‘In Noorwegen groeien varkens een kilo per dag’

Jean-Marie van Oort - Foto: Van Assendelft Fotografie
Het genetisch potentieel van varkens wordt niet benut. Daarom schrijft Jean-Marie van Oort van Topigs Norsvin een gezondheidsplan. “Dat tientje is onmisbaar.”Jean-Marie van Oort, directeur van Topigs Norsvin en Varkens KI Nederland, verwacht een ingrijpende structuurverandering van de Nederlandse varkenssector. Een snelle afname naar 800.000 zeugen is aanstaande. “Binnen 3 jaar.” De eerste tekenen van een op komst zijnde grote consolidatie zijn al zichtbaar. Jean-Marie van Oort (54) is directeur van fokkerijorganisatie Topigs Norsvin, Nederland. Hij is sinds 2013 ook directeur van Varkens KI Nederland dat zorgt voor distributie van de genen. - Foto: Van Assendelft FotografieGedreven door de slechte biggenmarkt kiezen diverse zeugenhouders er nu al voor om het bijltje erbij neer te gooien. Zij wachten niet tot de stoppersregeling afloopt of tot ze anderszins gedwongen zijn hun bedrijf te beëindigen. Voor de bedrijven van veel stoppers is momenteel ook geen animo, weet Van Oort. “Grotere bedrijven met 800 zeugen zijn soms onverkoopbaar.” Desondanks heerst bij de marktleider nog geen panieksfeer, is de indruk die Van Oort wekt. “We kunnen de omvang van onze Nederlandse tak snel aanpassen aan de markt. Op korte termijn komt er ook geen nieuw verdienmodel. Die noodzaak is er nog niet.”Nee, waarom niet?“Daarvoor is het simpelweg nog te vroeg. Het is een feit dat de Nederlandse markt krimpt en de productie van onze zeugen toeneemt. Jaarlijks zijn minder zeugen nodig voor de productie van dezelfde hoeveelheid varkensvlees. Natuurlijk denken we na over nieuwe verdienmodellen. We kunnen niet tot het oneindige doorgaan op de huidige weg. Wereldwijd gezien moet Europa het weer afleggen tegen bijvoorbeeld de VS of BraziliëEr moet genoeg geld binnenkomen om de fokkerijmotor draaiende te houden. Het is dus niet ondenkbaar dat het gebruik van onze genetica op termijn op een andere wijze wordt afgerekend dan nu het geval is, met royalties en afdrachten.”Hoe zien jullie de Nederlandse sectorontwikkelingen dan?“Ik kan wel een eind meegaan met de prognose van Rabobank. Het zal mij zelfs niet verbazen dat het aantal van 1.000 varkenshouders al voor 2030 wordt bereikt, het jaar dat Rabobank noemt in haar visie. Er zitten diverse regels aan te komen die het proces van schaalvergroting versnellen en de varkensmarkt is grilliger dan ooit. In 2014 telde Nederland 970.000 zeugen. Nu zit het aantal zeugen op 900.000 en we schatten dat het aantal in 2020 is gezakt tot 800.000 zeugen.”Hoe groot is het percentage zeugen daarvan met Topigs Norsvin-genen?“Ons marktaandeel op de Nederlandse zeugenmarkt is ruim 70%. Daarvan is inmiddels twee derde een TN70-zeug. Deze zeug maakt snel opmars sinds haar introductie in 2014. In bijvoorbeeld Spanje, Brazilië en Duitsland zijn al onze klanten volledig over op de TN70-zeug. De belangrijkste reden voor de verandering zijn de nakomelingen. De voederconversie van vleesvarkens van de TN70-zeugen ligt tot 0,15 lager dan van nakomelingen van de Topigs 20-zeug.”Rekenkundig waarschijnlijk, maar komt dat er ook uit in de stal?“Ja hoor, al verschilt dit per bedrijf. In het buitenland blijkt het effect vaak sterker dan in Nederland. Reden is de diergezondheid. Kiemen als PRRS en APP remmen de technische vooruitgang enorm. In Noorwegen groeien de vleesvarkens probleemloos een kilo per dag. In Nederland zit de groei al jaren rond 800 gram per dag. Dat kost de sector zeker € 10 per vleesvarken. Dat geld hebben Nederlandse varkenshouders hard nodig om de concurrentie aan te kunnen. De strijd om de laagste kostprijs in Europa heeft Nederland allang verloren. Wereldwijd gezien moet Europa het weer afleggen tegen bijvoorbeeld de VS of Brazilië. Dat tientje kan de Nederlandse varkenshouderij dus helemaal niet missen. Alleen bedrijven met een scherpe kostprijs, die goed draaien, met gezonde dieren en met voldoende financiële buffer hebben toekomst.”Waarom nemen jullie als marktleider niet het voortouw voor een gezondere varkenshouderij?