Melken in 1936: op een krukje naast de koe
De koe moest met de neus in de wind staan, zo waaide er geen stof in de emmer.

Elke melker maakte het wel een keer mee: een volle emmer melk die door de koe omver getrapt werd. Weg melk. Om die kans zo klein mogelijk te houden, klemde men de emmer zo veel mogelijk vast tussen de benen en sloeg er de rechtervoet omheen. Het handvat was altijd naar de melker toegedraaid om het snel te kunnen grijpen.
Een tafereel uit 1936. Melken gebeurde tot laat in het jaar in de wei. Dieren kregen een touwtje om de achterpoten om weglopen en omschoppen van de melkemmer te verhinderen, de melker zat ernaast op een melkkrukje, soms ook wel een schammel genoemd. Dat stoeltje moest liefst niet lukraak naast een koe gezet worden, de windrichting was belangrijk.Een cursusboekje uit 1939 beschrijft dat de koe met de neus in de wind gezet moest worden en wel zo dat de wind langs de rechterkant van de flank streek. Op elke koe en op elk uier zaten immers altijd wel stof en andere vuildeeltjes, die zouden bij deze opstelling onder de koe door weggeblazen worden en niet de emmer in.
Schoon melken nog niet overal prioriteit
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









