Kamp: kosten voor vergroening veel lager dan vergoeding

Laatst bijgewerkt:
Foto: Henk Riswick

Foto: Henk Riswick


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De kosten die boeren moeten maken om voor vergroeningssteun in aanmerking te komen, worden ruimschoots vergoed door de premies die daarvoor gelden.Dat concludeert minister Kamp van EZ uit een studie van Wageningen Economic Research (WER). Hij schrijft dat in een brief aan de Kamer. Van de totale inkomenssteun die Nederlandse boeren in 2015 kregen (€ 712,8 miljoen) ging 30% (€ 210 miljoen) naar vergroeningsmaatregelen. De kosten die boeren hiervoor moesten maken bedroegen € 4,4 miljoen. Daarvan is bijna een half miljoen voor extra administratieve lasten. Gemiddeld zijn de kosten voor vergroening 2% van de premies hiervoor. Met akkerranden of natuurgebied duurder uitVoor enkele groepen boeren ligt dat wel wat anders. Met name akkerbouwers met akkerranden, akkerbouwers met vroeger slechts 1 of 2 gewassen en melkveebedrijven met veel kwetsbaar grasland in Natura 2000-gebieden moesten veel meer investeren om te voldoen aan de eisen die in 2015 ingingen. Zij moesten € 3.000 tot € 5.300 investeren om aan de vergroeningsvoorwaarden te voldoen.De minister vindt dat het GLB verder moet veranderen in de richting van vergoeding voor maatschappelijke diensten. Hij ziet in het onderzoek bevestiging dat dat kan.Aanpassing bijschrift 3-10-2017: Vanggewassen na maïs op zand- en lössgronden tellen niet mee als vergroeningseis. Eerder stond er: Het zaaien van Italiaans raaigras als groenbemester na mais is een van de manieren om aan de vergroeningseisen te voldoen. - Foto: Henk RiswickKalverhouders en zetmeeltelers leverden meest inDe hervorming van het landbouwbeleid die in 2015 werd doorgevoerd, heeft vleeskalverhouders en zetmeeltelers het meeste geld gekost. Vleeskalverhouders leverden gemiddeld € 11.000 inkomenssteun in, zetmeeltelers € 7.000 en intensieve melkveehouders € 2.000. Andere akkerbouwers en vollegrondsgroentetelers gingen er op vooruit. Deze uitkomsten bevestigen wat hierover al verwacht werd, aldus minister Kamp.Kwart tot helft boereninkomen uit premieHet bedrijfsinkomen van boeren bestaat voor ruim een kwart (28%) uit premies. In 2015 was dat gemiddeld € 10.960. Extensieve vleeskalverhouders zijn het meest afhankelijk van de premies, hun inkomen komt daar voor 57% uit. Bij zetmeeltelers is dat 51%. Omdat er grote historische verschillen zijn tussen de bedrijven, pakt voor iedereen de gelijkschakeling van de premies (flat rate) verschillend uit, aldus Kamp.Volgens de minister is op basis van deze cijfers niet goed te zeggen in hoeverre boeren in staat zijn veranderingen in het beleid op te vangen. Het inkomen wordt ook sterk bepaald door andere factoren, zoals marktprijzen. Zo is het inkomen op kalverbedrijven in 2015 veel minder sterk gedaald dan de premies, en in 2016 is het zelfs gestegen.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.