‘Meer diversiteit, minder chemie en ruimte voor GMO-gewas’

Foto: ANP
Het gaat slecht met de insecten, blijkt uit onderzoek. Marcel Dicke van de WUR ziet verschillende oorzaken. En oplossingsrichtingen voor de landbouw. Een ervan is inzet van gmo-gewassen met resistentie tegen plaaginsecten.Schokkend, noemt entomoloog Marcel Dicke van de WUR de sterke afname van de aantallen insecten zoals blijkt uit een Duits-Nederlandse studie. “Dat het zo erg zou zijn had ik niet verwacht.” De studie schept een duidelijk beeld: het gaat slecht met de insecten. Maar ze is puur beschrijvend en geeft geen verklaring. Er spelen verschillende oorzaken door elkaar, vermoedt Dicke. In ieder geval, zo stelt hij vast, is onze cultuur niet erg ‘insect-minded’. “Veel mensen zullen zeggen: fantastisch, minder insecten! Maar het is juist zorgwekkend. 99,5% van de insecten hebben we plezier van. Maar van 0,5% hebben we last, bijvoorbeeld in de landbouw. En die is nogal chemie-minded.”Entomoloog Marcel Dicke. - Foto: Koos GroenewoldOorzakenDe oorzaken waren niet het onderwerp van deze studie, maar er is wel iets over te zeggen, aldus Dicke. Insecticidengebruik hoort daar vrijwel zeker bij. “Doel daarvan is insecten doodmaken. Het effect blijft niet beperkt tot je perceel.” Hij verwijst naar een studie van de Vlinderstichting over de vlinderstand sinds 1991 in drie soorten gebieden: stad, halfnatuurlijk grasland en agrarisch. “Overal gaat de lijn omlaag maar in agrarisch gebied het sterkst.”Een andere oorzaak zoekt hij in achteruitgang van leefgebied. De natuurlijke fluctuatie in aantallen insecten is groot. Na een slecht jaar is aanvulling nodig vanuit andere gebieden. Ligt een natuurgebied te midden van insect-onvriendelijk agrarisch terrein, met steeds minder biodiversiteit, en liggen andere natuurgebieden op te grote afstand, dan wordt dat steeds moeilijker. “Dan blijkt dat die gebieden te klein zijn om een populatie in stand te kunnen houden.”We hebben de good guys onder de insecten nodig om de bad guys eronder te houden, zegt entomoloog Marcel Dicke. - Foto: ANP‘Het is erger dan veel boeren zullen denken’Vraag rijst: hoe erg is het dat er minder insecten zijn? Is dat ook voor de landbouw zelf schadelijk? Dicke: “Het is erger dan boeren geneigd zijn te denken. We moeten om meerdere redenen sowieso naar minder chemie. Daarmee worden we meer afhankelijk van natuurlijke evenwichten. We hebben de good guys onder de insecten nodig om de bad guys eronder te houden.” Hij verwijst naar de glastuinbouw waar grote vorderingen zijn gemaakt met het gebruik van natuurlijke vijanden van plaaginsecten. Daar liggen ook voor de open teelten mogelijkheden.Insecten zijn ook belangrijk voor de bestuiving van gewassen. Zijn er aanwijzingen dat daar door verminderde aantallen problemen mee zijn? Dicke: “Dat is mij niet bekend. Maar wellicht zijn die problemen er niet door de inzet van honingbijen. Ik maak me meer zorgen over minder bestuiving in natuurgebieden en verarming van de flora. Met als gevolg minder insectendiversiteit, zodat er een neergaande spiraal ontstaat.”‘Herbicideresistentie is een heilloze weg, maar specifieke insectenresistentie is een ander verhaal’GentechniekMeer diversiteit, minder chemie, dat is de richting waarin Dicke het zoekt. Er is nog een optie: resistentie inbouwen met gentechniek. Dicke is positief over het gebruik van genetische modificatie (gmo) hiervoor. “Herbicideresistentie is een heilloze weg maar specifieke insectenresistentie is een ander verhaal. De resistentie tegen de maisstengelboorder in Bt-mais bijvoorbeeld is heel specifiek. Slechts een heel beperkte groep insecten heeft daar last van, waardoor de neveneffecten heel gering zijn.”Dicke zat tien jaar in de Cogem, de commissie die de minister adviseert over gentechniek. Hij zag daar met lede ogen aan hoe het maatschappelijk debat gedomineerd wordt door een dogmatisch ‘nee’. “Jammer, want er zijn toepassingen die leiden tot reductie van chemische bestrijding.” De weerstand werkt averechts, is zijn waarneming. Een toelating vraagt zoveel documentatie dat kleine bedrijven er al helemaal niet aan beginnen. Zo blijven vanzelf de grote bedrijven over. Dicke: “Ik ben niet tegen het gebruik van gmo-gewassen met insectenresistentie. De risicoanalyses die ik gezien heb waren goed. Maar je moet het gericht inzetten als onderdeel van een totaalpakket. Stap voor stap problemen aanpakken en niet de hele techniek over één kam scheren.”Genuanceerd oordeel neonicotinoïdenOver neonicotinoïden heeft Dicke een genuanceerd oordeel. “Ik zou er graag van af willen maar er moet wel een goed alternatief zijn. De discussie is erg verhard. Ik heb ook gezien hoe na een verbod werd teruggrepen op middelen die erger waren. Dat schiet ook niet op.”Wat Dicke belangrijk vindt is dat bij oplossingen de teelt als systeem benaderd wordt en niet gezocht wordt naar één wonderoplossing voor alle problemen. Een systeembenadering die wordt opgebouwd heeft goede kansen, zo heeft de Nederlandse glastuinbouw bewezen, stelt hij vast.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









