Laat de natuur je een handje helpen

Laatst bijgewerkt:
Foto's Koos Groenewold

Foto's Koos Groenewold


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Biodiversiteit kan helpen bij een gezonde bedrijfsvoering. Maar doe het maar eens als je je bedrijf rendabel wilt houden. Het credo: klein beginnen.Met de druk op gewasbeschermingsmiddelen zijn natuurlijke vijanden van plagen in de akkerbouw meer dan welkom. Bovendien geeft een meer natuurvriendelijke manier van werken gehoor aan de roep hierom vanuit de maatschappij.Anke ter Horst bekijkt een door Harm de Boer gevonden insect in de triticale. Samen brengen ze de insectenstand op verschillende Drentse akkerbouwpercelen in beeld.Meer biodiversiteit creëren kan op allerlei manieren. Wie hiermee aan de slag wil, moet eerst weten hoe de stand van zaken is op de percelen. Dat vraagt om een soort nulmeting. Wat vliegt en kruipt er rond, wat zit er in de bodem en hoe verhouden de soorten zich tot elkaar? Zie ook deze video:Op basis daarvan kun je een plan maken om naar een gewenste balans tussen plaaginsecten en natuurlijke vijanden toe te werken; lieveheersbeestje versus luis, roofmijt versus trips.Natuurinclusieve landbouw gaat verder dan balans krijgen, het is een andere manier van denkenDie kennis geeft een basis om aan de slag te gaan met natuurinclusieve landbouw waarin je de natuur je een handje laat helpen in de bedrijfsvoering. Om biodiversiteit in de akkerbouw in kaart te brengen doet onderzoeks- en adviesbureau Delphy dit voorjaar monitoringsonderzoek, onder andere in het noorden van het land.Hier wordt in het kader van het POP3-project ‘Innoveren naar duurzame en natuurinclusieve noordelijke bouwplannen’ samengewerkt tussen Wageningen University & Research, Rijksuniversiteit Groningen, Delphy en 7 akkerbouwers. Zij zoeken naar praktische, duurzame en renderende maatregelen. Dat leidt uiteindelijk, hopelijk, tot een verdienmodel.Het lieveheersbeestje eet graag luizen.Natuurinclusieve landbouw gaat verder dan balans krijgen tussen insecten met een positief en negatief effect op de productie. Het is een andere manier van denken, zegt akkerbouwer Otto Willem Eleveld in het Drentse Hooghalen. “Ik zie de veldleeuwerik en veel andere vogelsoorten weer terug. Dat vind ik ontzettend mooi.”Meer biodiversiteit: doen wat bij je pastEen pasklaar stappenplan voor biodiversiteit is er nog niet. De gedachte is dat een ondernemer een maatregel kiest die bij hem past en daar stapjes mee maakt, vertelt Delphy-projectleider Jacob Dogterom.

“We willen de maatregelen wel verder concreet maken in ons project. Eerst willen we met onze waarnemingen meer zicht op biodiversiteit op akkers krijgen. De maatregelen zorgen onder meer voor schuil- en overwinterplaatsen voor isecten, maar ook voor een betere bodem.”Leg een akkerrand aan als goed beginVoeg daar bijpassende groenbemesters en wintervoedselveldjes aan toeExperimenteer met strokenteelt/mengteeltIntegreer bankerfields om natuurlijke vijanden te stimulerenKies voor keverbanken; goed voor de vogelstandKies als mogelijke vervolgstap voor ingrijpendere niet-kerende grondbewerkingMeer dan mooiDe vrolijke margrieten in Elevelds akkerrand zijn ook mooi, maar het gaat verder dan dat. Biodiversiteit is ook praktisch voor de akkerbouwer, omdat je er natuurlijke plaagbestrijding mee kunt stimuleren. Dat is echter lastig meetbaar. De inspanningen die een boer verricht zijn echter goed meetbaar. Daarom wordt gewerkt aan een Biodiversiteitsmonitor Akkerbouw.Larve van het graanhaantje. Vijanden zijn de sluipwesp en het lieveheersbeestje.De BiodiversiteitsmonitorHet centrale instrument voor het meten van prestaties op het gebied van biodiversiteit wordt de Biodiversiteitsmonitor Akkerbouw (BMA). Hiervoor werkt de Brancheorganisatie Akkerbouw (BO) samen met Rabobank, Wereld Natuur Fonds en provincie Groningen.

Het doel is om prestaties van akkerbouwers voor biodiversiteit meetbaar te maken en een basis te geven voor een beloning. Dit gebeurt op basis van Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s).