“Ik kan niets afdwingen. Daarvoor is onze invloed te beperkt. Niettemin gaan we wel een rol in spelen in het gezonder maken van de Nederlandse varkenssector. Het Actieplan vitale varkenshouderij wordt nu herzien. Daarin komt een een nationaal gezondheidsplan. Aan dat plan, dat begin 2019 klaar moet zijn, werk ik nu. Dit gebeurt binnen de coalitie vitale varkenshouderij, waar de POV, Rabobank en het ministerie van LNV in zit. Een varkensbedrijf moet gewoon goed draaien met een scherpe kostprijsIn Spanje bijvoorbeeld zijn 10 integraties die de markt domineren en de koers uitzetten. Dan is het veel eenvoudiger om afspraken te maken dan in Nederland. Wij nemen om deze reden wel regelmatig mensen mee naar Spanje of Rusland. Daar laten we hen zien wat er gebeurt als collectief wordt gewerkt aan de diergezondheid en wat dat bedrijven in deze landen oplevert.”Diergezondheid wordt pijler in herijkt ActieplanHet Actieplan vitale varkenshouderij uit 2016 gaat op de schop. Fokkerijorganisatie Topigs Norsvin speelt daarbij ook een rol met het schrijven van een nationaal gezondheidsplan. ‘Robuuste en gezonde varkens in een diervriendelijke varkenshouderij’ is een van de 5 pijlers van van het actieplan dat nu in de maak is. De POV zal actief deelnemen aan de actualisering en verdere uitwerking van het Actieplan Vitalisering Varkenshouderij, schrijft de organisatie op haar website. Het actieplan wordt uitgevoerd door een coalitie van de POV, Rabobank en het ministerie van LNV. Uri Rosenthal is voorzitter van de coalitie.Na de zeugen hebben jullie op de eindberenmarkt terrein verloren afgelopen jaren. Hoe kan dat?“Er zijn aanbieders die met internationaal veel gebruikte beren een flink marktaandeel hebben gekregen. We hebben circa de helft van de Nederlandse eindberenmarkt in handen. Het is logisch als ons marktaandeel krimpt zodra de internationale concurrentie toeneemt. Aan onze beren ligt het niet. De TN-select is onze Piétrain. Uit de meest recente test in Duitsland blijkt dat deze ten opzichte van de concurrentie netto de meeste en best betaalde kilo’s vlees aan het karkas heeft. In het groeisegment doet de TN Tempo-eindbeer het goed. Een beer die aansluit op de huidige marktwensen. Hoe groot ons marktaandeel over enige jaren is bij de eindberen, durf ik niet te zeggen. Als marktleider hebben we een relatief groot marktaandeel bij de kleinere varkensbedrijven. De nieuwkomers richtten zich voornamelijk op grotere bedrijven, de blijvers. Onze uitgangspositie is daarom minder gunstig.”Eindberen lijken erg modegevoelig. Is dat nog steeds zo?“Ja, wisselen van eindbeer gebeurt veelvuldig. Dat is ook een uitwas van de gefragmenteerde Nederlandse varkensmarkt. Iedere varkenshouder wil net iets anders dan zijn collega. Als het niet naar tevredenheid draait op een bedrijf, wordt door erfbetreders vaak om de hete brij heen gedraaid. Er ontstaat een segment gericht op vleeskwaliteitHet is een taboe om te zeggen dat de bedrijfsvoering van een varkenshouder beter moet. Dan wordt het achterblijvende resultaat aan de genetica of het voer geweten. Daarom willen wij goede adviseurs bij de klant aan tafel hebben. Het zoete broodjes bakken, moet afgelopen zijn. Daar is niemand bij gebaat. Een varkensbedrijf moet gewoon goed draaien, met een scherpe kostprijs.”Welke eindbeer wordt komende jaren populair?“Dat zal een beer zijn die onderscheidend is op gebied van vleeskwaliteit. De varkensvleesconsumptie staat onder druk. Hierdoor laait de discussie over smaak van varkensvlees op. In de varkensfokkerij is afgelopen jaren vooral ingezet op productie en reproductie en minder op vleeskwaliteit. Een efficiënte zeug is er inmiddels. Er ontstaat een segment gericht op vleeskwaliteit. Doelgroep is zowel de retail als de export. Daarbij zijn kenmerken als kleur, marmering en vetbedekking belangrijk. Ik zie gebeuren dat varkensvlees een andere uitstraling krijgt, aantrekkelijker en lekkerder wordt. Wij fokken daarom 3 typen beren. Een gericht op mager vlees, de Piétrain en een op groei en rendement per vierkante meter, de Tempo en ten slotte een Duroc voor de vleeskwaliteit. In Nederland is gewoon behoefte aan meer premiumproduct. Dat rekt de opbrengstprijs op en de afzet van kwaliteitsproducten is gegarandeerd. Wat dat betreft kan Nederland nog veel leren van Zuid-Europese landen met hun luxe hammen en andere premium vleesproducten.” Mede-auteur: Robert Bodde
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









