Het gemiddelde landbouwinkomen is in 2017 in veel sectoren hoger dan in 2016, behalve op akkerbouwbedrijven en bedrijven met vleesvarkens en melkgeiten.Ga direct naar de inkomens in de:➤ akkerbouw ➤ varkenshouderij ➤ melkveehouderij ➤ pluimveehouderij ➤ melkgeiten- en vleeskalverhouderijHet gemiddelde inkomen per ondernemer in de land en tuinbouw in 2017 stijgt met circa € 20.000 naar € 71.000. Vooral melkveebedrijven zien het gemiddelde inkomen per zogenoemde onbetaalde arbeidsjaareenheid (ondernemers en meewerkende gezinsleden) stijgen van € 15.000 in 2016 naar € 68.000. Dat komt vooral door een hogere melkprijs. Ook zeugenhouders zien het ondernemersinkomen fors stijgen: naar € 187.000 door hogere biggenprijzen. Dat zorgt er tegelijkertijd voor dat de inkomens van vleesvarkenshouders zijn gedaald naar € 79.000. Op akkerbouwbedrijven daalt het inkomen met 40% naar gemiddeld € 25.000. Dat blijkt uit de jaarlijkse inkomensramingen van Wageningen Economic Research (WER).Tekst gaat verder onder de grafiekDe inkomens op melkveebedrijven en op zeugenbedrijven stegen hard in 2017. Het inkomen op akkerbouwbedrijven daalde met 40%.Grote inkomensverschillenDe inkomensverschillen zijn dit jaar erg groot (zie kader). Met name in de legpluimveehouderij zijn de verschillen enorm. Oorzaak: de fipronil-crisis. Maar ook op melkveebedrijven zijn de verschillen groot, onder meer omdat de gevolgen van het fosfaatreductieplan sterk verschillend uitpakken op bedrijven.
Voor 2018 zijn de vooruitzichten voor melkveehouders en varkenshouders minder goed door een verwachte daling van de melkprijs en groter aanbod van varkens.Lees ook over de inkomens in 2016 in de agrarische sectorLagere prijzen akkerbouwDe gemiddelde inkomens in de akkerbouw dalen met 40% in 2017, verwacht de WER. Voor de totale akkerbouw komt dat uit op € 25.000 per ondernemer, ruim € 20.000 onder het gemiddelde in de laatste vijf jaar. Dat komt met name door lagere opbrengstprijzen voor de belangrijke producten als consumptieaardappelen, suikerbieten en uien. In de akkerbouw zijn de geraamde prijzen voor een deel gebaseerd op verwachte prijzen voor het deel van de oogst dat nog verkocht moet worden.Voor de akkerbouw zijn voor belangrijke gewassen lagere prijzen geraamd. De prijs van consumptie aardappelen komt met € 11,10 41% lager uit dan in de ramingen voor 2016. De prijs voor zaaiuien is 16% lager geraamd op € 8,21 per 100 kilo. Voor zetmeelaardappelen is gerekend met een 5% lagere prijs (€ 8,06 per 100 kilo) en voor pootaardappelen met € 23,94 (min 20%). Voor tarwe is nog wel gerekend met een iets hogere prijs.Op zetmeelaardappelbedrijven blijft het inkomen vrijwel gelijk op € 65.000, dat is ruim € 6.000 onder het gemiddelde in de laatste vijf jaar. Deze bedrijven profiteren volgens de WER van goede zetmeelprijzen van Avebe, maar voor de komende jaren dalen op deze bedrijven wel de inkomenstoeslagen door de overschakeling naar een gelijke hectarepremie. Op akkerbouwbedrijven zijn de kosten in 2017 vrijwel gelijk aan die in 2016, verwacht de WER.Een overvloedige aardappeloogst drukt de prijzen. De inkomens in de akkerbouw dalen dit jaar fors. - Foto: Peter RoekVarkenscyclus piektDe prijzen van zowel biggen als varkensvlees liggen in 2017 hoger. Volgens WER bevindt de varkenshouderij zich op de piek van de varkenscyclus en voor alle varkensbedrijven gemiddeld is het inkomen licht gestegen. Dat geldt des te meer voor zeugenhouders die gemiddeld het inkomen zagen stijgen naar € 187.000 per ondernemer. Dat is 71% meer dan in 2016 en ruim boven het gemiddelde in de afgelopen vijf jaar van € 58.000.Vleesvarkenshouders zagen het inkomen wel dalen met bijna 37% naar € 79.000, eveneens boven de gemiddeld bijna € 50.000 in de laatste vijf jaar. De stijging van de vleesprijs met 10% op jaarbasis was niet genoeg om de 20% hogere biggenprijs te compenseren. Met name bij vleesvarkens speelt mee dat er is gerekend met een negatieve aanwas door de lagere varkensprijs aan het eind van dit jaar.Het gemiddeld aantal zeugen op zeugenbedrijven steeg van 780 in 2016 naar 810 in 2017.De biggenprijs komt in 2017 op € 55,60 volgens de WER-ramingen, dat