Deze indicatoren geven sturing aan het bevorderen van biodiversiteit op en om het akkerbouwbedrijf. Hiermee wordt ook duidelijk waar perspectief is voor verbetering. Hieronder een eerste versie van de (voorlopige) KPI‘s, die nog nader moet worden onderzocht:percentage rustgewassen in rotatieorganische stofbalansstikstofoverschotmilieubelasting gewasbeschermingsmiddelenpercentage bodembedekkingcarbon footprintpercentage natuur- en landschapsbeheerregionale kringloopMet deze indicatoren moet het voor akkerbouwers aantrekkelijker worden om de omslag te maken naar een natuurvriendelijke bedrijfsvoering. Zij profiteren daarbij van de diensten die de natuur levert, zoals een gezonde bodem, schoon water, bestuivende insecten en natuurlijke vijanden van plagen. Daarnaast leidt dit hopelijk tot extra inkomsten vanuit de keten of andere partijen. Er moet tenslotte een verdienmodel onder liggen.

Akkerbouwers kunnen nu al zelf kijken wat ze kunnen verbeteren, aan de hand van deze KPI‘s. Het uitgewerkte verdienmodel waarmee die inzet kan worden beloond moet nog tot stand komen.De gaasvlieg is een natuurlijke luizenvijand.Kritiek op de akkerrand is er ook, omdat die leidt tot meer onkruiddruk op de percelen. Eleveld ziet dat, maar stoort zich er niet aan. Dat heeft met die manier van denken te maken; de motivatie. Bovendien kun je de effecten van een akkerrand sturen door bepaalde mengsels van zaden te kiezen.Een voorbeeld is het gebruik van de plant phacelia om trips in uien te bestrijden. In Zeeland wordt dit getest. Phacelia zou natuurlijke vijanden van trips – zoals roofmijten – aantrekken. Het wordt in stroken tussen de uienplanten gezaaid, de zogenaamde bankerfields.Als de natuurlijke vijanden in grote getale aanwezig zijn, wordt de phacelia gemaaid. Dan zijn de trips de prooi, is de gedachte. Het eerste seizoen verliep veelbelovend.De zweefvlieg is ook een luizeneter.Begin met monitorenZo zijn er allerlei initiatieven om telers op weg te helpen. Dat gaat allemaal niet van vandaag op morgen, maar monitoren is een goed begin. In de kern betekent dat: 4 keer beestjes tellen op vierkante meters, verspreid over het perceel over meerdere jaren.Delphy-stagiair Anke ter Horst is dit seizoen hoofdverantwoordelijk voor deze klus. Ze investeert hierin wekelijks 2 dagen. In Drenthe krijgt ze hulp van Delphy-adviseur Harm de Boer. In Groningen en Friesland monitort ze ook, dan met hulp van adviseurs uit die provincies. Naast aandacht voor natuurlijke vijanden is het vizier ook gericht op de bodem en het bodemleven.Dit is een gemummificeerde luis. Een sluipwesp heeft eitjes in de luis gelegd en de larve die daaruit kwam, heeft de luis van binnenuit opgegeten. Een lege huls blijft over.“Eerst kijk ik er globaal overheen en daarna ga ik dieper het gewas in”, zegt Ter Horst op een warme junidag in de Drentse triticale, die er overigens mooi bij staat. Gewapend met een bamboestok van een meter loopt ze richting het midden van het perceel in het buitengebied van Westdorp.Ze legt de stok willekeurig langs een spuitspoor tegen het gewas aan en gaat aan de slag. Hoogte meten, gewasontwikkeling vaststellen, ziektemonitoring, weersomstandigheden noteren – omdat die van invloed zijn op hoeveel beestjes er zijn.“We zien nu dus veel lieveheersbeestjes, terwijl de vorige keer de luizendruk juist groot was. Vandaag zien we bijna geen luizen. Het is te vroeg voor conclusies, maar dit lijkt een positief effect.”Ter Horst en De Boer zoeken met hun meter lange bamboestok in de hand naar een geschikte plek om beestjes te zoeken. Insecten vinden in de door de hitte slapende bieten valt echter nog niet mee.In de triticale zitten veel ‘gemummificeerde luizen’. Hier zijn sluipwespen slim geweest; zij hebben in de luis een eitje gelegd. De larve die daaruit komt, eet de luis van binnenuit op. De huls blijft achter. Donderbeestjes, oftewel trips, zijn er ook heel veel in deze hoog zomerse omstandigheden.Op een groot deel van het perceel slapen de bietenplanten; een stressreactie op de hitte en droogteNa de triticale is een bietenperceel aan de beurt, een eindje verderop. Op een groot deel van het perceel slapen de bietenplanten; een stressreactie op de hitte en droogte. Op beestjesgebied gebeurt hier ook niet veel. Behalve dan op de aardappelopslagplanten, die boordevol coloradokevers zitten.De suikerbieten van Eleveld, zo’n 20 kilometer verderop, staan er een stuk florissanter bij. Dat heeft met allerlei factoren te maken, Drenthe is zeer gevarieerd in grondsoorten en ook neerslag is dit jaar soms bijzonder lokaal gevallen.In dit omhulsel zit de larve van het graanhaantje.Resultaten lopen uiteenUit de Delphy-waarnemingen komen tot nu toe per ondernemer heel verschillende resultaten naar boven, omdat zij verschillende maatregelen treffen om biodiversiteit te stimuleren.Ter Horst: “Over het algemeen vinden we bij de meeste ondernemers niet veel schadelijke insecten, zoals luizen of graanhaantjes. Vaak zie je wel in de bloeiende akkerranden een grotere diversiteit aan insecten zitten.”“Dit kunnen plaaginsecten zijn, maar ook juist de natuurlijke vijanden. Diverse wantsen, zweefvliegen, hommels, bijen en lieveheersbeestjes worden gevonden in de akkerranden zelf.”Het is nog te vroeg om conclusies te gaan trekken over de invloed van getroffen maatregelen op de biodiversiteit, stelt Ter Horst. “Pas na enkele jaren waarnemen is er hopelijk een significant effect van een bepaalde maatregel op de biodiversiteit.”Otto Willem Eleveld (64) is akkerbouwer in Hooghalen (Dr.) met 120 hectare land. Naast zetmeelaardappelen (30 hectare), suikerbieten (19 hectare) en bloemenmengsels (8 hectare) heeft hij vezelhennep, koolzaad, gerst en een mengteelt van veldbonen en tarwe in zijn bouwplan.‘Ik geniet van mijn veranderende omgeving’“Het leeft weer”, zegt akkerbouwer Otto Willem Eleveld over zijn percelen nu hij sinds een paar jaar stappen zet om biodiversiteit te stimuleren. “Ik ben tevreden over de resultaten.”

