Let op: groenbemester voor 1 oktober verplicht

Foto: Henk Riswick

Foto: Henk Riswick


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Na maisteelt spoelt nog te veel nitraat uit naar het grondwater. Daarom komen er strengere bemestingsregels voor maisteelt op zand- en lössgrond. Dit zijn de belangrijkste aanscherpingen.Op zand- en lössgronden krijgen maistelers te maken met strengere regels. Die staan in het zesde actieprogramma nitraat 2018-‘21 (6de AP). Het is het antwoord op de hoge nitraatgehalten die nog steeds gemeten worden onder zand. Het Landelijk Meetnet Effecten Mestbeleid meet over de periode 2009-‘15 nog steeds 95 mg/liter nitraat in het grondwater. Dat is nog altijd ruim boven de norm van 50 mg per liter. Aanscherping van de regels voor maisteelt moeten de uitspoeling verminderen. Op deze gronden wordt driekwart van de Nederlandse mais geteeld.Lees wat er nog meer verandert in het nieuwe mestbeleidGras inzaaien na mais. Vanaf 2019 moet je onderzaaien of nazaaien voor 1 oktober. Voor sommige vanggewassen komt een uitzondering: die mogen tot 31 oktober. Welke gewassen dat zijn, is nog niet bekend. - Foto: Henk RiswickLees meer over kleine aanpassingen van de regels op graslandDrie opties voor vanggewassenDe eerste belangrijke aanscherping in het 6de AP betreft de vanggewassen in de maisteelt op zand- en lössgrond. Deze gaan in per 1 januari 2019. De teler heeft drie mogelijkheden:Onderzaai van gras of een ander geschikt vanggewas. Inzaaien van een vanggewas na de maisteelt. Voorwaarde hierbij is dat dit uiterlijk 1 oktober plaatsvindt. Dit is een aanpassing op een eerder voorstel, waar nog sprake was van 21 september als uiterste inzaaidatum. Vernietiging van een vanggewas mag niet eerder dan 1 februari. Het inzaaien van enkele specifieke gewassen met een hoge stikstofopname als hoofdteelt na de teelt van snijmais, waaronder wintertarwe, in de maand oktober. De volledige lijst met geschikte vanggewassen wordt nog vastgesteld. De boer wordt verplicht per vanggewas voldoende zaaizaad te gebruiken. Dit moet hij kunnen aantonen.Geen onderzaai bio en korrelmaisDe verplichting van onderzaai op zand- en lössgrond is er niet voor biologische bedrijven. Deze maken veelal gebruik van mechanische onkruidbestrijding waardoor onderzaai weinig kans van slagen heeft. Daarom zijn biologische telers aangewezen op inzaaien van een vanggewas na oogst ook voor 1 oktober. Ook zij kunnen gebruik maken van een eventueel volgende hoofdteelt, die dan wel in oktober (of eerder) wordt gezaaid.Voor suikermais, korrelmais, CCM- en MKS-doeleinden is er ook geen onderzaai mogelijk. Hier komen bij oogst veel gewasresten vrij die moeten worden ingewerkt. Dat zou een onderzaai vernietigen. Wel blijft de eis van inzaai van een vanggewas voor 1 oktober, of inzaaien van een hoofdgewas als wintertarwe in de maand oktober.Aanpassing verplichte rijenbemestingDe tweede belangrijke aanscherping van het zesde actieprogramma is de verplichte rijenbemesting op zand- en lössgronden. Deze geldt per 2021 voor alle verpompbare dierlijke mest en ook voor alle kunstmest. Uitzondering geldt voor gronden waarvan een substantieel deel grondwatertrap I tot en met IV heeft. Dit moet de boer aantonen. Verder geldt, vanwege de lage bemestingsdruk, vrijstelling voor biologische maisteelt, waarvan de bedrijven een Skal-erkenning hebben. Ook is suikermais vrijgesteld.Bij rijenbemesting wordt veelal niet meer dan 35 kuub rundveedrijfmest gebruikt per hectare. Daarmee wordt slechts 50-55 kilo fosfaat toegediend. Voor derogatiebedrijven zou er dan een versoepeling moeten komen met betrekking tot gebruik van kunstmestfosfaat. Dit valt echter niet onder het 6de AP. Dit aspect moet daarom worden meegewogen in de uitwerking van de derogatie.De rijenbemesting geldt voor alle teeltwijzen waarbij in rijen wordt gezaaid. Dus voor de gangbare 75 centimeter rijafstand, maar ook voor bijvoorbeeld ruitzaai. Alleen daar waar volvelds wordt gezaaid is geen rijenbemesting mogelijk en geldt dus ook de verplichting niet.Praktische invullingVoor een flink aantal veehouders op zand- en lössgrond zal roulatie van mais met gras en een tussenteelt van graan een praktische werkwijze zijn. Na een jaar snijmais kan een teelt korrelmais volgen, die weer gevolgd wordt door wintertarwe. Daarna kan in de zomer het land worden ingezaaid met gras voor de duur van drie jaar. Bij een oppervlakte van 60 hectare is bij derogatie maximaal 12 ha beschikbaar voor bouwland. Het gaat daarom steeds om 4 hectare kortdurend grasland, snijmais, korrelmais en tarwe.Bij 60 ha grond is er 24 ha nodig voor roulatie in zes jaar, de overige 36 ha zou dan als blijvend grasland kunnen worden ingevuld. Afhankelijk van het roulatieschema is de benodigde oppervlakte voor roulatie groter of kleiner.Bij roulatie moet wel rekening worden gehouden met een korting van 65 kilo

stikstof per ha op de gebruiksnorm in het eerste jaar als grasland wordt gescheurd en opgevolgd wordt door een maisteelt. Deze maatregel treedt in werking op 1 januari 2021.Kleine aanpassingen voor graslandOp grasland op klei- en veengrond wijzigt de uitrijperiode van vaste dierlijke mest per 2019. Nu mag het van 1 februari tot en met 15 september; straks mag het al vanaf 1 december tot en met 15 september. Bedoeling is dat bedrijven die met stromest werken minder risico lopen te laat hun mest uit te kunnen rijden, waardoor er tijdens het groeiseizoen nog stroresten tussen het gras liggen. De periode van uitrijden van drijfmest op bouwland verschuift per 1 januari 2019 twee weken naar achter: nu mag het van 1 februari tot en met 31 augustus; straks is dat 15 februari tot en met 15 september.Ruimere scheurregelsDe regels voor het scheuren van grasland op zand- en lössgronden worden verruimd. 
- Scheuren is toegestaan van 10 mei tot uiterlijk 1 september, mits aansluitend – uiterlijk 10 september – herinzaai met gras plaatsvindt. 
- Bij scheuren na 31 mei gaat de stikstofgebruiksnorm 50 kilo per hectare omlaag. Voor deze gevallen komt er wel een meldingsplicht. 
- De calamiteitenregeling voor scheuren vervalt. Die was er voor situaties van grote vraatschade of extreem weer. Deze wordt niet meer nodig geacht vanwege de verruiming van de regels.
- Het actieprogramma wijst erop dat drijfmest uitrijden mag tot uiterlijk 31 augustus. Als het gras pas op die dag wordt doodgespoten, moet de drijfmest er al eerder over.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.