Klimaatakkoord kost landbouw € 200 miljoen per jaar

Foto: ANP
De plannen voor de reductie van broeikasgassen door de landbouw gaan jaarlijks zo’n € 200 miljoen kosten.Dat blijkt uit de analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving van het hoofdlijnenakkoord van het klimaatbeleid. Daarnaast is een eenmalige investering van zo’n € 300 miljoen nodig. Dat geld is vooral bestemd voor mestverwerking voor de melkvee- en varkenssector. Wie dat gaat betalen is nog niet duidelijk.Weinig concrete afsprakenPBL en CPB maakten een doorrekening van de plannen die voorzitter Ed Nijpels van het Klimaatakkoord in juli heeft gepresenteerd. In veel gevallen was het lastig om concrete doorrekeningen te maken, omdat de plannen nog te vaag zijn. Over de plannen op gebied van land- en tuinbouw en landgebruik oordeelt PBL dat er veel initiatieven zijn, maar dat er nog weinig concrete afspraken zijn. Deze afspraken hangen volgens Nijpels ook af van de maatregelen en het budget die het kabinet gaat nemen. De doorrekeningen moeten het kabinet helpen bij het nemen van deze besluiten.Analyse voorstel #klimaatakkoord - #PBLNL concludeert dat technisch potentieel emissiereductie van alle 5 tafels samen 51 Mton CO2-eq bedraagt (opgave kabinet was 48,7) = voldoende voor 49% reductie in 2030.
Lees het hele rapport: https://t.co/v2p0TYjkwqpic.twitter.com/qaNxEhFRmm— PBL (@Leefomgeving) 28 september 20186,5 Mton CO2-equivalenten minder broeikasgassenIn de klimaatplannen zijn geen voornemens om de veestapel in te krimpen. Met technische maatregelen door de sectortafel landbouw en landgebruik is het volgens het PBL mogelijk om in 2030 6,5 Mton CO2-equivalenten minder broeikasgassen uit te stoten. Dat is meer dan het dubbel van de reductieopgave voor de landbouw in 2030, die op 3,5 Mton ligt. De uitstoot van broeikasgassen door de sector komt daarmee op zo’n 25 Mton te liggen. Jaarlijkse kostenJaarlijks komen de kosten van het klimaatbeleid voor landbouw uit op zo’n € 200 miljoen per jaar. Dit zijn zowel operationele kosten als afschrijvingen van de investeringen. Zo heeft het PBL becijferd dat het veranderen van het rantsoen voor melkvee jaarlijks € 24 miljoen gaat kosten. Hiermee wordt een reductie van 0,2 Mton in CO2-equivalenten behaald. In de akkerbouw gaat het verhogen van het organische stofgehalte in de bodem jaarlijks € 20 miljoen kosten, voor eenzelfde reductie van 0,2 Mton CO2. Daarnaast zijn er jaarlijkse kosten berekend voor het veranderen van het rantsoen voor melkvee, het toevoegen van nitrificatieremmers aan mest en het gebruik van precisielandbouw. Het toepassen van precisiebemesting kan jaarlijks zelfs geld opleveren, berekent het PBL.Reductie glastuinbouwVolgens de analyse van het PBL kan de glastuinbouw voor een reductie van 2,7 tot 3 Mton CO2 zorgen. In de eerdere klimaatplannen werd gerekend op een reductie van 1 Mton door het energiezuiniger maken van kassen. Mede daardoor komt de analyse van het PBL hoger uit dan becijferd door de plannenmakers aan de sectortafel.Investeren in mestvergisters en aanpassingen rantsoenDe methaanreductie wordt behaald door te investeren in mestvergisters in de varkens- en melkveesector en door aanpassingen in het rantsoen. Hiervoor is een investering van € 342 miljoen nodig. Aan de andere kant berekent het PBL dat de sector hiermee jaarlijks € 8 miljoen opstrijkt aan de verkoop van het geproduceerde biogas. Daarnaast moet de melkveesector investeren in de selectie van de veestapel op productie van methaan in darmen en pens. Dat kost volgens het PBL eenmalig € 4 miljoen.Onderwaterdrainage in veenweidegebiedenDoor anders om te gaan met land kan 1,0 Mton minder CO2 uitgestoten worden. Het toepassen van onderwaterdrainage in veenweidegebieden heeft hier het grootste aandeel in, een reductie van 0,72 Mton. De drainage