is 20% meer dan in 2016. In 2015 lag de prijs voor een big nog onder € 36. De prijs voor varkensvlees steeg met 10% naar € 1,58 per kilo geslacht gewicht. Voer voor vleesvarkens werd in 2017 1,5% duurder op jaarbasis. De gemiddelde voerprijs in de zeugenhouderij steeg in 2017 met 1% ten opzichte van 2016.Op gespecialiseerde vleesvarkensbedrijven steeg het aantal vleesvarkens van 2.200 naar 2.290. Aan de kostenkant stegen de voerkosten licht ten opzichte van 2016. In de zeugenhouderij met 1% en ook de voerprijzen voor vleesvarkens stegen licht na drie jaren met prijsdalingen. Voor mestafzet is opnieuw gerekend met hogere kosten Op een gemiddeld varkensbedrijf komen die uit op € 54.000. dat is 4% meer dan in 2016.De varkenshouderij heeft een goed jaar gehad. Daarbinnen zijn de resultaten in de zeugenhouderij het best. - Foto: Ronald HissinkMelkprijs 25% hogerNa twee slechte jaren is het gemiddelde inkomen in de melkveehouderij flink gestegen naar gemiddeld € 68.000 per ondernemer, een niveau dat volgens WER niet eerder is gehaald. Het is € 30.000 meer dan het gemiddelde in de laatste vijf jaar dat sterk gedrukt wordt door de lage inkomens in 2015 en vooral 2016.De melkprijs in de ramingen voor 2017 is met € 40,60 per 100 kilo reguliere melk 25% hoger dan in 2016. Het gemiddeld aantal melkkoeien per bedrijf is gedaald van 103 in 2016 naar 101 in 2017. Dat komt door het fosfaatreductieplan, volgens de WER-onderzoekers. De totale melkproductie is minder gedaald dan het aantal melkkoeien, de gemiddelde productie per koe is gestegen.In 2017 steeg het aantal biologische melkveebedrijven harder dan het aantal biologische koeien. Gemiddeld heeft een biologisch bedrijf nu 86 melkkoeien tegen 88 in 2016. Het inkomen op een biologisch melkveebedrijf wordt geraamd op € 52.000. Dat is € 4.000 minder dan in 2016 en komt voor een belangrijk deel door hogere voerkosten voor biologisch mengvoer dat 10% duurder werd bij een gelijkblijvende melkprijs.De gemiddelde melkprijs voor 2017 voor reguliere melk wordt geraamd op € 40,60 per 100 kilo melk. Sinds oktober 2016 is de gemiddelde melkprijs gestegen, vooral door de toegenomen vraag naar melkvet in 2017. Eind 2017 komen de prijzen meer onder druk te staan, voor 2018 wordt gerekend op een daling. De biologische melkprijs is geraamd op € 52,50 per 100 kilo, dat is vrijwel gelijk aan 2016. Het verschil met gangbare melk is dit jaar duidelijk afgenomen.Betere liquiditeit melkveehouderijIn 2017 realiseert 80% van de melkveehouders een positieve kasstroom (inkomsten min uitgaven). Dat is een duidelijk verbetering ten opzichte van een jaar eerder. Volgens de ramingen eind 2016 had in dat jaar ruim 70% van de bedrijven een liquiditeitstekort inclusief 21% waar meer dan de helft van de aflossingen uitgesteld moesten worden of nog grotere aanpassingen nodig waren. Dit jaar is dat op 20% van de bedrijven het geval. 19% van de melkveebedrijven kunnen hun liquiditeitstekort oplossen via het aanspreken van reserves of het tijdelijk bezuinigen op onderhoud dan wel op privé-uitgaven.Van de melkvee- en varkensbedrijven heeft circa 80% een positieve liquiditeit in 2017. In de melkveehouderij is dat een duidelijke verbetering ten opzichte van 2016.Netto-kasstroom akkerbouwDe geraamde netto-kasstroom is op bijna de helft (48%) van de akkerbouwbedrijven positief. Het aandeel bedrijven met een klein tekort is vrijwel gelijk aan 2016, maar het percentage bedrijven met een groter tekort verdubbelt in 2017 naar 15% terwijl op 5% van de akkerbouwbedrijven grotere aanpassingen zijn. Op deze bedrijven is de kasstroom zo laag dat het voortbestaan van het bedrijf in gevaar is.Liquiditeit varkenshouderijIn 2017 heeft naar verwachting 81% van de varkensbedrijven een positieve kasstroom. Dat is vrijwel gelijk aan de ramingen voor 2016. Voor circa 13% met een klein tekort volstaan kleine aanpassingen, zoals aanspreken van reserves. In de groep met een groter tekort zitten vooral vleesvarkensbedrijven. Varkensbedrijven hebben in de jaren 2010-‘15 flink ingeteerd op het eigen vermogen.In de melkveehouderij is beter verdiend; ondanks de gedwongen krimp van de veestapel, dankzij