Langs alle percelen staan forse akkerranden; minimaal 3, maar vaak 12 meter. Het gebruik van groenbemestermengsels is voor Eleveld normaal. Verder heeft hij een keverbank en is de tweede in de planning. Zo’n ‘bank’ – feitelijk een verhoging in het landschap, ingezaaid met een speciaal mengsel – is goed voor de vogelstand.

Het bewijs van zijn inspanningen: “Verschillende paren veldleeuweriken zijn weer terug. De gele kwikstaart, bosrietzanger en graspieper hebben het hier ook naar hun zin. En de patrijs en de kwartel zijn gezien.”

Ploegen doet Eleveld in principe niet meer. Een uitzondering was de 3 hectare die in gebruik was als vogelakker. Daar was wat extra’s nodig om de boel glad te krijgen voor de landbouwproductie van dit seizoen.

Bieten tijdje niet zichtbaar in voorjaar
Hoe anders dan normaal Elevelds werkwijze is, was afgelopen voorjaar zeer duidelijk. “Je kon dit voorjaar een tijdje niet zien dat hier bieten groeiden. Dat zaaide bij voorbijgangers flinke twijfel over mijn methode”, vertelt de akkerbouwer.

Hij legt uit: “Ik heb de groenbemester – een mengsel van 7 soorten – geklepeld en met de schijveneg bewerkt. Daarna heb ik het zaaibed gemaakt. We zijn gewend dat de grond waarin we zaaien zwart is, maar nu lagen alle resten van de groenbemester bovenin de bouwvoor.

De opkomst van de suikerbietenplanten was desondanks goed. “Hoewel je dat dus amper zag; de Japanse haver was een tijdlang groter dan de bieten. Op een gegeven moment moest ik de haver wegspuiten.”

Om het wegvallen van chemische gewasbeschermingsmiddelen te ondervangen, kun je planten weerbaarder maken en natuurlijke bestrijdingsmethodes zoeken. “Het is voor mij ook een zoektocht en ik weet niet waar we uitkomen. Ik moet de kost verdienen, dus een verdienmodel is een voorwaarde.”

Genieten van veranderende omgeving
De akkerbouwer is aangesloten bij de Agrarische Natuur Drenthe, waar allerlei potjes zijn voor projecten waaraan boeren kunnen meedoen. “Daar maak ik gebruik van, maar bovenal geniet ik van mijn veranderende omgeving.““Vroeger maaide ik de slootkanten, ik moest ze altijd strak hebben. Tegenwoordig staan langs alle sloten akkerranden en waardeer ik juist het groen en de bloei. Het is een proces.”

“Ook past het mij goed wat betreft spuittechniek. Ik gebruik nu Airtec (spuitdoppen met luchtinjectie) en de BOS-programma’s Dacom en Gewis. Dat scheelt mij doseringen. Met de spuitvrije zones die ik met de akkerranden creëer, voldoe ik aan de aangescherpte eisen voor spuitmachines.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.