleren. Met de eerste uitgave van Natuur & Milieu in 1972 werd de bio-industrie als Augiasstal neergezet. Maar mest is niet het probleem, bio-industrie is het probleem! Mest als probleem zien is verklaarbaar voor die tijd, maar ook een denkfout. Het leidde tot een end of pipe-aanpak die goede boeren isoleerde en afleidde van bodemkennis. Waardevolle mineralenWe moeten niet vergeten dat mest een waardevolle grondstof is; mest gaat over waardevolle mineralen en levende micro-organismen die zorgen voor vruchtbare grond. Bodemprocessen zijn belangrijk voor koolstofopbouw, nu extra relevant door het klimaatprobleem. Te veel mest is bron van verzuring en vervuiling van bodem en grond- en oppervlaktewater. Maar het probleem is ook dat mest verkeerd is benaderd.‘Mestbeleid is kwetsbaar en dat heeft tot steeds meer regels geleid’ZorgplichtStel dat we voor alle grondstoffen zoals fosfaat een zorgplicht zouden kennen. Mest was dan als vraagstuk van mineralenvoorraden aangestuurd. Het huidige beleid mist dit systeemdenken. Het mestbeleid is meegegaan in het bestrijden van deeleffecten, waardoor het zicht op het geheel is verloren. Dat maakt beleid kwetsbaar en heeft tot steeds meer regels geleid. Complexiteit en ad hoc-beleidHet zou daarentegen en-en moeten zijn: het goede van mest benadrukken én het foute gebruik bestrijden. Ook Willem Bruil, specialist in agrarisch recht, geeft deze kwetsbaarheid aan als hij het gemis aan visie aan de orde stelt: “Zolang zo’n stip op de horizon er niet is en een uitgestippelde weg daar naartoe niet in zicht is, zal het vallen en opstaan blijven in het mestdossier. En dan kon het wel eens een dubbele marathon worden”. Het zicht op wat goed is aan mest verdwijnt nu door complexiteit en ad hoc-beleid.‘De waarom-vraag blijft ten onrechte buiten beeld in het mestbeleid’RisicobeleidEr is een manier om het anders te doen: neem leidende principes als uitgangspunt. Volgens Hans Mommaas, directeur Planbureau voor de Leefomgeving, zijn regels succesvoller wanneer zij verbonden zijn aan een perspectief. Dan blijft het goede in beeld. Overeenkomsten zoals een bestemmingsplan of een trouwakte maken zich vooral druk hoe risico’s zijn te beperken en wat te doen als het fout gaat. De waarom-vraag blijft ten onrechte buiten beeld, ook in het mestbeleid en in de nieuwe Omgevingswet. OmgevingskwaliteitDe Omgevingswet dreigt zelfs de exponent van het deeltjesdenken te worden. De wet is een stapeling van afvinklijstjes op onderdelen die elk voor zich geen negatief effect mogen sorteren. Het doel van de wet is abstract ‘behoud van de fysieke leefomgeving’; de bijbehorende omgevingskwaliteit is echter niet omschreven. Kennis en verbinding met het geheel ontbreken. Dat leidt tot een negatieve benadering. Schoon oppervlaktewaterKan mest dan wel een positieve, op kwaliteit gerichte benadering krijgen? Kun je schoon oppervlaktewater, vruchtbare bodem, behoud van biodiversiteit en kwaliteit van de leefomgeving voorop zetten in het mestbeleid? De ambitie is er, kijk maar naar de Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij. Het grote verschil ligt echter niet in de definitie, maar in het vervolg daarop: de verantwoordelijkheid voor de uitvoering. Abstracte, negatief geformuleerde ambities spreken een individuele boer niet aan. Ben Hermans en Helmer Wieringa, Natuur & Milieu
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









