Jan Roefs: ‘Techniek klaar voor renure-meststoffen’

De toelating van kunstmestvervangers uit dierlijke mest duurt lang. ‘Het is controversieel onderwerp’.

Jan Roefs is directeur van het Nederlands Centrum Mestverwaarding en zo danig betrokken bij het internationale congres op 11 en 12 mei aanstaande. - Foto: Bert Jansen

Jan Roefs is directeur van het Nederlands Centrum Mestverwaarding en zo danig betrokken bij het internationale congres op 11 en 12 mei aanstaande. - Foto: Bert Jansen


De vijfde editie van het congres Manuresource staat voor de deur. Op 11 en 12 mei treffen zo’n 200 mensen uit meerdere EU-landen elkaar in Den Bosch om kennis te delen over het zo goed mogelijk benutten van mineralen uit dierlijke mest en tegelijk het maximaal beperken van emissies.Op beide gebieden is namelijk nog veel winst te halen. Bovendien wordt in heel Europa jaarlijks 10 miljard kuub aardgas verbruikt voor de kunstmestproductie. Door een groter deel van de nutriënten uit dierlijke mest te halen is tegelijk minder gas nodig. Ook milieuwinst.Het congres is een initiatief van de Universiteit Gent, De Vlaamse adviesdienst Inagro, het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking en het Nederlands Centrum Mestverwaarding, waarvan Jan Roefs directeur is. Een belangrijke doelgroep voor de organisatoren zijn beleidsmakers. Die zitten met veel vragen, ervaren Roefs en professor dr. ir. Erik Meers, onderzoeker van de Universiteit Gent en direct betrokken bij het congres. Roefs: “Ze willen bijvoorbeeld weten in welke richting de mest- en emissiebeperkende-technieken zich ontwikkelen en welke het meeste milieueffect hebben én hoe het zit met de borging.”

Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Kun je hen antwoorden?“Ja, de antwoorden zijn er. Een goed voorbeeld zijn stallen met bronaanpak. Uit het project NL Next Level Mestverwaarding blijkt dat de combinatie van dagontmesting en mestverwerking het beste is voor het milieu en portemonnee van de veehouder. Dit leidt in vergelijking met andere stalconcepten tot het beste rendement en de laagste emissies van methaan en ammoniak, gemeten van de stal tot het aanwenden van de mest.”Doel van het congres is het versnellen van de ontwikkeling dat mest meer als grondstof wordt beschouwd en niet als afvalstof. Hoever is deze ontwikkeling al?“In de afgelopen tien jaar is meer harmonie gekomen in EU-wetgeving over meststoffen. Een voorbeeld is de nieuwe EU-meststoffenverordening 2019/1009, die 16 juli 2022 volledig in werking treedt. Met deze verordening wordt het mogelijk om voor producten als bodemverbeteraar en organische meststoffen een CE-label te krijgen, dat vrije export mogelijk maakt naar alle EU-lidstaten. Deze regeling is inderdaad nog niet volledig uitgewerkt. Het is daarom onwaarschijnlijk dat mestverwerkers er vanaf half juli gebruik van kunnen maken.”Ook met een CE-label blijft het dierlijke mest en geen kunstmest, toch?“Dat is zo als het gaat om gebruik ervan op het land. Dat is geregeld in de Europese Nitraatrichtlijn die stamt uit de jaren negentig en is ingevoerd om het grondwater te beschermen tegen overbemesting. Sindsdien is veel veranderd. Duidelijkheid over het gebruik van meststoffen afkomstig uit dierlijke mest zou een enorme stimulans beteken voor de productie en het gebruik van circulaire meststoffen. De renure-producten. De moeizame aanpassing van de Nitraatrichtlijn is te zien als een remmende factor. Het is echter een controversieel onderwerp. De vrees bestaat bij sommigen dat door een abrupte toelating van renure-producten de milieubeschermende taak van de Nitraatrichtlijn ondergraven wordt. Niettemin is de techniek dusdanig ontwikkeld dat het zover is om renure-meststoffen geleidelijk toe te passen. Daar zijn nog meer redenen voor. Denk aan het gebruik van mest in de regio en vooral een betere benutting van de stikstof uit dierlijke mest.”Zijn circulaire meststoffen dan rendabel voor de landbouw?“Ja, als het gebruik ervan geregeld is zeker. Stikstof in dierlijke mest heeft nu nog een economisch negatieve waarde omdat er regionale overschotten zijn. Toch zie je dat gebruikers van kunstmest bereid zijn om te betalen voor stikstof, zelfs als de prijs ervan driemaal zo hoog is dan een jaar geleden. In Europese regio’s waar ook kunstmest wordt gekocht door akkerbouwers zitten ook veel veehouders die mest produceren. Door kunstmestvervangers toe te laten gaan die producten concurreren met kunstmest. Dan krijgen mineralen uit dierlijke mest ook een economisch positieve waarde en wordt de drijfmestmarkt ontlast. Daarnaast heeft mest ook een behoorlijk biogaspotentieel, dat nog niet wordt benut. Vergisten, mogelijk op boerderijschaal, draagt bij aan het meer onafhankelijk worden van aardgas en voorkomt veel emissies. Maar mestverwerking is nooit een doel, maar een middel om doelen te bereiken.”Op het congres komen gasten uit diverse landen. Zijn er regio’s waar mest al heel goed tot zijn recht komt?“Dat is nog nergens voor 100% het geval. In Denemarken zit de veehouderij beter verspreid over het land, terwijl die in Vlaanderen en Nederland meer geconcentreerd is. De discussie is in Nederland ook erg politiek gemaakt. We hopen met dit congres een stukje kennis te delen, zodat ook meer rationeel naar mest en mineralen wordt gekeken.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.


Ruud Hendriks
30 apr 2022

Dierlijke mest wordt circulair genoemd. Dat is niet juist. De basis van de meeste dierlijke mest is kunstmest. De basis van dierlijke mest is (kracht)voer. Dat wordt grotendeels met kunstmest geteeld. Op het moment dat kunstmest gebruik stopt is er ook niet veel dierlijke mest meer. Pas als we mensenmest op de voerpercelen gebruiken wordt organische mest circulair.

Armer
30 apr 2022

Volgens mij zitten grondgebruikers in frankrijk , behalve in bretagne, te springen om organische mest. Er wordt goed voor mest betaalt. Zorg dus voor ´dikke ´ mest met veel npk.