Melding verplicht voor energieslurpers

Foto: Ruud Ploeg
Voor 1 juli moeten grootverbruikers van stroom en gas hun energiebesparende maatregelen melden. Er valt vaak nog veel te besparen wat van de nood een deugd maakt.Binnen de Wet Milieubeheer zijn zogenoemde categorie C bedrijven verplicht om via de omgevingsvergunning energiebesparende maatregelen te nemen. Dat zijn bedrijven met een omvang vanaf 750 zeugen of 2.000 vleesvarkens. Dit jaar geldt voor kleinere bedrijven ook de verplichting om genomen of nog te nemen energiebesparingsmaatregelen te melden bij RVO.nl. Dit moet voor 1 juli gebeuren. Deze informatieverplichting geldt voor bedrijven die meer dan 25.000 kuub gas of meer dan 50.000 kWh per jaar gebruiken. Dit melden kan via een online stappenplan.Gemiddelde stroomverbruikHet energieverbruik op bedrijven loopt ver uiteen. Klimaatspecialist Jan Pijnenburg van DLV Advies hanteert voor zeugenbedrijven een gemiddeld stroomverbruik van 180 kWh en een gasverbruik van 60 kuub gas per zeug. Bij dergelijke verbruiken zijn bedrijven vanaf circa 280 zeugen al meldingsplichtig. Op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geldt deze plicht voor zo’n 1.200 bedrijven. Voor vleesvarkensbedrijven ligt het verbruik rond de 34 kWh of 3 kuub per vleesvarkensplaats, wat op basis van het stroomverbruik betekent dat bedrijven vanaf 1.250 vleesvarkens onder de meldingsplicht vallen. Dat komt neer op zo’n 1.500 bedrijven.Vloerverwarming kan onnodig warmteverlies hebben. Het verschil in aanvoer- en terugvoerleiding mag niet meer dan 3 graden zijn. - Foto's: Ruud PloegDe energiekosten beslaan gemiddeld 10% van het totale kostenplaatje. “Een gezinsbedrijf met 500 zeugen geeft al gauw € 60 per zeug uit aan elektra en gas, dat komt neer op € 30.000 per jaar. Als je weet dat de bandbreedte in de sector tussen de 50 en 150% van dit gemiddelde verbruik ligt, dan scheelt het enorm als een bedrijf maatregelen neemt”, stelt Pijnenburg.De globale verdeling van het stroomverbruik van een varkensbedrijf. Ventilatie vraagt met 40-60% de meeste energie. Door aanpassingen aan systemen te doen, verandert de verdeling niet, wel vermindert het totale verbruik.Verbruik in kaart brengenDe meldingsplicht betekent dat een bedrijf aangeeft welke investeringen in energiebesparende maatregelen genomen gaan worden. De lijst is opgesteld aan de hand van technieken waarvan de terugverdientijd onder de 5 jaar komt. Al deze maatregelen zijn volgens Pijnenburg in sommige gevallen van toepassing. Zonder gedegen onderzoek wat het beste binnen een bedrijf past, bestaat het gevaar dat er ondoelmatige investeringen worden geëist.Bij vergunningaanvragen of controles op vergunningen door gemeentes of regionale milieudiensten gaat gekeken worden naar de gemelde maatregelen.Verlichting is goed voor 10-20% van het verbruik. traditionele TL vervangen door LED is binnen een paar jaar terug te verdienen.Voor de categorie C-bedrijven (dus meer dan 750 zeugen of meer dan 2.000 vleesvarkens) geldt dat er gehandhaafd wordt op de in de vergunning opgenomen maatregelen. Daarbij kan het zijn dat een omgevingsdienst een termijn stelt waar binnen een maatregel gerealiseerd moet worden. Om dit af te dwingen kan deze een dwangsom opleggen.Maatregelen nemenVeel bedrijven hebben de afgelopen jaren al maatregelen genomen bij nieuwbouw of renovatie van stallen. Het gasverbruik is volgens Pijnenburg de afgelopen 10 jaar gehalveerd door betere isolatie, het gebruik van warmtepompen en warmtewisselaars en slimmer ventileren. Maar ondanks nieuwe, energiezuinigere systemen liggen er in veel stallen nog mogelijkheden om het