de betere melkprijs. - Foto: Herbert WiggermanExtreme inkomensverschillen pluimveehouderijHet is een bizar jaar voor de (leg)pluimveehouderij. Oorzaak: de fipronil-crisis. Wie de pineut is, draait grote verliezen. Wie fipronil-vrij is, kan profiteren van een hoge eierprijs en boekt recordwinsten. Het gemiddelde inkomen op de legbedrijven stijgt met € 58.000 naar € 126.000. Maar dat zegt helemaal niks. Een vijfde van de bedrijven draait een ton of (veel) meer verlies. Evenveel legkippenhouders houden 4 ton of meer over.Vleeskuikenhouders zien hun inkomen dalen met € 40.000 ten opzichte van de € 124.000 gemiddeld vorig jaar. Ook hier nemen de verschillen toe.Op legpluimveebedrijven heeft 20% van de bedrijven een inkomen lager dan € 100.000 negatief en 20% zit boven € 400.000. Verschillen in melkveehouderijOok in andere sectoren groeien de verschillen in inkomens. In de melkveehouderij heeft een middengroep van 60% van de ondernemers een inkomen dat hooguit € 75.000 verschilt. Vorig jaar was dat nog € 50.0000. Het is een beetje ingewikkelde statistiek, maar de conclusie is: grotere spreiding. Dit kan uiteraard samenhangen met de hogere inkomens die gemeld worden.Inkomensverschillen varkensBinnen de varkenshouderij is in de eerste plaats een groot verschil tussen zeugenhouders die een recordjaar beleven en de vleesvarkenshouders die iets achteruitboeren, al blijven ook die gemiddeld goed boeren. Oorzaak van beide is de hoge biggenprijs. Vleesvarkenshouders hebben bovendien last van slechtere prijsprognoses voor de toekomst, waardoor hun levende have lager gewaardeerd op de eindbalans staat.Inkomensverschillen akkerbouwDe akkerbouw kent altijd grote verschillen, mede door de verschillende bouwplannen en de verschillende markten die akkerbouwers bedienen. Dit jaar heeft een vijfde van de telers een verlies van meer dan € 25.000. De 20% best draaiende bedrijven halen een inkomen van € 50.000 of meer. Altijd nog dunnetjes in vergelijking met de bedragen die in de veehouderijsectoren gehaald worden.De verschillen zijn voor een deel te verklaren uit schaalnadelen van kleinere bedrijven, aldus de WER. Daar zijn de opbrengsten per hectare lager en de kosten hoger.Inkomens melkgeiten en vleeskalverenHet inkomen van melkgeitenhouders daalde met een kwart naar € 92.000 en is daarmee € 18.000 lager dan gemiddeld in de laatste vijf jaar.Contractnemers in de vleeskalverhouderij verdienen in 2017 vrijwel hetzelfde als in 2016: krap € 40.000. Uit een vergelijking van de kosten en inkomsten per gemiddeld bedrijf blijft dit jaar zo’n € 7.000 meer over dan vorig jaar (in totaal ruim € 37.000), maar zo groot zijn de verschillen volgens WER niet. De inkomenstoeslagen lopen verder terug, de contractvergoedingen maken deze terugloop nagenoeg weer goed. Zo is het inkomen uit bedrijf ongeveer gelijk gebleven. Een precieze berekening van het gemiddelde inkomen van contractmesters is moeilijk. De contractvergoedingen variëren flink. Wel stegen ze dit jaar verder, maar dan grotendeels ter compensatie van de wegvallende EU-steun. WER: boereninkomen voor het eerst marktconformDe gemiddelde rentabiliteit op alle land- en tuinbouwbedrijven komt in 2017 uit op 104%. Dat betekent dat de opbrengsten 4% hoger zijn dan alle kosten inclusief berekende kosten voor arbeid en kapitaal.Volgens de WER-onderzoekers ontvangt de boer daarmee voor het eerst een marktconform inkomen. Wel zijn er ook hier grote verschillen. In 2017 komen akkerbouwbedrijven gemiddeld op 89% tegen 93% in 2016. Melkveebedrijven halen dit jaar 105% maar dat was in 2016 nog 84%. Varkensbedrijven komen gemiddeld uit op 112% in 2017 tegen 109% vorig jaar.Minder gunstige vooruitzichten 2018Voor 2018 voorspellen de WER-onderzoekers lagere melkprijzen. De dalende melkprijzen eind 2017 zijn een voorbode voor mindere tijden in 2018. Ook voor varkensbedrijven wordt gerekend op een flinke daling van het inkomen in 2018. Oorzaak is een dalende afzet naar China door de hoge waarde van de euro ten opzichte van de dollar en een groter aanbod in zowel de VS als in de EU.Mede-auteur: Johan Oppewal
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen