Limburg: veel varkens, ratio overheerst

Foto: Bert Jansen
Met bijna 2 miljoen varkens is Limburg de tweede varkensprovincie van Nederland. Desondanks is er nog wel ontwikkelruimte.Limburg is na Noord-Brabant de provincie met de meeste varkens, maar het verschil met Gelderland is klein. Limburg telde vorig jaar 1.932.000 varkens, tegen 1.910.000 in Gelderland. In aantal bedrijven met varkens neemt Limburg met 445 bedrijven de vierde plaats in. Bedrijven zijn groot: gemiddeld 768 zeugen en 2.243 vleesvarkens, respectievelijk 160 zeugen en bijna 700 vleesvarkens méér dan op het gemiddelde Nederlandse varkensbedrijf.De meeste varkens en varkensbedrijven liggen in het noorden van de provincie Limburg. Zuid-Limburg kent een heel andere structuur. Volgens Frans de Rond, varkenshouder in Echt en kartrekker van het Livar-concept, is de sterke ontwikkeling en grootschaligheid mede te danken aan het ondernemerschap van de Limburgers. “Het zit in de volksaard. Een verklaring heb ik er niet voor. Maar je ziet dat terug in alle landbouwsectoren.” Zo kent de provincie enkele ‘pluimvee-enclaves’, met grote, zeer professionele kippenbedrijven. Hetzelfde is te zien in de plantaardige sectoren: de regio rond Venlo (Horst, Grubbenvorst) staat bekend om de champignonteelt en glastuinbouw en heeft een grote veiling. Midden-Limburg kent gebieden met grootschalige grove tuinbouw waaronder de befaamde teelt van asperges.Bijzonder is dat het Limburgse biologische streekproduct Livar binnen en buiten de sector vaak als hét succesverhaal van ketenproductie wordt benoemd. Dit relatief kleinschalige concept is zodoende synoniem geworden voor de veranderingen in de varkenshouderij, niet in de laatste plaats in Limburg zelf. “Het besef dat alleen schaalvergroting en kostprijsverlaging niet de oplossing zijn voor de varkenshouderij is hier de afgelopen jaren sterk toegenomen.”Actief bedrijfslevenNoord-Limburg is in landbouwgebied vergelijkbaar met Oost-Brabant en zij delen ook de Peelregio. Dat geldt ook voor delen van het Midden. Het Zuiden is het heuvelachtige gebied ten zuiden van het smalle deel rond Sittard-Geleen met nauwelijks varkenshouderij.Het Noorden telt veruit de meeste varkens en varkensbedrijven. De gemeenten Venray heeft met 645.000 varkens zelfs de meeste varkens van Nederland. Ook in Horst aan de Maas en Peel en Maas is de varkenshouderij goed vertegenwoordigd. In het Midden liggen minder varkens, maar gemeenten als Nederweert en Leudal hebben nog een aardige varkenspopulatie. Het Zuiden heeft een heel eigen karakteristiek en agrarische ontwikkeling en telt in 2016 slechts 20.000 varkens op totaal 16 bedrijven.Venray telt veruit de meeste varkens van Limburg én heel Nederland. De gemeenten met de meeste varkens liggen in het noorden van Limburg. Kijkend naar de verschillen tussen de drie gebieden valt op dat het aantal varkens in het Noorden en Midden sinds 2000 licht is toegenomen. In het Zuiden is nog maar een derde over van de toch al kleine sector. Het aantal bedrijven met varkens is overal sterk afgenomen en volgt de landelijke trend. Opvallend: de bedrijven met zeugen hebben in het Midden de grootste omvang, namelijk 851 zeugen per bedrijf; de grootste bedrijven met vleesvarkens liggen juist in het Noorden, gemiddeld 2.446 stuks. De bedrijven in het Zuiden zijn fors kleiner.OntwikkelingsruimteDe grote concentratie bedrijven in Noord- en Midden-Limburg staat overigens een verdere ontwikkeling nauwelijks in de weg. Een belangrijk verschil met Brabant is dat het gebied minder verstedelijkt is: grote plaatsen als Venray, Weert, Venlo en Roermond zijn voor stedelijke begrippen klein. Vooral de eerste twee zijn meer grote dorpen met nog altijd een (beperkt) agrarisch karakter. Ook de verhouding ‘inwoners/varkens’ is gunstiger: in Brabant zijn er voor elke inwoner ruim 2 varkens, in Limburg 1,5.Limburg telt in 2016 bijna 2 miljoen varkens, dat is 15,6% van het Nederlandse aantal. De bedrijven een stuk groter dan het gemiddelde. Door dit alles staan provinciale en gemeentelijke overheden waarschijnlijk positiever ten aanzien van de agrarische sector. “In Brabant overheerst de emotie, hier de ratio”, vat Gertjan Vullings van de LLTB-vakgroep varkenshouderij het kort samen. “Als vakgroep zijn we over het algemeen tevreden over de overheid, en zeker vanuit Maastricht.” Ook is hij te spreken over zijn eigen gemeente Horst aan de Maas. Vullings is er wel beducht voor dat de Brabantse problematiek zich naar Limburg verplaatst.Reëler beleidDat de varkenshouderij over het algemeen goede ontwikkelingsmogelijkheden heeft, merkt ook Jan Rutten, adviseur intensieve veehouderij, milieu en vergunningen bij adviesbureau Arvalis. “Limburg heeft net als de andere provincies een strak beleid. Maar het is wel reëler en geeft meer ruimte voor ondernemen en innovatie.” Toch kent ook Limburg voorbeelden van botsende belangen en slepende procedures bij uitbreiding. Dat speelt volgens Rutten vooral in gebieden die onder de loep liggen van natuurorganisaties, zoals de Peelregio, en in regio’s met veel pluimveehouderij, zoals rond Nederweert. Ook discussies rondom het Nieuw Gemengde Bedrijf hebben de sector lokaal onder een vergrootglas geplaatst.Het gemiddelde bedrijf in Limburg telt 768 zeugen en 2.243 vleesvarkens. Daarmee zijn ze nog een maatje groter dan de bedrijven in ‘varkensprovincie’ Brabant. - Foto: Bert JansenBelangrijke pijlers onder het ruimtelijkeordeningsbeleid zijn het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) en het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM). In het POL zijn de voormalige reconstructiezones (landbouwontwikkeling, verweving en extensivering) in grote lijnen blijven bestaan. Dat heeft er volgens Rutten mede toe geleid dat veel varkensbedrijven op relatief goede plaatsen zitten en weinig hinder vormen voor kernen en natuurgebieden.Grootte bouwblokHet LKM is in feite een voortzetting van het BOM-beleid (Bouwblok Op Maat). Daarbij gold een maximaal bouwblok van 1,5 hectare en met extra investeringen was meer mogelijk. In landbouwontwikkelingsgebieden was er geen maximum. In het POL is er in principe geen bovengrens aan bouwvlakken, behalve in extensiveringsgebieden. Gemeentes kunnen dat naar eigen goeddunken binnen de provinciale kaders invullen. De meeste gemeenten hanteren een maximum van 1,5 tot 2,5 hectare. Ook worden bij uitbreiding meestal extra voorwaarden gesteld door het LKM, waarbij uitbreiding samengaat met investeringen in groen of betalen van euro’s.Strengere emissienormenIn theorie geeft deze aanpak volop ontwikkelingsruimte, maar dat is te positief gesteld benadrukt Rutten. “Er zijn veel varkensbedrijven die al veel ruimte in gebruik hebben. Dan is het niet gemakkelijk nog extra ruimte te krijgen.” Een ander probleem zijn de strenge emissienormen. In navolging van Brabant verplicht Limburg dat alle bedrijven verder gaan met emissiebeperking dan landelijke normen. Dat is beschreven in de Omgevingsverordening Limburg 2014.Limburg herbergt bijna 2 miljoen varkens. Het Noorden met onder meer de Peelregio telt de meeste bedrijven. - Foto: Bert JansenConcreet moeten alle bedrijven in 2030 als geheel geen grotere ammoniakemissie per dierplaats hebben dan de maximaal toegestane emissie volgens de verordening. Dit komt neer op een reductie van 85%. Bij nieuwbouw of renovatie geldt direct die norm voor de betreffende stal. “Intern salderen is dan geen optie meer.” Een bijkomstigheid is dat ook fijn stof en geur zullen afnemen, wat mogelijk de druk vanuit de volksgezondheid wegneemt. Rutten hoopt dat de dynamiek van bedrijfsontwikkeling de tijd krijgt om op natuurlijke wijze aan de regelgeving te voldoen.WerknemersLos van overheidsbeleid en ontwikkelingsmogelijkheden is Limburg volgens de kenners een goede provincie om varkens te houden. Nog steeds kent het noordelijke deel van de provincie een sterke periferie, aldus Vullings. “De samenwerking tussen varkenshouderij en MKB/periferie is erg sterk hier. De kennisontwikkeling was en is belangrijk voor de sector.” Door de omvang en professionaliteit van de bedrijven is arbeid ook een belangrijke productiefactor geworden. Vullings ziet daar over het algemeen weinig problemen, zowel voor Nederlandse als buitenlandse werknemers. Het grote netwerk van arbeid rond de tuinbouw speelt daarin waarschijnlijk een rol.Mestafzet punt van zorgEen zorgpunt is, net als voor nagenoeg alle provincies, de mestafzet. Hoewel de provincie een redelijk ruimhartig beleid heeft voor mestverwerking, ligt daar nog een forse uitdaging. Dat Limburg een lange grens met Duitsland en België heeft, kan een voordeel zijn bij export van mestproducten. Daardoor is er ook een netwerk rond afzetkanalen. Maar in het algemeen blijft de mestdiscussie ook voor de Limburgse varkenshouderij een uitdaging.In deze serie wordt telkens een provincie uitgelicht. Het gaat om Noord-Brabant, Limburg, Overijssel en Gelderland. De andere provincies zitten in de gebieden Noord en West. Naast ontwikkelingen en statistieken, vertellen ondernemers en deskundigen uit de provincie over hun varkenshouderij.Bekijk de andere artikelen uit deze serie
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