energieverbruik verder te drukken. Om niet voor de vuist weg te gaan investeren is een energiescan een goede methode om inzicht te krijgen in het huidige verbruik en waar de mogelijkheden liggen. Naast DLV zijn er diverse adviseurs die een dergelijke scan kunnen uitvoeren. “De meeste besparingen vragen geen investering. Het gaat vaak om het juiste gebruik van de bestaande apparatuur die direct geld oplevert”, ervaart Pijnenburg.Varkenshouders kunnen zelf regelmatig de instellingen van de ventilatie controleren zodat er niet onnodig te hard geventileerd wordt.Er mag dan nog geen verplichting zijn om maatregelen te nemen, ze overwegen is altijd goed. Daarbij hanteert Pijnenburg dat een investering binnen 5 jaar moet zijn terugverdiend. Grotere investeringen vallen veelal binnen een aanvraag van een omgevingsvergunning, die tegenwoordig ook al enkele jaren kan duren.Bij brijvoer moeten mengtijden kloppen bij de te mengen producten. Dit aanscherpen scheelt stroom. Door frequentieregelaars (rechts) op de voerpompen te installeren verbruikt het voersysteem minder elektriciteit.Varkenshouder kan gasloos verwarmenMet de huidige discussies rond het gebruik van aardgas ontstaat ook de vraag of varkenshouderijen van het gas af kunnen. Het antwoord is simpel: ‘ja’. Al is dit in een bestaande situatie wel lastiger. Bij nieuwe stallen wordt steeds meer bij het ontwerp al rekening gehouden met gasloos. Warmteterugwinning of warmtepompen kunnen zelfs rendabeler zijn dan het gebruik van een traditionele verwarming op gas. In bestaande stallen kan een houtpelletkachel de stookkosten met 30 tot 40% verminderen.Stookkosten voor vleesvarkensVoor vleesvarkens liggen de stookkosten tussen de € 0 en € 6 per vleesvarken, voor een fokzeugenbedrijf is dat € 20 tot € 40. De stookkosten variëren daarmee tussen de € 10.000 en € 20.000. “Voor € 20.000 leg je een biomassaketel of warmtepomp voor een bedrijf met 1.000 zeugen aan”, berekent Pijnenburg. Twee derde van de stookkosten op een zeugenbedrijf worden gemaakt in de biggenafdelingen, de rest in de kraamstal.Warmtepanelen op basis van infraroodVoor bestaande biggenafdelingen op zeugenbedrijven kunnen warmtepanelen op basis van infraroodverwarming kostenbesparend werken. De gecoate glaspanelen worden op 2,4 meter boven de hokken gehangen en stralen warmte van boven af. Kees van Roekel van Stalverwarming.nl rekent met een investeringslast van 27,6 cent per big bij 900 biggenplaatsen en 10 rondes per jaar en een afschrijvingstermijn van 10 jaar. Bijkomend voordeel van de warmtepanelen is dat de stallucht droger is en stallen sneller drogen dan bij conventionele verwarming.Luchtwasser met warmteterugwinningsinstallatieDe meeste bedrijven bouwen vanwege de verplichte ammoniak- en geurreductie een luchtwasser. Deze wordt steeds meer gecombineerd met een warmteterugwinningsinstallatie die de warmte van het waswater gebruikt om inkomende lucht voor te verwarmen. Dit kan gecombineerd worden met een tweede systeem waarbij energie uit het proceswater van de luchtwasser wordt onttrokken door middel van een warmtepomp om naverwarming te realiseren. Met een gecombineerd systeem is 80% op de stookkosten te besparen, maar waarbij in totaal de dubbele hoeveelheid energie de stal wordt ingebracht. Voor een bedrijf met 1.000 zeugen en 5.000 biggenplaatsen rekent Maurice Ortmans, directeur van Inno+ een totale investering van € 125.000. Deze investering kan door de reductie in stookkosten in 3 tot 5 jaar terugverdiend worden. Dit is exclusief subsidies en exclusief de verbetering in productieresultaten.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