van 80.000 hectare moet dat realiseren. Dit kost eenmalig € 245 miljoen en jaarlijks € 4 miljoen aan onderhoud.Organische stof in bodemHet verhogen van de organische stof in de bodem is een taak voor zowel de melkvee- als de akkerbouwsector. Door minder grasland te scheuren en akkerbouwgronden om te zetten naar blijvend grasland is een reductie van 0,5 Mton CO2 mogelijk. De kosten hiervan worden geschat op € 13,5 miljoen per jaar.Kritisch over plannen klimaatakkoordHet PBL merkt bij bovenstaande maatregelen op dat veel van de maatregelen in het landgebruik een grote druk zetten op de vraag naar grond, die soms ook in strijd zijn met elkaar. Voor het klimaat is het planten van bomen bijvoorbeeld gunstig, voor de biodiversiteit zouden de bomen juist weer niet geplant moeten worden.Op het gebied van duurzame energie kijkt PBL kritisch naar de plannen van het klimaatakkoord. Deze zijn volgens PBL te positief over de kostendaling van duurzame energieproductie. PBL adviseert daarom om wel te werken aan een opvolger van de SDE+regeling, als deze in 2021 stopt.KlimaattafelsPBL rekende de verschillende klimaattafels door. Bij alle de klimaattafels voor gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit en landbouw kunnen de beoogde doelen voor CO2-reductie behaald worden met de voorstellen die zijn voorgelegd. Alleen bij Elektriciteit ligt het verwachte effect van de maatregelen iets onder de doelstelling. De kosten voor de klimaatmaatregelen zijn voor de gebouwde omgeving (maatregelen aan woningen en andere gebouwen) becijferd op € 500 miljoen per jaar, voor landbouw is dat € 200 miljoen per jaar. De industriemaatregelen kosten € 1 miljard per jaar in 2030, voor de elektriciteitsmaatregelen worden de kosten berekend op € 3 tot € 3,9 miljard per jaar. Wie deze kosten gaat betalen, hangt af van de keuzes die het kabinet maakt.Kabinet aan zetMet de analyse van de planbureaus van het klimaatakkoord ligt de bal nu bij het kabinet. Zij moeten besluiten of ze de voorgenomen klimaatplannen ondersteunen. Premier Mark Rutte verwacht hier binnen een week een akkoord over te hebben. Meningsverschillen tussen coalitiepartijen CDA en VVD enerzijds en D66 en ChristenUnie anderzijds ontkent hij, waarbij hij verwijst naar het regeerakkoord. Het kabinet zal ook besluiten moeten nemen over de benodigde maatregelen zoals wetgeving, normering en subsidies. De Tweede Kamer zal zich ook nog buigen over de kabinetsplannen, voordat er een definitief plan zal komen. Dat zou er eind dit jaar moeten zijn.
Nijpels noemt het oplopen van vertraging ‘volslagen ondenkbaar’. Eind januari moet er op basis van EU-afspraken een conceptplan liggen, voor 2020 moet er een definitieve aanpak zijn om aan het klimaatakkoord van Parijs te voldoen. Waar mogelijk gaan sectoren door met uitwerking van de plannen. Op landbouwterrein zijn er verschillende plannen die verder uitgewerkt kunnen worden zonder dat er een definitief kabinetsbesluit is gevallen.
Tweede Kamerleden reageren verdeeld op de doorrekeningen van PBL. GroenLinks vindt dat de politieke de leiding moet nemen bij het uitwerken van het klimaatakkoord. “Het kabinet moet nu richting geven aan een robuust en rechtvaardig klimaatbeleid en daarbij duidelijk maken dat de rekening van de energietransitie niet eenzijdig bij burgers mag komen te liggen”, vindt Kamerlid Tom van der Lee.
Partij voor de Dieren vreest dat het klimaatakkoord strand door het polderen. De intenties zijn volgens de partij te vrijblijvend. Ook PvdA spreekt van mooie woorden. “Maar ondertussen gebeurt er niets”, zegt William Moorlag. Regeringspartijen CDA, D66 en CU zijn positiever, al dringen Kamerleden van deze partijen ook aan op vaart maken bij het nemen van besluiten. Mede-auteur: Lydia van Rooijen
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









